Christelijke fatwa tegen Turkije is ongepast

In een vraaggesprek met het Italiaanse dagblad Corriere della Sera verzet Jean-Louis Tauran, minister van Buitenlandse Zaken van het Vaticaan, zich tegen toetreding van Turkije tot de Europese Unie (NRC Handelsblad, 26 mei). Ook is de kardinaal tegen een lidmaatschap van Israël en Rusland. Katholieke landen als Moldavië en Oekraïne vinden daarentegen wel genade in zijn ogen.

In Europa is volgens de afgezant van de Heilige Vader kennelijk geen plaats voor landen met een islamitische, joodse of orthodoxe signatuur. En er is nog een nadere reden gegeven voor de afwijzing: in het geval van Rusland, Turkije en Israël zal het respecteren van de mensenrechten en de bescherming van minderheden ,,een probleem blijven''.

De mening van het Vaticaan laat hiermee aan duidelijkheid niets te wensen over. De leiding in Vaticaanstad gaat nog een stap verder dan Delors, Kohl en recentelijk Giscard d'Estaing, die zich in hun afwijzing van nieuwe EU-lidstaten beperkten tot islamitische landen.

Om zijn opvatting tegen onder andere een Turkse toetreding te onderbouwen, werpt de kardinaal ,,het erfgoed van de dierbare Europese waarden'' in de strijd, dat onverenigbaar zou zijn met de Turkse equivalenten. Maar hij verzuimt helaas aan te geven wat die waarden precies zijn en wat het specifiek christelijke karakter ervan is. Hij mist daarmee een kans bij te dragen aan een verheldering van de discussie over de grondslagen van Europa.

Eind volgend jaar moet onder Nederlands voorzitterschap een besluit worden genomen over de Europese kandidatuur van Turkije. Officieel wordt geoordeeld naar de mate van politieke voortgang die Turkije heeft weten te maken, maar onderhuids spelen opvattingen mee zoals die vertolkt worden door het Vaticaan.

In de aanloop tot de besluitvorming zal met die onderhuidse gevoelens terdege rekening moeten worden gehouden om te voorkomen dat een positief besluit achteraf op verzet stuit of een negatief besluit de verkeerde signalen geeft.

Dit betekent dat Europese politici meer dan ooit duidelijk moeten maken dat Europa geen christelijke burcht is, maar in principe open staat voor landen die zijn constitutionele beginselen onderschrijven. Waar men kerkt, is in dit kader onbelangrijk.

Meer inzicht in Turkse normen en waarden zal eveneens verhelderend werken. Er hangt een schaduw van de conservatieve islam, die een heldere kijk op de Turkse samenleving vertroebelt en de Turkse werkelijkheid aan het zicht onttrekt. Overigens kan onze sterk geïndividualiseerde samenleving nog best wat `Turkse' waarden gebruiken zoals onderlinge solidariteit, familiezin, menselijke warmte en fatsoen.

De boodschap van het Vaticaan geeft voedsel aan de in Turkije populaire zienswijze dat religie de ware reden is waarom het land al bijna veertig jaar buiten de deur wordt gehouden. Het is een steun in de rug voor die elementen in Turkije die argwanend staan tegenover verandering en die – gelijk de kardinaal – na aansluiting bij Europa problemen voorzien op het gebied van minderheden en mensenrechten, zij het dat ze daar een wat andere invulling aan geven.

Ook radicale islamitische organisaties zullen zich gesterkt voelen door deze christelijke fatwa in hun jihad tegen corrumperende westerse zeden die – volgens onverdachte bron – ook nog van christelijke oorsprong zijn. Voor de moslims in Europa, die toch al het gevoel hebben tweederangsburgers te zijn, is het een treurige boodschap.

Mr. J.J. Jonker Roelants is voorzitter van de Stichting Nederland-Turkije en oud-consul-generaal in Istanbul.

www.nrc.nl/discussie : Moet Europa christelijk blijven?