De eerste seksbom

In een zaal vol bejaarden valt Maartje Duin als een blok voor een seksbom vermomd als buurmeisje uit een stomme film.

Op het eerste gezicht vond ik Clara Bow een muizige verschijning. Type girl next door? Type bibliothecaresse, als je het mij vroeg. Was dit de vrouw die Marylin Monroe en Madonna inspireerde, die geroemd werd om haar sex-appeal, was dit de eerste vrouw die de benaming `It-girl' kreeg?

Het hele bestaan van Clara Bow was aan mij voorbijgegaan, als de Academy of Motion Pictures for Arts and Sciences haar niet onder mijn aandacht had gebracht. De Oscar-organisatie viert dit jaar haar 75-jarig jubileum, en dat doet ze door alle 75 `Best Pictures' te vertonen in haar huistheater in Beverly Hills. Deze avond was een bijzondere: `Wings' werd gedraaid, de eerste film die de Oscar won, in 1929.

De zaal zat vol grijze koppen, die zich duidelijk voor de vertoning hadden opgedoft; ik voelde mij in mijn spijkerbroek een intrigant van een andere generatie.

Hollywoods Golden Age, voorafgaand aan de depressie, kende ik alleen van de theaters op Broadway in Downtown LA, nu een straat vol goedkope horlogewinkels en oorverdovende latino-muziek. Uit de theaters zelf is elk leven weggetrokken – sommige doen dienst als kerk, andere alleen soms nog als filmlocatie. Het leek alsof dat leven vanavond opeens weer opdook, vijfenzeventig jaar later, aan het andere eind van de stad, de avondjurken verruild voor steunkousen – al zag ik in mijn nostalgische reconstructie enkele pas gepensioneerden voor hoogbejaarden aan.

`Wings' heeft een eenvoudige verhaallijn: twee jongens uit hetzelfde stadje (Buddy Rogers en Richard Arlen) zijn verliefd op hetzelfde meisje. Die rivaliteit verandert in vriendschap als ze samen piloot worden in de Eerste Wereldoorlog. Een hoop luchtgevechten volgen, waarbij Arlen uiteindelijk sneuvelt doordat zijn vriend hem voor de vijand aanziet. Ondertussen zien we de wanhopige pogingen van een tweede, onopvallend buurmeisje dat zich als Rode Kruis-soldaat aan het front heeft gemeld om Rogers voor zich te winnen.

De laatste, in legerpak met rijglaarsjes, is Clara Bow, en op dit punt van de film was ik als een blok voor haar gevallen. Ik begreep het bewonderend gefluister dat ik in de pauze opving, voor haar acteerwerk en haar sex-appeal – bijna te subtiel om zo genoemd te worden, maar genoeg om anno 2003 een zaal met tweeduizend man geboeid te laten kijken naar een veel te lange stomme film.

Clara Bow, leerde ik later, werd vaak voor dit soort rollen gecast: gewone meisjes die aan het eind hun zin (lees: hun man) kregen. Zelf leidde ze een ongewoner leven. De bladen stonden bol van haar drank- en gokzucht en vooral van haar seksuele escapades. Avontuurtjes die, zo speculeerde de pers, haar aandacht moesten afleiden van een ongelukkige jeugd in Brooklyn, waaraan ze op zestienjarige leeftijd ontsnapt was. Gary Cooper, Gilbert Roland en Victor Fleming waren enkele van haar `verloofden', zoals Bow ze eufemistisch noemde.

Was de ondergang van haar carrière een verrassing voor haar? Een meisje dat in de jaren twintig op filmsets vrolijk de penisgrootte van haar vriendjes beschreef, had de rel kunnen zien aankomen: het bericht dat zij het voltallige football-team van de University of Southern California `ge-entertaind' zou hebben. De mythe was niet te verifiëren, maar rollen kreeg Bow niet meer. Letterlijk ziek van de geruchten, trok zij zich terug in Nevada met haar echtgenoot Rex Bell. Ze was 26, een van Hollywoods grootste legendes, en haar loopbaan was ten einde. In 1965 stierf ze een relatief anonieme dood.

Hoe zou het Clara Bow vergaan zijn als ze nu geleefd had? Ik moest denken aan golddigger Anna Nicole Smith met haar eigen reality-show; aan Monica Lewinsky, die een dating-programma presenteert; aan Christina Aguilera die in elk interview rept van haar piercings op `zeer bijzondere plaatsen'. Bows promiscuïteit zou haar geld opleveren in plaats van kosten. Maar ik wil graag geloven dat ze ervoor had bedankt om in bovenstaand rijtje te worden opgenomen. Clara Bow was een rebel, naief en hunkerend naar liefde, maar niet sluw en op geld belust. Of net sluw genoeg om zelfs mijn generatie te laten geloven in het beeld van een seksbom, vermomd als bibliothecaresse.