Botsende wereldbeelden van twee olieconcerns

Shell en ExxonMobil – twee van de grootse oliemultinationals op de wereld, twee gescheiden werelden. Het Shell-concern steekt op eigen initiatief veel geld en tijd in het ontwik- kelen van duurzame energiebronnen, met de gedachte dat de voorraden olie en gas niet eeuwig meegaan.

Lijnrecht tegenover het Brits-Nederlandse Shell staat hun Amerikaanse branchegenoot ExxonMobil dat zich, bij monde van topman Lee Raymond, fel verzet tegen de gedachte dat bedrijven vrijwillig zouden moeten investeren in duurzame energie.

ExxonMobil is onlangs weer eens verkozen tot de milieuonvriendelijkste van de vier grote oliemaatschappijen. Dit keer was het een rapport van Claros, een Engels instituut voor maatschappelijk verantwoordelijk beleggen, in samenwerking met een soortgelijke groep uit Boston, dat ExxonMobil ervan langs gaf. Het Amerikaanse bedrijf zou, in tegenstelling tot Shell, BP en ChevronTexaco, het risico van het broeikaseffect van zijn olie- en gaswinning in 120 landen over de wereld onvoldoende bekendmaken aan zijn aandeelhouders. Reden, aldus de onderzoekers, is dat ExxonMobil het probleem onvoldoende onderkent. ExxonMobil is in denial, zoals dat heet.

De reactie van de ExxonMobil-woordvoerder in Irving, Texas, waar het hoofdkantoor is gevestigd, op deze kritiek was klassiek: ,,Er wordt een heleboel drukte gemaakt over wereldwijde klimaatverandering, en wij gaan niet meedoen aan de pr-activiteiten waar andere bedrijven bij zijn betrokken en noch aan de pr-activiteiten waarbij sommige milieugroeperingen zijn betrokken.'' De 64-jarige ExxonMobil-topman Lee Raymond, herkenbaar aan zijn royale onderkin, imposante basstem, en eigenwijze, politiek incorrecte uitspraken, zal geen seconde wakker liggen van wat Claros en andere `ethische beleggers' nu weer op zijn bedrijf hebben aan te merken. Ten eerste is het niets nieuws. Al sinds de olieramp met de Exxon Valdez in maart 1989 is ExxonMobil een geliefd doelwit van alle mogelijke groeperingen, van anti-globaliseringsdemonstranten tot mensenrechtenactivisten.

Ten tweede weet Raymond dat hij de held is voor de grootste groep beleggers, althans in de Verenigde Staten. Waarom? Omdat hij de resultaten van ExxonMobil, en daarmee de koers van dit op een na grootste fonds ter wereld, de laatste jaren uitstekend op peil heeft weten te houden. Deze maand maakte ExxonMobil bijvoorbeeld een kwartaalwinst bekend van netto 7,04 miljard, bijna evenveel als, zeg, het nationaal product van IJsland. Weliswaar was dit voor een groot deel te danken aan de stijging van de olieprijzen door de oorlog in Irak, maar toch. Raymond wordt door Wall Street geroemd om de manier waarop hij leiding geeft aan het megabedrijf dat in 1999 ontstond uit de fusie van Exxon en Mobil.

Ten slotte komt Raymond er rond voor uit – het bedrijf noemt dit zelf een kwestie van ,,integriteit'' – dat het niet mee wil huilen met de wolven in het bos. Deze houding past goed bij het cowboykapitalisme zoals dat hoogtij viert in het tijdperk-Bush. Broeikaseffect? Niet bewezen, aldus ExxonMobil, dat daarmee een minderheidsstandpunt overneemt uit de wetenschappelijke gemeenschap. Alternatieve energie? ,,Complete geldverspilling'', zo tekende het Britse zakenblad The Economist onlangs uit Raymonds mond op. Zonne-energie is volgens zijn berekening drie à vijf keer zo duur als olie, en minder betrouwbaar.

De brandstofcel dan, gebaseerd op waterstof? Een leuk experiment, meent Raymond, maar het is volstrekt naïef om te denken dat die technologie binnen afzienbare tijd zal doordringen tot de gemiddelde autogebruiker, zelfs met overheidssteun. ,,Het grote probleem met de brandstofcel is dat het veel geld en energie kost om de brandstof vrij te maken. In tegenstelling tot, u raadt het al, olie.''

Denk niet dat ExxonMobil geen schoner milieu wil. Maar het bedrijf heeft meer vertrouwen in technologie die de efficiëntie van de huidige brandstofmotoren verhoogt en de uitstoot van schadelijke stoffen vermindert. Om die technologie te ontwikkelen heeft het bedrijf, samen met onder andere General Electric (dat evenmin bekendstaat om zijn groene identiteit) eind vorig jaar 100 miljoen dollar geschonken aan Stanford University. ExxonMobil is bereid de resultaten te delen met de rest van de industrie, zo plaagde Raymond bij de bekendmaking van het project. Hoewel de ExxonMobil-topman het niet zal willen toegeven, wekt hij – door zo overduidelijk in `schone' technologie te investeren – toch de indruk te zijn bezweken onder de druk van de publieke opinie. In 2001 werd het bedrijf in Engeland en elders geboycot wegens zijn succesvolle lobby bij de regering-Bush om zich terug te trekken uit het milieuverdrag van Kyoto.

Het argument voor Raymonds stelling dat olie nog tot zeker halverwege deze eeuw de dominante brandstof zal zijn, is simpel. ,,Als economische groei voorop staat in alle delen van de wereld en je dus geen genoegen neemt met economische nulgroei'', zei hij in een interview, ,, dan kan alleen olie voldoen aan de toename in de vraag naar energie om die groei te verwezenlijken.''

Raymond heeft een welhaast grenzeloos vertrouwen in de kracht van olie op een vrije markt. Volgens hem ligt het zwarte goud niet alleen aan de bron van zijn eigen rijkdom (hij verdient ten minste 10 miljoen dollar per jaar) en die van oliesjeiks, maar zelfs aan die van de Westerse beschaving. Nu zijn historici het erover eens dat zonder olie de industriële revolutie niet mogelijk was geweest, maar tegelijkertijd zijn er ook onderzoekers die erop wijzen dat de komst van oliemaatschappijen in DerdeWereldlanden voor die landen zelf meestal eerder een vloek dan een zegen betekent.

Het Amerikaanse olieconcern ligt niet onder vuur wegens de opstelling van het bedrijf op milieugebied. Ook dat ExxonMobil aanwezig is in gebieden die worden gekenmerkt door armoede en politieke onrust, zoals Angola, Tsjaad en Atjeh, zijn een steen des aanstoots voor ethische beleggers. Exxon wordt er al een tijdje door Campaign ExxonMobil, een activistengroep uit Austin, Texas, van beticht zich medeplichtig te maken aan de wandaden van het Indonesische leger tegen de rebellen in Atjeh. Over Exxons activiteiten in dit soort brandhaarden, zei Raymond: ,,Je moet nou eenmaal wezen waar de olie is.''