Botsende wereldbeelden van twee olieconcerns

Shell en ExxonMobil – twee van de grootse oliemultinationals op de wereld, twee gescheiden werelden. Het Shell-concern steekt op eigen initiatief veel geld en tijd in het ontwik- kelen van duurzame energiebronnen, met de gedachte dat de voorraden olie en gas niet eeuwig meegaan.

Lijnrecht tegenover het Brits-Nederlandse Shell staat hun Amerikaanse branchegenoot ExxonMobil dat zich, bij monde van topman Lee Raymond, fel verzet tegen de gedachte dat bedrijven vrijwillig zouden moeten investeren in duurzame energie.

Windmolens, de ontwikkeling van waterstof, maar ook huiswerkbegeleidingsprojecten in grote steden. Energieconcern Koninklijke/Shell is met meer bezig dan alleen met de ontginning van oliebronnen en de verkoop van benzine. Het is geen pr-sausje, maar zeker ook geen goedgeefsheid, aldus topman Jeroen van der Veer: ,,We blijven natuurlijk wel een commercieel bedrijf.''

,,Potjes'', zo noemt Van der Veer de diverse duurzame projecten die Shell heeft op het gebied van energie. Potjes die vooralsnog geld kosten en waarmee Shell wellicht nooit iets zal verdienen. Potjes ook die het bedrijf wíl hebben om in te spelen op mogelijke toekomstige ontwikkelingen en omdat het bezig wil zijn met een zoektocht naar alternatieve energievormen.

,,Olie en gas zullen in onze filosofie ook de komende vijftig jaar een belangrijk deel van de energievoorziening blijven uitmaken. Maar de voorziening zal meer divers worden, duurzamer. En daar willen wij op inspelen'', aldus de president-directeur van Koninklijke Olie, de Nederlandse tak van Shell, het concern waarvan hij ook vice-voorzitter is. ,,We claimen niet te weten welke energievormen groot zullen worden en we werken met een langetermijnvisie. We proberen een sterke positie in markten op te bouwen voor als het straks een grote en belangrijke markt wordt.'' Daarnaast, zegt Van der Veer, verwacht de samenleving dat Shell zoekt naar de energiebronnen van morgen. Een zoektocht die Shell zelf vanuit het standpunt van eigenbelang ook als noodzakelijk beschouwt. ,,We kunnen ons alleen bezighouden met olie en gas, maar als die op een dag op zijn, zou dat het einde van het bedrijf betekenen.''

Daarom `gokt' Shell op een aantal ontwikkelingen, gaat het samen met stroombedrijf Nuon een windpark op zee bouwen, stopt het geld in de ontwikkeling van waterstof, koopt het windparken op in de Verenigde Staten en onderneemt het projecten als het zonne-energieproject in Sri Lanka. ,,Daar zaten mensen zonder stroom, maar door zonnepanelen op de daken hebben ze nu wel elektriciteit'', vertelt Van der Veer. ,,Daarbij draaien ze na één jaar break-even, dat is alles bij elkaar een fantastische prestatie. Nu gaan we kijken of we de kennis van dit project elders kunnen gebruiken.''

De afweging blijft of projecten winstgevend kunnen worden op de lange termijn. ,,Het moet substantie hebben en we moeten het kunnen uitbreiden naar andere landen. Kleinschaligheid is niets voor Shell, dat kunnen we helemaal niet managen.'' Verder, zo vertelt Van der Veer, moet het bij de cultuur van Shell passen en moet het management het gevoel hebben dat een project succesvol kan worden.

Zo'n `gok' op de lange termijn is waterstof. Een vorm van duurzame energie-opwekking waarbij aardgas wordt gebruikt en waarbij een auto alleen maar water uitstoot. ,,Er is nog veel nodig voordat dat op een commerciële basis kan worden ingevoerd. Maar aan de andere kant kunnen ontwikkelingen snel gaan, kijk naar wat er gebeurde met de personal computer'', aldus Van der Veer die vorige maand persoonlijk naar IJsland vloog om het eerste waterstofpompstation van Shell te openen. Het bedrijf heeft tot op heden 100 miljoen dollar geïnvesteerd in waterstof. Dat lijkt summier vergeleken met de 500 miljoen tot één miljard dollar die het tussen 2001 en 2006 zal investeren in duurzame energiebronnen. ,,Dat zijn zeer grote bedragen voor deze markt en ik vind honderd miljoen een behoorlijke pot voor iets dat geen geld opbrengt'', is het droge commentaar van de Shell-topman. ,,Bij zonne-energie en windenergie zitten we nog in de aanloopverliezen, maar daar komen al wel inkomsten uit.''

Van der Veer benadrukt dat Shell, hoewel de commerciële kant van projecten belangrijk is, ook kijkt naar het bredere perspectief, naar de samenleving als geheel. De reden? Omdat winst, aldus Van der Veer, nu eenmaal de uitkomst is van verantwoord ondernemen op de lange termijn. Als voorbeeld noemt hij het Athabasca-project in Canada waar Shell olie wint uit oliezanden. ,,De winning hiervan heeft een grote invloed op het milieu en de bevolking daar. We willen graag een bedrijf zijn dat bezig is met duurzaamheid en met de samenleving. Dat als mensen in Canada moeten kiezen wie de olie mag gaan winnen, dat Shell dan het bedrijf is met wie men samen wil werken.''

Dat betekent niet alleen duurzame energie, maar ook projecten als huiswerkbegeleiding in de wijken van grote steden en de sponsoring van een leerstoel voor duurzame groei aan IMD, de business school in Lausanne. ,,Bedrijven vervreemden van wijken die om hen heen liggen, omdat de bewoners er steeds minder vaak zelf werken. Dan helpt het niet om wat geld te stoppen in de lokale fanfare, dan moet je een zinvolle manier vinden om te communiceren, zoals wij proberen rond Pernis met het opzetten van buurtcommissies'', aldus Van der Veer. Ook als het Shell-concern zelf niet de zin zou inzien van dergelijke projecten, is het volgens de topman niet mogelijk om onder zulke activiteiten uit te komen. ,,Als bedrijf kan je jezelf niet losmaken van de samenleving waar je zelf deel van uitmaakt, dat geeft te veel spanningen.''

Die samenleving kijkt met een kritische blik naar bedrijven als Shell en de oliesector, en roert zich vooral als er iets misgaat. Als er een oliebron lekt in Nigeria, als de milieubeweging Greenpeace acties begint tegen Shell over het afzinken van een olieplatform, als er een tanker zinkt. Duurzaamheid kan volgens Van der Veer helpen dit soort incidenten te verminderen. ,,Als duurzaamheid in de filosofie van een bedrijf zit, echt in het DNA van het bedrijf, dan denken mensen meer over het onderwerp na en komen dit soort fouten wellicht minder vaak voor.''