Vaardigheden getoetst met schotschriften

Zijn de examens te doen voor hoogleraren? Herman Pleij, hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde (UvA) stortte zich op maatschappijleer.

Lastig, examen doen in een vak dat net, in de nieuwe plannen voor de tweede fase, is afgeschaft. Dat moet wel tot achteloosheid leiden. En daarna de schrik dat je er toch op afgerekend blijkt te zijn. De drie thema's waarover de liefst 33 vragen bij vwo-maatschappijleer dit jaar gaan sommige nog vertakt in deelvragen hebben betrekking op de euthanasiewetgeving, de WAO en ontwikkelingshulp. De maatschappelijke betrokkenheid spat ervan af, terwijl bijna elke vraag overbloesemt van bekommernissen rond ethiek en moraal.

Bij dit bladzijdenlange vragendossier hoort nog een bronnenboekje met teksten. De leerling moet zelf beslissen wanneer en waarnaar hij zal zoeken. En hoe verhalend de vraagstellingen ook zijn, de antwoorden dienen te gehoorzamen aan een strak regiem. Een schot hagel mag niet, want daarmee wordt de test gereduceerd tot prijsschieten. Ook het geven van meer argumenten dan gevraagd is verboden. Naar het teveel zal gewoon niet gekeken worden. Voor de beschikbare drie uur zijn het wel erg veel vragen. In feite wordt er een waaier aan intellectuele vaardigheden getoetst, opgehangen aan sociaal-maatschappelijke problematiek die bijgeleverd is in krantenartikelen.

Eerst moet de leerling de vragen kunnen analyseren, om ze vervolgens met eigen vragen en hypothesen hanteerbaar te maken. Dan dient de speurtocht te volgen in het bronnenboekje naar relevante gegevens en opinies, wat weer om heel wat tekstbegrip vraagt.

Daarbij gaat het beslist niet om simpele uiteenzettingen, maar eerder om een verwarrend kluwen aan polemische betogen en schotschriften waarin feiten, de gekleurde selectie daarvan en meningen fors door elkaar heenlopen, grove generaliseringen leidraad lijken en abstracties hoogtij vieren. Ten slotte moet er nog in verschillende stijlen geschreven worden, want vraag 31 veronderstelt een antwoord in de vorm van een ingezonden brief voor een opiniepagina. Aangenomen dat de correctie voorbeeldig wordt uitgevoerd ook een hele toer dan neem ik mijn pet af voor kandidaten die een zeven of hoger scoren.

Maar ze hoeven niks te weten. Alles is gericht op handzaam vernuft. Bij mijn eindexamen in 1961 bestond dit vak niet. Het is een typisch product van de jaren daarna. Betrokkenheid op elkaar en de samenleving hoorde de exponent te zijn van een democratische gezindheid, die je meteen als verplicht schoolvak moest leren. Alsof het er anders nooit van zou komen. Het is frappant dat uitgerekend deze didactische training in de beoordeling en bevordering van het wederzijdse welbevinden is uitgelopen op de huidige crisis in het openbaar bestuur. Zou Fortuyns LPF zonder dit vak meer of minder aanhangers geteld hebben?

Maatschappijleer wordt weer opgeslokt door klassieke vakken als geschiedenis. Terecht, want alle schoolvakken horen per definitie maatschappijleer te zijn. En de onder die noemer beoefende vaardigheden dienen ook daar het patroon te vormen. Maar het huidige apartheidsbeleid lijkt die natuurlijke vervlechting eerder te ontkennen.

Het meest onthullend is echter de gêne om parate kennis te toetsen. Die hebben de kandidaten dan ook niet. Gelukkig ziet het onderwijs weer veel heil in het aanbrengen van een compacte bagage aan wetenswaardigheden. Zonder zo'n databank in je hoofd kun je nauwelijks vragen stellen. En al die vaardigheden, hoe diepgravend ook, blijven in de lucht hangen als ze niet getraind en getest worden in samenhang met het verstouwen en herkauwen van historische kennis.

Euthanasiewetgeving maakt deel uit van de geschiedenis van opvattingen over leven en dood, de WAO hoort thuis bij inzichten in staatsvormingsprocessen en de ontwikkelingshulp vloeit voort uit de verkenning van imperialisme en derde wereld. Maar van enkele decennia maatschappijleer kunnen we weten hoe je intelligente vragen stelt. En toetst.

WWW.NRC.NL/SCHOLIEREN: eindexamen