Democratie is redding Midden-Oosten

Democratisering is de enig overgebleven weg voor het Midden-Oosten om het heersende slachtoffercomplex te doorbreken. De Europese Unie kan zich daarom maar beter aan de zijde van de Amerikanen scharen, meent Stefan van Wersch. Want de kansen van democratisering stijgen als het geen Amerikaanse show wordt.

Wie wil weten of de Amerikaanse plannen voor democratisering in het Midden-Oosten ergens toe zullen leiden, moet vooral één zaak in de gaten houden, namelijk of de Arabische en islamitische wereld in de komende periode in staat zal zijn het eigen slachtoffercomplex te doorbreken. Een eeuw lang heeft het politieke betoog in de Arabische wereld in het teken gestaan van ideologieën die vooral dienden om de eigen positie ten aanzien van het Westen te bepalen. Eeuwenlang had de Arabische wereld, gevoed door het islamitische zelfbeeld waarin de islam de zegevierende eindfase van het goddelijke plan is, als vanzelfsprekend aangenomen ver voor te liggen op het christelijke Europa. De periode van het kolonialisme kwam daardoor als een schok: het Westen bleek op politiek, economisch en technologisch vlak ver voor te liggen.

Vanaf het kolonialisme tot de huidige globalisering is de kloof tussen het wereldbeeld van de koran en de realiteit in de dagelijkse krant alleen maar groter geworden. Het rapport van het VN-ontwikkelingsprogramma (UNDP) inzake Arab Human Development uit 2002 liet zien hoezeer met name de Arabische wereld achterligt. De Irak-oorlog onderstreepte hoezeer het Westen, met name dan de VS, militair en technologisch voorligt. De vraag die moslims zich al meer dan honderd jaar stellen – hoe heeft het zover kunnen komen? – is nog even prangend. Zal het antwoord echter hetzelfde blijven?

In de laatste eeuw was er één pragmatisch antwoord, dat van Turkije. Atatürk besloot dat de juiste reactie lag in het kopiëren van het Westen, en hij koos voor secularisme en democratie. De andere antwoorden waren veeleer ideologisch. Het pan-Arabisme van Nasser en de Ba'athisten in Syrië en Irak meende dat het antwoord lag in `anti-imperialistisch' nationalisme: verenigd zouden de Arabieren bewijzen beter en machtiger te zijn dan het Westen. Een en ander werd vervolgens vermengd met socialisme en marxisme, ideologieën die zich daartoe uitstekend leenden omdat ze, hoewel van westerse oorsprong, wegens het antikapitalisme in feite antiwesters waren. Na het debacle van de Zesdaagse Oorlog verloor het pan-Arabisme aan glans, al bleef het bestaan. Het socialisme verloor zijn aantrekkingskracht definitief in de jaren tachtig. Vanaf 1967 vulde fundamentalisme het ideologische vacuüm op.

Ondanks de nodige verschillen hebben deze drie stromingen veel gemeen. Ze waren alle min of meer totalitair: het waren grootse concepten voor een ideale en maakbare samenleving. Juist wegens hun totalitaire neiging sloten zij zich af voor werkelijke democratisering. Tenslotte waren ze alle drie psychologisch gezien steeds een vehikel voor dezelfde frustraties en complexen. Eén manier om dat te verwoorden kan zijn dat zij de mogelijkheid boden culturele minderwaardheidsgevoelens te overcompenseren met ideologische pretenties: de eigen cultuur was niet minder dan de westerse, maar juist beter omdat ze respectievelijk Arabisch, marxistisch of islamitisch was. Men kan een en ander echter ook omschrijven als een slachtoffercomplex. De Arabische en islamitische wereld begon zichzelf steeds meer als slachtoffer van het Westen op te stellen: het eigen falen was het gevolg van het westerse imperialisme, kapitalisme of van haat tegen de islam.

Dat dit daadwerkelijk het niveau van pathologie bereikte, kan het best geïllustreerd worden aan de hand van de beerput van samenzweringstheorieën in dit deel van de wereld. Lang werden die afgedaan als een wat typisch trekje van de regio. In feite zijn ze de gevaarlijke motor van een slachtoffercomplex dat het gewone zicht op de werkelijkheid vertekent. Wie gaat geloven dat alle problemen in de Arabische en islamitische wereld terug te voeren zijn op nooit ophoudende complotten van `imperialisten', `kruisvaarders' en `zionisten', zal op zijn minst begrip krijgen voor het terrorisme van Al-Qaeda. Of het leidt tot erger.

Iets anders is dat wie lijdt aan een slachtoffercomplex, soms echt slachtoffer kan zijn. Het Westen heeft zonder twijfel fouten begaan ten opzichte van de islamitische wereld – andersom was het ook niet altijd even mooi – maar even waar is dat de Arabische wereld intussen de oorzaak voor de meeste van zijn problemen bij zichzelf moet zoeken. Het Palestijnse probleem is uiteraard de open wond van het complex. Palestijnen zijn in veel opzichten zeker slachtoffer van de geschiedenis geworden. Toch is dit conflict wat betreft verantwoordelijkheden geen zwart-wit verhaal. Dat juist dit, in Arabische ogen door het Westen veroorzaakte, conflict – en niet bijvoorbeeld het geschil om Kashmir – zo'n enorme proporties heeft kunnen aannemen in het islamitische bewustzijn, heeft bovendien ongetwijfeld te maken met het slachtoffercomplex.

Zoals gezien werkte de Arabische nederlaag in de Zesdaagse Oorlog als katalysator voor de volgende fase in het slachtoffercomplex, dat zich ditmaal via het fundamentalisme manifesteerde. De interessante vraag is natuurlijk wat er nu gaat gebeuren na de oorlog in Irak, die in de ogen van veel moslims opnieuw een vernedering was. Op zichzelf lijken alle elementen aanwezig voor het voortwoekeren van het complex. Weer delen westerlingen – nota bene Amerikanen – in het hart van de Arabische wereld de lakens uit, weer hebben Arabieren het toekijken. Is het echter onvermijdelijk dat het zo zal gaan? Een positiever scenario is voorstelbaar.

Vraag is natuurlijk: hoe kunnen slachtoffercomplexen overwonnen worden? Duitsland was vanaf de negentiende eeuw in de greep van een slachtoffercomplex. Het nationalisme was eigenlijk al vanaf het begin een gefrustreerde stroming, waarschijnlijk door de lange nawerking van de Duitse zelfvernietiging in de dertig-jarige oorlog. Het keizerlijke Duitsland voelde zich miskend en was onrustig op zoek naar zijn `plaats onder de zon'. Het Verdrag van Versailles en de Krach werkten als katalysatoren voor het slachtoffergevoel dat zich ook in dit geval uitte in gevaarlijke complottheorieën.

Hoe kwam het aan zijn einde? Mij lijkt de hoofdreden dat Duitsland na de oorlog geconfronteerd werd met een verantwoordelijkheid die zo groot was dat zij onmogelijk ontlopen kon worden. Het nemen van verantwoordelijkheid is het beste tegengif tegen dit soort complexen.

Dit is evenwel niet het scenario dat in de Arabische wereld te verwachten valt. De Arabische wereld draagt ongetwijfeld verantwoordelijkheid voor het scheppen van een constellatie waarin Al-Qaeda kon ontstaan. Toch is die verantwoordelijkheid te diffuus om als `niet te ontlopen' te worden ervaren. In de Arabische wereld moet op iets anders gehoopt worden, namelijk dat het tijdperk van totalitaire avonturen zijn einde nadert.

In zekere zin zou de Iraakse minister van Informatie Al-Sahaf het symbool bij uitstek kunnen worden van de ondergang van het Arabische totalitarisme. Zijn pretenties waren al te absurd, zijn aanspraak op `slachtofferschap' al te misplaatst, en zijn poging de totale overwinning te proclameren op het moment van de totale nederlaag al te bizar. In dit geval zou puur absurdisme – zo men wil humor – wel eens het tegengif voor de totalitaire verleiding en het slachtoffercomplex kunnen worden.

Waarschijnlijk was een `shake-up' van dit soort het diepste Amerikaanse motief achter de oorlog in Irak. De belangen van Israël speelden zeker een rol, olie hoogstens een beetje (al is zeker dat Exxon en Mobil, en niet Elf, in Irak een mooie toekomst zullen hebben). Hoewel massavernietigingswapens het officiële argument waren, is wel zeker dat de VS goed wisten dat er na het werk van UNSCOM geen direct gevaar meer uitging van Irak. In feite waren de VS na twaalf jaar Irak-sancties, na de ineenstorting van het Oslo-proces voor een vredesregeling tussen Israël en de Palestijnen, het groeiende anti-Amerikanisme, en ten slotte 11 september, aan het einde van hun Latijn. Schoktherapie, en daarmee het verleggen van de parameters, leek de enige methode om in een vastgelopen regio een nieuwe, positievere dynamiek in gang te zetten. Uiteraard is de afloop niet zeker. Slachtoffergevoelens zijn venijnige complexen, waarvan het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Fundamentalisme kan voortwoekeren, en zich bijvoorbeeld meer nadrukkelijk gaan vermengen met de antiglobaliseringsideologie. Voortslepen van het Israëlisch-Palestijnse conflict zal het moslims moeilijk maken te breken met de gevoelens van machteloze woede die het slachtoffercomplex voeden.

Toch is er reden om te hopen dat de islamitische wereld klaar is om de verleiding van ondemocratische stromingen te gaan weerstaan. Het is niet voor niets dat juist in Iran – het eerste land dat volledig ondergedompeld raakte in het fundamentalisme – het belang van democratie in brede lagen wordt begrepen. Men weet van binnenuit hoe het fundamentalisme gefaald heeft, en is, hoe moeizaam ook, bezig zijn eigen democratisering te bevechten. In Irak kent men het totalitarisme van het pan-Arabisme van binnenuit, wat evenzeer een belangrijke ervaring kan zijn om de op stelten staande democratisering te appreciëren.

Bovendien biedt de buitenwereld eigenlijk niets anders meer dan democratie, en alles wat het inhoudt. Het marxistische alternatief is niet meer in de aanbieding. Kortom: `there is nowhere else to go anymore'. Tijdens bezoeken aan de regio in de laatste tien jaar heb ik steeds het gevoel gehad dat het politieke en culturele betoog in de Arabische wereld alle kanten tegelijk uitging: fundamentalisme voerde de boventoon, maar er was een keur aan niet altijd even gerichte substromingen. Het zou best zo kunnen zijn dat democratisering – één van die substromingen – nu een hoofdstroming wordt, en dat de totalitaire alternatieven naar de marge verdwijnen.

Intussen dreigt Europa echter verstrikt te raken in een miniversie van het Arabische complex. De gevoelens over de wijze waarop de nieuwe verhoudingen in het Midden-Oosten tot stand zijn gekomen zijn zo gemengd dat velen liever anti-Amerikaans zijn dan pro-democratie. Men somt het liefst redenen op waarom democratie niet kan werken.

Van dat complex kunnen Europeanen zich beter maar zo snel mogelijk bevrijden. Men hoeft over democratisering in het Midden-Oosten geen overdreven illusies te koesteren. Wonderen zullen niet geschieden, er zijn risico's, en het wekken van hoge verwachtingen kan terugslaan. Hoe de analyse echter ook uitvalt, duidelijk is evenzeer dat democratisering goed zal zijn voor de volkeren van het Midden-Oosten, en goed voor de belangen van de Europese Unie.

De kansen op democratisering worden beter als het geen Amerikaanse show blijft. Het is hoog tijd dat Europa een bijdrage gaat leveren aan deze historische uitdaging.

Stefan van Wersch is historicus en werkt in Brussel. Hij publiceerde onder meer over gnostiek en islam.