ALLES VOOR DE SPORT

Het Echnaton in Almere is begonnen met sport- en zelfs topsportklassen. Het rooster kent geen gym en geen muziek. `Als je de nadruk legt op wat het kind goed kan, wint het aan zelfvertrouwen.'

Op het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) autotechniek doen als je sportleraar wilt worden? Het lijkt een bizar voortraject, maar de realiteit is dat het vmbo geen richting kent die aansluit op de mbo-opleiding tot sportleraar. In dat gat is dit jaar de Openbare Scholengemeenschap Echnaton in Almere gesprongen, met de start van de opleiding Sport, Veiligheid en Dienstverlening. Het is de nieuwste loot aan de stam van de school, die zo haar visie het onderwijs laten aansluiten bij de talenten en de interesses van de kinderen gestalte probeert te geven.

``Bij ons word je uit de klas gehaald omdat je iets goed kunt, niet omdat je iets niét kunt'', zo begint projectleider (top)sport René Maertens zijn verhaal in zijn kantoortje op school. Hij is de bezielende kracht achter de sportieve richting die de school zes jaar geleden insloeg. Toen startte Maertens gratis (door de gemeente gesubsidieerde) buitenschoolse sportactiviteiten voor alle leerlingen, vier dagen per week. Na het succes van dit project ontwikkelde Maertens sportklassen, waarbij kinderen dagelijks sport op het rooster hebben staan, EHBSO (Eerste Hulp bij Sportongelukken) krijgen en leren wat goede voeding is, en waarom dat belangrijk is.

En dan is er nog het paradepaardje: de topsportklassen, bestemd voor kinderen die regionaal tot de top in hun sport horen, en daarin verder willen, maar ook hun schoolcarrière met succes willen afronden. Om beide doelen te kunnen verwezenlijken maakt Echnaton het de leerlingen zo gemakkelijk mogelijk. Of beter: het onderwijs wordt voor hen zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt, zodat ze het bijltje er niet bij neergooien. En met succes, want in het vmbo, waar de meeste topsporters zitten, is volgens Maertens nauwelijks uitval.

Voor de topsporters wordt het lesrooster zoveel mogelijk aangepast aan hun trainingsschema's. Inhalen van lessen is nooit een probleem. Verder vervalt een aantal vakken zoals gym en muziek. Leerlingen krijgen minder techniek en handvaardigheid. En de docenten proberen de inhoud van de lessen zo sportief mogelijk te maken. Dus schrijven leerlingen bij Nederlands niet zomaar een flauw nepbriefje, maar maken ze een uitnodiging voor een sportdag voor de basisschool in de buurt. En versturen ze die brief echt en organiseren ze die sportdag ook zelf.

Van de 1150 leerlingen het Echnaton is ook nog steeds een `gewone' scholengemeenschap voor vmbo, havo en vwo zit zo'n tien procent in de afdeling topsport. In de onderbouw is dat echt een aparte afdeling, in de bovenbouw (nog) niet. De leerlingen beoefenen uiteenlopende sporten: voetbal, golf, tennis, honkbal, streetdance, turnen. De meesten komen gewoon uit Almere en wonen thuis, op een enkeling na die van verder komt en bij familie woont. Echnaton heeft geen campus.

Eén van de topsport-leerlingen is de dertienjarige Amy Rotgans uit 2-vmbo. Zij heeft 1e Dan, zwarte band Taekwondo en is twaalfvoudig Nederlands Kampioen (de kampioenschappen worden twee keer per jaar gehouden en bestaan uit verschillende onderdelen waarop je kunt winnen). Ze is één keer Europees kampioen geworden en vorig jaar werd ze vierde op de wereldkampioenschappen in Miami. Daarvoor kreeg ze verlof van school. Vier avonden per week traint Amy op een sportschool in Amsterdam, waar haar vader haar naar toe brengt en weer ophaalt.

Ze is blij dat ze op Echnaton zit, vertelt ze. ``Hier krijg je elke dag huiswerkbegeleiding van je mentor. Zo heb ik 's middags nog even tijd om te spelen.'' Maar dat spelen gebeurt nauwelijks met kinderen van school, zo blijkt. ``Want iedereen moet op een andere tijd trainen, dus het lukt niet om af te spreken.'' Erg vindt Amy dat niet, zegt ze. ``Ik heb twee vriendinnen in de buurt wonen en op de sportclub heb ik vriendinnen.''

Op de vraag waarom ze voor Taekwondo heeft gekozen, lacht Amy verlegen. Ze frummelt aan de zoom van haar lila t-shirt en weet niet goed wat ze moet zeggen. ``Het is gewoon leuk, de technieken, het balanceren.'' ``Laat maar even zien'', spoort Maertens haar aan. En dat doet ze. Met haar vuisten en voeten slaat en schopt ze naar een denkbeeldige tegenstander. Heel geconcentreerd, met een perfect beheerste ademhaling. Geen gegiebel, geen verlegen lachjes. De onzekerheid voorbij. ``Kijk'', zegt Maertens, ``dat bedoel ik nou. Als je de nadruk legt op wat een kind góed kan, in plaats van altijd maar te hameren op wat het nog níet kan, krijgt zo'n kind veel meer zelfvertrouwen.''

Eigenlijk zijn het de frustraties uit zijn eigen jeugd die Maertens ertoe hebben gebracht om de topsportklas op te richten. Hij was zwemmer, maar op school werd nooit aan zijn talent geappelleerd. ``Ik zat achterin in de klas als domste jongetje. Maar waar ik wél goed in was, mijn zwemtalent, daar werd nooit aandacht aan besteed. Dus voel je je steeds kleiner worden.'' Zwemmen en school waren voor de kleine René Maertens twee werelden, die elkaar niet raakten en die ook geen rekening met elkaar hielden. Dat moet anders, beter, bedacht hij, toen hij zelf in het onderwijs ging werken als gymleraar. En zo ontstond de topsportklas, die het kind en diens talent centraal stelt.

``Maar'', benadrukt Maertens, ``schoolwerk komt op de eerste plaats. Wie zijn schoolwerk laat versloffen, mag niet trainen. Daarover hebben wij hele goede afspraken kunnen maken met alle sportclubs waar onze leerlingen bij spelen, zelfs met Ajax.''

Max van der Burgt (15, 3-vmbo) wil later prof-basketballer worden. ``In Amerika.'' Hij is nu 1.84 meter, maar hoopt wel door te groeien tot 1.90 meter. Max speelt het liefst als `forward', ``maar wij zijn nog zo jong dat we alle posities kunnen spelen''. Hij traint vier keer per week voor en na schooltijd. Max zit alleen maar hier ómdat hij zo goed basketbalt. ``Toen ik nog op mijn vorige school zat speelde ik al bij Omniworld. Maar de trainer zei dat ik, als ik écht hogerop wilde, naar Echnaton moest gaan, omdat Omniworld in de zalen van de school traint en het lesroosters zijn aangepast aan de trainingsschema's.''

Vanaf volgend schooljaar zullen de leerlingen van oud-topsporters les krijgen in de kennis en vaardigheden die een sporter moet bezitten om tópsporter te kunnen zijn: weten wat je eet, over mentale kracht beschikken en weten wat je wel en niet tegen een journalist moet zeggen, om maar eens iets te noemen. Daarvan krijgt Max alvast een voorproefje. Op de vraag of hij al dat basketballen nou nooit eens beu is, antwoordt hij schouderophalend `nee'. Maar dat antwoord is René Maertens niet gepassioneerd genoeg. ``Max, je moet zeggen, `nee, ik ben het nooit beu, want ik word steeds beter'.''