De F-16 en de torenvalk

Het gele busje van de Bird Control Unit staat aan de rand van de baan. Van rechts komt een F-16. Het toestel hult zich in een waas van trillende lucht. Het begint te janken en te dreunen. Ik zie dat naast mij vingers in oren worden gestopt en het verbaast me dat ik zelf niet op dat idee gekomen ben.

Het is in een mum van tijd voorbij. Even zie je de corona van zinderende uitlaatgassen, even het heftige oranje van de vuurpot onder zijn staart, en dan gaat het met een wijde boog het zwerk in. Zo mannelijk, zo virtuoos.

Kijk je vervolgens weer naar rechts, dan zie je dat daar inderdaad een torenvalkje staat te bidden. Doodstil.

,,Van de notoire probleemsoorten zijn we wel af'', zegt Arie Dekker. ,,Alleen hier zitten we nu met de torenvalk.''

Hij is van de Sectie Natuurtechniek en Ecologisch Beheer (SNEB) van de Luchtmachtstaf in Den Haag. Beiden zijn we vandaag te gast bij adjundant Jan Bergman en sergeant Ronald Goris, de vogelmannen van vliegbasis Twente.

Deze mannen zijn belast met vogelaanvaringspreventie. Zij moeten manschappen en materieel van twee F-16-squadrons beveiligen tegen vogels. Ze kennen hun zaakjes. Qua professie zijn ze van de luchtmacht, qua mentaliteit van de natuur.

Ze praten met plezier over de plantjes, de vlinders en de steenmarters die op Twente een thuis hebben gevonden. Ze wijzen waar vleermuizen overwinteren. Ze hebben weet van groene specht en boomvalk in de bosrand, en voordat je er erg in hebt sta je met deze mannen op een terreintje met roodborsttapuiten: mannetje, vrouwtje en een aantal uitgevlogen jongen, allemaal met hun droge contactgeluidjes.

Op deze excursie krijgen vogelnamen een specifieke klank mee. Dat is de kwartel met trots (want waar heb je nou nog kwartels in dit land), de zwarte kraai met achteloosheid (want zwarte kraaien zijn slim genoeg om geen moeilijkheden te maken) en de blauwe reiger met wantrouwen (want blauwe reigers vormen een risico).

Bijzondere aandacht gaat ook uit naar die ene aalscholver die zich, net buiten de basis, op een plasje heeft gevestigd. Telkens als het busje daar langskomt, gaat de voet naar het rempedaal, de hand naar de claxon. Even kijken waar ie zit.

Een paar jaar terug hadden 120 aalscholvers hier hun slaapplaats. Dagelijks heen en weer tussen verschillende waterpartijen in de buurt, dagelijks baankruisingen. Die zijn toen met geluidseffecten verjaagd. Om nu te voorkomen dat die ene tot net zoiets uitgroeit, zal defensie in overleg treden met de verschillende terreinbeheerders – een waterleidingbedrijf, een recreatieschap en het Overijssels Landschap.

Een aalscholver kan een toestel volledig opblazen – dat valt wel op. Een boerenzwaluw valt minder op, maar is nog altijd mans genoeg om schade te veroorzaken. Soms wordt een incident pas geconstateerd als de vlieger al uit zijn kist is geklommen: man, wat stinkt die motor van jou! Dan worden bloedresten bij elkaar geschraapt en naar het laboratorium gestuurd om de betrokken vogel te determineren.

Voorheen kon je zeggen dat de luchtmacht dit soort problemen over zichzelf afriep. Tot ver in de jaren '80 werden grote delen van haar vliegvelden verpacht aan boeren. Dat bracht geld op. Er werden gewoon aardappels of bieten verbouwd. Cultuurtechnisch lag de vliegbasis in het verlengde van het boerenland, en de avifauna was navenant.

Probleemsoorten: meeuwen, duiven, kieviten en spreeuwen. Ze werden met knallen of mechanisch versterkte angstkreten of desnoods afschot bestreden. Dat kostte geld. En de aanvaringen die desondanks plaatsvonden, kostten nog meer geld.

Arie Dekker: ,,In feite probeerden ze steeds maar weer de deksel op de jampot te draaien – tot iemand op het idee kwam dat het misschien handiger was om de jampot leeg te maken.''

Uiteindelijk heeft de luchtmacht het beheer van deze terreinen helemaal in eigen hand genomen. De jampot is uitgelepeld, het aantal vogelaanvaringen met tweederde afgenomen.

,,Wat is nu de kern van het systeem?'', vraag ik.

,,Maaien en afvoeren'', zegt Jan Bergman.

,,Hoe vaak?''

,,Eenmaal per jaar.''

,,Dat klinkt nogal simpel.''

Ja, dat klinkt nogal simpel. Maar kijk, je moet zo'n systeem wel aan twee kanten zien te verankeren: in de natuur en in je eigen organisatie, en dan heb je het toevallig wel over twee partijen die niet bepaald op simpel zijn ingesteld.

Rond de hoofdbaan moet een vliegveld leeg zijn. Vlieg- en voertuigen (de brandweer!) hebben ruimte nodig. Je kiest dan voor een vegetatietype dat weinig onderhoud vergt en tegelijkertijd voor een goede bodembedekking zorgt; stuivend zand is voor de motor van een F-16 zeker zo kwalijk als een stuivend verenkleed.

Bij de uitvoering van drainagewerkzaamheden in 1986 werd Twente wel een meter diep omgeploegd. Schrale grond kwam aan de oppervlakte te liggen en werd vervolgens ingezaaid met een schraal grasmengsel. Daarna: consequent maaien en afvoeren, voortgaande verschraling.

Arie Dekker: ,,Wij maaien als het goed is voor de luchtmacht, niet voor het hooibeheer. De afvoer van het maaisel is in feite onze achilleshiel. Eiwitarme grassen, hooguit geschikt als paardenhooi. Maar om dat kwijt te raken, moet je over heel goede plaatselijke contacten beschikken. Anders kun je het als huisvuil laten ophalen, dan betaal je 40 euro per ton, pakweg 40.000 euro voor de hele basis. Bij ons mag gemaaid gras bovendien maar een dag blijven liggen. Als het natregent, kun je het gewicht van het water ook nog eens meebetalen.''

Nu ligt hier een fraaie, rijkgeschakeerde vlakte. Kievit en spreeuw zijn verdwenen, roodborsttapuit, veldleeuwerik, kwartel en patrijs ervoor in de plaats gekomen. Die mogen. En de plantjes, en de vlinders.

Dit is Nederland: je manipuleert een lap grond tot op het bot, je weet precies wat je er hebben wilt en je krijgt ook precies wat je er hebben wilt, en wat is het resultaat? Een natuurgebied! De vliegbasis Twente ligt als een oase in een verstedelijkt stuk Overijssel, de vliegbasis Twente kan zo in de Ecologische Hoofdstructuur.

Natuurlijk domineert het luchtmachtbelang dan toch weer in de afwerking, de finesses. Hier en daar een dwars houtwalletje om het terrein minder aantrekkelijk te maken voor vogels die óók van fraaie vlaktes houden. Over de hele lengte van de hoofdbaan aan weerszijden een spleetgootje om regenwormen te weren van het asfalt, en daarmee vogels die van regenwormen houden.

En zo meer.

Niettemin. Op warme zomeravonden verzamelen zich uitgerekend in dit luchtruim de gierzwaluwen uit Enschede, Hengelo en 0ldenzaal om op insecten te jagen. Daar begin je niks tegen. Dan kun je alleen maar het vliegverkeer beperken.

Verrassingen. Vorig jaar is de baan gerenoveerd. De aangrenzende grond werd omgewoeld en opnieuw met een schraal grasmengsel ingezaaid. Een vreemd mengsel moet dat zijn geweest. Opeens overal vogelwikke, opeens allemaal duiven die in die peultjes kwamen pikken. Gauw maaien. (Nu staan daar overal margrieten.)

Veel muizen in dit terrein. Arie Dekker: ,,Op andere bases is dat minder. Verklaren kunnen we dit niet. Het zou aan de bodemgesteldheid kunnen liggen.''

Muizen trekken torenvalken aan. Je maait het gras, je berooft de muizen van hun dekking, je dekt als het ware de tafel voor torenvalken.

De vogelmannen op Twente hebben een kantoortje, en achter dat kantoortje hebben ze een schuurtje, en in dit schuurtje kweken ze muizen, en die muizen doen ze in klapvalletjes, en met die valletjes vangen ze torenvalken. Deze torenvalken brengen ze naar het ringstation Overdinkel, vijftien kilometer verderop. In een muizenrijk jaar tot 200 torenvalken.

Dus we staan met dat gele busje aan de rand van de baan. We kijken naar rechts. De volgende F-16 staat te popelen om op te stijgen. Jan Bergman: ,,Hier maaien we al in juni. Later in het seizoen, als de torenvalken talrijker worden, maaien we verderop, om ze van de baan weg te lokken. Maar vooral de jonge dieren, die hebben er een handje van om als ze een muis hebben gevangen, op het asfalt te gaan zitten om hem op te eten.''

Je zou zeggen: ze horen hem wel aankomen. Maar misschien betekent dit geluid gewoon niets voor ze. Of misschien is het de snelheid – in de natuur komt dit soort snelheden niet voor. Ze vliegen in ieder geval precies op het verkeerde moment op.

Jan Bergman: ,,Dan gaan we, als er een toestel vertrekt, kijken of we niet eerst zo'n beestje moeten wegjagen.''

Zo bescherm je de F-16 tegen een torenvalk. Zo bescherm je de torenvalk tegen een F-16.