Zo krols als de kat vroeger

De jaren zeventig: dat was de tijd van het alles-moet-kunnen, de tijd van vrije seks en vrijblijvend verzet en eeuwig studentendom. Althans, in West-Europa. Turkije, waar de hoofdpersoon van Seltsame Sterne starren zur Erde vandaan komt, kent in die jaren een militaire dictatuur en een groot deel van de oppositie zit in de gevangenis. Redenen genoeg voor deze hoofdpersoon om haar land te ontvluchten. Hoewel er ook particuliere redenen zijn. Haar huwelijk is gestrand. Haar liefde voor het theater is heviger dan ooit. Haar nieuwsgierigheid is onbevredigd. Emine verruilt het vertrouwde Istanbul voor het vreemde Berlijn, dan nog een gedeelde stad. En daar begint zij haar onstuimige avonturen te noteren, in een dagboek dat vrijwel integraal in Seltsame Sterne is opgenomen.

Emine Sevgi Özdamar leverde een autobiografie en een Bildungsroman, een stel memoires en een zedenschets ineen, en ze vernoemde het geheel naar een dichtregel van Else Lasker-Schüler. Een joodse Duitse, een vreemdelinge in de Duitse letterkunde net als zijzelf, een zeldzame ster die, zo suggereert Özdamar, vanuit haar excentrieke positie de wereld verwonderd beschijnt.

Verwonderd en losbandig. De jonge Turkse vrouw belandt in een commune in het westelijke deel van de stad, waar ze meteen in bad gaat met een paar andere meiden. Een mannelijke medebewoner lacht haar in de spiegel toe en even later ligt zij met hem in bed, ook al heeft hij al een vriendin en weet ze dat. Ze loopt naakt door de gemeenschappelijke woning, ze flirt met de mannen van het theater waar ze is gaan werken, ze schaamt zich nergens voor. En waarom ook? Baas in eigen buik, leert ze van de feministen. Weg met de seksuele repressie, hoort ze van de marxisten. En haar grootmoeder vertelde haar toen ze een kind was dat zij haar krolse kat moest laten lopen, want `zoals jouw kat nu is, zo ben jij straks ook'. Niks geen islamitische preutsheid, daar bij die Turkse oma, maar zinnelijk pragmatisme, fris en onverbloemd geil.

Jammer alleen dat Özdamar zo koketteert met haar erotische gaven. En met haar exotische schoonheid, haar aantrekkingskracht op haast alle mannen, haar grote gulle hart. `Jij bent een fenomeen hier in het oosten, jij hebt de warmste ogen van de hele stad', zegt toneelschrijver Heiner Müller op een dag tegen haar. Özdamar geeft het verheerlijkt door. Emine is de mooiste, de tofste en intelligentste; iedereen valt op haar en zelfs de vriendin van haar commune-bedgenoot moet toegeven dat haar rivale toll is. Ja, haar hart is groot, maar ook weer niet oneindig. Het strekt zich uit tot mensen zoals zijzelf, linkse mensen net buiten de marge, en tot de echte marginalen, zoals de hoertjes die Özdamar leren fietsen. Aan alle anderen schenkt zij beduidend minder aandacht. Burgerlui negeert ze straal, evenals rechtse rakkers en wakkere middenstanders. Met als uitzondering de grenswacht aan de Oost-Duitse kant: hij matst haar steeds als zij vis naar het Westen wil exporteren, een verboden daad die hij beloont met een verliefde blik.

Een grensgangster, zou je denken, ontwikkelt een scherpe kijk op de verschillen tussen Oost en West. Zo niet Özdamar. Net als de warmte richt de verwondering van deze ster zich op streng geselecteerde objecten. Objecten die goedgekeurd zijn door de strijders voor een betere wereld, aan beide zijden van de Muur. Niets tegen wereldverbeteraars. Maar Emine, die onvermoeibaar tussen haar West-Berlijnse commune en haar Oost-Berlijnse theater pendelt, vindt alles even prachtig. Als Brecht-adept heeft zij een baantje gekregen aan de Volksbühne van Benno Besson, waar Brechtiaans theater wordt gemaakt dat zich met de intenties van de Partij verdraagt. `Opbouw van het socialisme. De SED-districtssecretaris en Flint, een antifascist en communist in dit dorp, treden op,' noteert Emine tijdens de repetities van Müllers stuk Die Bauern braafjes. Ze heeft een schrift gekocht waarin ze de personages niet alleen beschrijft maar ook tekent: de functionarissen en de boeren, de Traktoristinnen en de over het socialisme debatterende studenten. Volgzame maar aardige krabbels, groot afgedrukt in het boek en ook, zo lezen wij, in een programmaboek van het theater.

Alweer die ijdelheid. Of is het kinderlijke trots? Er kleeft iets suspects aan Özdamars naïeve, vrolijke toon. Hij suggereert totale openheid en heeft toch wat te verbergen. Bijvoorbeeld reflectie, een kritische kijk op zichzelf. Zo blijft de Bildung van onze heldin eenzijdig. Terwijl de Brechtianen om haar heen heel dialectisch met paradoxen goochelen blijft Emine voor haar eigen tegenstrijdigheden blind. Ze verzet zich tegen conformisten. Maar haar eigen conformisme merkt ze niet op. Noch in West-Berlijn, waar ze zich de commune-mores onmiddellijk eigen maakt, noch in Oost-Berlijn, waar zij het politiek correcte theater moeiteloos onderschrijft. De ster uit de titel is in Duitsland minder vreemd dan ze zelf zou willen. En hoe vreemd is zij in de Duitse literatuur?

`Haar thema's waren joods, haar fantasie oriëntaals, maar haar taal was Duits, een vol, prachtig, teer Duits,' leest Emine op de omslag van de dichtbundel die geschreven is door de vrouw met wie zij zich identificeert. Soms komt Özdamar inderdaad in de buurt van Lasker-Schüler en bereikt zij een tedere volheid. Zo lezen we over de commune: `Als op zulke verwarmingsloze dagen de zeven vrienden door de lange, grote ruimte naar de keuken kwamen, ging hun hete adem in de kou een halve meter voor hen uit, alsof een vliegtuig aan de hemel een lange lijn trekt en een hemelstraat bouwt. [...] En als wij allemaal in de keuken om de grote, ronde tafel zaten en aten en daarbij spraken, zag ik zeven ademstraten boven de tafel als de lichtstralen van zeven zaklantaarns in een duistere nacht.' Maar de poëzie wordt in Seltsame Sterne algauw een maniertje. Noem vooral veel getallen (zeven vrienden, een halve meter, zeven ademstraten), personifieer de dingen (voer hete adem als iets tastbaars op), herhaal je mooiste vondsten (hier die straten natuurlijk) en voilà: het magische brouwseltje is klaar; het oosterse sprookje heeft Duitse woorden gevonden. Vreemder, en krachtiger, was Özdamars taal in haar eerdere boeken Moedertong, Het leven is een karavanserai en De brug van de Gouden Hoorn: overweldigende leeservaringen waren het. Wat een fabuleerlust, wat een vracht aan verbazingwekkende beelden, wat een betovering toen. Wat een spanning tussen droom en politieke misère, tussen oost en west. Wat een plastisch en ritmisch en eigenaardig en wonderschoon Duits. Daarmee vergeleken is Özdamars nieuwe boek maar gewoontjes. Misschien omdat de schrijfster alweer tientallen jaren in West-Duitsland woont. Geslaagde inburgering kan een verlies betekenen.

Emine Sevgi Özdamar: Seltsame Sterne starren zur Erde. Kiepenheuer & Witsch, 248 blz. €24,90