Dehaene somber over Conventie

Binnen de Europese Conventie zal geen consensus gevonden worden over hervorming van de instellingen van de Europese Unie. Dit verwacht vice-voorzitter Jean-Luc Dehaene van de Conventie. Volgens hem is ,,de tijd niet rijp voor een compromis''.

Het presidium van de Conventie heeft eerder deze week geen voorstellen gedaan voor teksten over de Europese instellingen in een Europees constitutioneel verdrag, omdat de meningsverschillen hierover te groot zijn. Hervorming van de Europese instellingen is een van de belangrijkste punten van de agenda van de Conventie. De afgelopen jaren zijn meningsverschillen over de verdeling van macht altijd het struikelblok geweest bij pogingen om het EU-bestuur te hervormen met het oog op toetreding van nieuwe lidstaten.

De Conventie moet op 20 juni een ontwerp voor een Europese grondwet presenteren aan de EU-regeringsleiders. In een gesprek met vijf Brusselse journalisten zei Dehaene gisteren alles te willen doen om te voorkomen dat de Conventie wegens gebrek aan overeenstemming de regeringsleiders opties aanbiedt. Volgens hem zou in zo'n geval het gevaar bestaan dat de regeringsleiders, die de definitieve verdragstekst moeten vaststellen, over alles opnieuw gaan onderhandelen. Daardoor zouden ook de punten waarover de Conventie het wel eens is opnieuw ter discussie komen.

Binnen de Conventie is een meerderheid voorstander van uitbreiding van de macht van het Europarlement, de benoeming van een Europese minister van Buitenalndse Zaken, overname van het handvest van grondrechten en versterking van de positie van de ministers van Financiën van het eurogebied. De belangrijkste geschilpunten zijn een vaste voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, de omvang van de Europese Commissie, het aantal zetels van elk land in het Europarlement en het stemgewicht dat landen in de Raad van Ministers.

In 2000 is in Nice over de meeste punten een akkoord bereikt, maar daarover bestaat veel ontevredenheid. Frankrijk en Duitsland kregen toen ondanks hun verschillende bevolkingsomvang een gelijk stemgewicht (elk 29 van de totaal 321 stemmen). Duitsland heeft wel 99 Europarlementariërs tegenover Frankrijk 78. Conventievoorzitter Giscard d'Estaing wil zowel de parlementszetels als het stemgewicht basreen op de omvang van de bevolking. Bovendien wil hij het Europarlement beperken tot 700 leden in plaats van de 732 leden waarin `Nice' voorziet.

Toetredingslanden willen niets van het openbreken van `Nice' weten en houden vast aan een Eurocommissaris per lidstaat. Een land als Spanje wil nergens over praten, omdat het vreest dan minder stemgewicht over te houden.

Dehaene pleit ervoor de Europese instellingen voorlopig onveranderd te laten en te wachten tot de problemen in de praktijk na de uitbreiding de geesten rijp maken voor hervormingen. Hij wil wel vastleggen dat de afspraken van Nice in de toekomst kunnen worden veranderd zonder dat daarvoor een wijziging van de hele grondwet nodig is.