De macht van twee modelburgers

In het trappenhuis naar de woning van Elsje de Wijn gaat de bel. Een late bezoeker van de voorstelling Vernissage? Nee, de gast blijkt al bij die voorstelling te horen; hij heet Ferdy en hij komt ter ere van Michaels en Vera's nieuwe huis. Dat is volgestouwd met dure curiosa. Hier een glimmende jukebox, daar een felgekleurde buste van Marilyn Monroe: de gast moet alles bewonderen en aanvankelijk doet hij dat braaf.

Maar de gastvrouw en gastheer bewonderen hem niet terug. Integendeel, ze ontwikkelen een methode waarmee ze hun beste vriend glimlachend de grond in trappen. Het begint met voorzichtige vragen en het eindigt met perversie. Daartussenin probeert het echtpaar Ferdy aan te praten dat hij zijn woning gezellig moet maken, dat hij een beter baantje moet zoeken, dat hij zijn tijd niet langer moet verprutsen met cafébezoek in allochtoon en dus verdacht gezelschap, dat zijn vriendin moet leren koken, dat het tijd is om een kind te nemen (,,zonder kind kun je de waarde van het leven niet inzien''), dat zijn seksleven stukken opwindender kan... en op dat moment haalt Elsje de Wijn, die Vera speelt, haar borsten uit d'r jurk om ze pront aan de mannen te presenteren, bij wijze van demonstratieles.

Václav Havel, toneelschrijver, activist en later Tsjechisch president, voltooide Vernissage twee jaar voor de oprichting van Charta 77. Een sombere periode. De Praagse Lente was omgeslagen in een Praagse herfst, de stalinisten hadden weer het hoogste woord en het verzet ging ondergronds. Vernissage was een bijtende satire op deze aanpassingsdwang, die ook Havels kunstbroeders in succesvolle meelopers en tot mislukking gedoemde clandestienen scheidde. In het huis van Elsje de Wijn anno 2003 legt regisseur Ad van Kempen andere accenten. Ferdy is nog steeds een arme, weinig aangepaste kunstenaar, maar het beroep van de twee anderen blijft vaag en het communisme speelt geen enkele rol meer.

Wat blijft is de macht van het conformisme. Vera en Michael zijn modelburgers geworden ten koste van hun menselijkheid en hun ware geluk, want het geluk dat zij de ander opdringen bestaat alleen bij de gratie van zijn ongeluk. Minderwaardig dient hij zich te voelen, mislukt en vies. Wie wil klimmen op de maatschappelijke ladder moet de anderen laten dalen, lijkt Van Kempen te willen zeggen, en dat strookt dan weer prachtig met Havels these dat de gevestigde orde gestoeld is op een verhouding van meester en knecht, waarbij de meester alle middelen inzet om die relatie in stand te houden. Racistische middelen, seksistische middelen, goed- en kwaadbedoelde, oirbaar en onfatsoenlijk, als ze maar effect sorteren.

En dat doen ze. Na een mislukte vluchtpoging keert de gast (Sieger Sloot) met hangende pootjes terug om zich door het echtpaar, dat niet zonder toeschouwers kan, definitief gevangen te laten zetten. In een beklemmende dans bij die gloednieuwe oude jukebox gooit Rudolf Lucieer, de gastheervertolker, alle remmen los en zijn tot in het absurde doorgevoerde herhaling van frasen ontaardt in een gimmick die onze burgerlijke glimlach griezelig bevriest. De vernissage is voorbij; het vernis dragen we op onze gezichten mee naar ons gezellige huis.

Voorstelling: Vernissage. Tekst: Václav Havel. Regie: Ad van Kempen. Gezien: 25/5, 1e Helmersstraat 99 II, Amsterdam. Daar t/m 20/6, aanvang 21 u. Inl 06-28463660 (tussen 15 en 18 uur).