Ware patriot op wielen

Op de ochtend van 14 juli 1948 werd Palmiro Togliatti, leider van de communisten in Italië, op straat in Rome neergeschoten. Terwijl de artsen probeerden de kogels van de politicus uit diens borst te verwijderen, braken in het hele land rellen uit. Telefooncentrales, radiostations en wapendepots werden bezet, de eerste doden waren al gevallen. Rond vijf uur 's middags besloot premier De Gasperi Gino Bartali op te bellen: `Denk je dat je de Tour nog kunt winnen?'

Dat kon Bartali niet beloven – hij stond in het algemeen klassement ruim twintig minuten achter de Fransman Louison Bobet – maar wel vertelde hij de premier dat het `voor negentig procent zeker' was dat hij de volgende dag de zwaarste bergetappe van de Ronde op zijn naam zou zetten. De volgende dag won de oude kampioen Bartali inderdaad de etappe. Togliatti overleefde de aanslag en de rust in Italië keerde terug. De twee volgende etappes won Bartali trouwens ook, waarmee een dubbele mythe geboren was: die van de wielrenner die boven zichzelf uitsteeg om zijn land te redden en die van de politicus die geen andere uitweg meer zag dan een nationale zege in de Tour de France.

De episode staat in Wij waren allemaal goden, de reconstructie die Benjo Maso maakte van de Tour de France van 1948 – de tweede na de oorlog en een van de beroemdste uit de geschiedenis. Maso documenteerde zich met boeken en krantenverslagen uit verschillende landen en interviewde ook een aantal nog levende deelnemers, al is helaas van die interviews weinig letterlijk terug te vinden.

Maso heeft gekozen voor een beschrijving van etappe tot etappe, waarbij de spanning geleidelijk oploopt. Wij waren allemaal goden lezen is een ervaring die veel wegheeft van het volgen van een spannende Tour de France en dan niet het overgecontroleerde evenement dat nu jaarlijks plaatsvindt, maar een veel zwaardere en anarchistischer sportwedstrijd, waar een renner zijn kansen kan verspelen door op het verkeerde moment een gendarme uit te schelden, met een bekeuring en ernstig tijdverlies tot gevolg. De opzet heeft een nadeel: als een vijftal etappes voor het einde duidelijk is wie er wint, verdwijnt de spanning geleidelijk.

Wij waren allemaal goden stijgt uit boven het overgrote deel van wat er zoal aan te vaak mytheverliefde wielerboeken verschijnt: Maso maakt de welhaast religieuze sfeer die om de bijna onmenselijke prestaties van de deelnemers hangt, mooi invoelbaar, maar hij geeft zich er niet aan over. Constant blijft hij op zoek naar de precieze waarheid over de kleinste details van de tour. Hij benadrukt ook de nog weinig florissante, maar naar wederopstanding hunkerende toestand van Europa in 1948, inclusief de door de oorlog nog danig verstoorde relatie tussen Frankrijk en Italië. Juist door die volledigheid realiseer je je dat de wel nadrukkelijk naar sportmythologie verwijzende titel van het boek eigenlijk niet goed gekozen is: het woord `goden' had door `mensen' vervangen moeten worden.

Benjo Maso: Wij waren allemaal goden. Atlas, 304 blz. €18,50