`Sluiting Ericsson is unieke kans voor ons'

Een `braindrain', zo werd de sluiting van de Enschedese vestiging van Ericsson genoemd. Een tiental werknemers is voor zichzelf begonnen.

De parkeerplaats van Ericsson biedt een net zo verlaten aanblik als op 30 september 2002, bij de werknemers bekend als `Black Monday'. Toen stroomde het kantoor leeg na de onheilstijding dat de Zweedse producent van telecomapparatuur het Enschedese ontwikkelcentrum voor UMTS (derde generatie mobiele telefonie) ging sluiten. Nu, op formeel de laatste werkdag, is er eveneens weinig bedrijvigheid. Verhuizers halen opeengestapelde bureaustoelen en apparatuur uit het pand en de laatste werknemers ontmantelen hun werkplek.

Fred Dijkstra en George Linnenbank brengen hun spullen van het Ericsson-pand naar een bedrijfsverzamelgebouw, driehonderd meter verderop. Daar gaan ze onder de naam Utellus software ontwikkelen voor chips die apparaten draadloos met elkaar moeten laten communiceren. ,,Dit is een uitgelezen kans voor ons'', zegt Dijkstra. De kennis die hij de afgelopen vier jaar als software-designer met UMTS heeft opgedaan, wil hij nu voor zijn eigen bedrijf uitbuiten. Het idee leefde al langer. ,,We zeiden in 2000 al dat Ericsson het best zou kunnen sluiten en dat wij dan behulp van een afvloeiingsregeling voor onszelf konden beginnen'', zegt Dijkstra. Hoewel ze er van overtuigd waren dat ze als ondernemer zouden slagen, durfden ze nooit zelf ontslag te nemen. ,,Je hebt een goede baan en dat betaalt elke maand lekker. Die drempel moet je toch over'', verklaart Dijkstra.

Met (financiële) steun van Ericsson, de provincie Overijssel, de gemeente Enschede, de Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij, de Kamer van Koophandel en de Universiteit Twente zijn in totaal negen bedrijven over de drempel van het eigen ondernemerschap geduwd. Het grootste bedrijf, WMC, is met zeventien werknemers feitelijk de verzelfstandiging van het onderzoek- en kenniscentrum van Ericsson. Achter de overige acht bedrijven, luisterend naar innovatieve namen als Xart en Innostack, schuilen Ericsson-eenlingen of duo's. Zij hebben geprofiteerd van de inspanningen om zo veel mogelijk van de werkgelegenheid van Ericsson voor Twente te behouden. Want de sluiting van Ericsson, het uithangbord van de ICT-bedrijvigheid die rond de Universiteit Twente is geclusterd, wekte veel beroering. Het verlies van zo veel hooggekwalificeerde werkgelegenheid werd betiteld als een `braindrain'.

De Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij (OOM) zocht in eerste instantie in Amerika en het Verre Oosten naar een overname-kandidaat voor het hele bedrijf. ,,We hebben een goed geöliede machine van driehonderd mensen in de etalage gezet'', zegt adjunct-directeur H. Ligtenberg van de OOM. Er werd met drie ICT-bedrijven concreet onderhandeld, maar tot een overname kwam het niet. Ericsson wilde geen opdrachten meegeven aan de mogelijke nieuwe eigenaar, terwijl daarnaast de algehele malaise in de ICT-branche een rol speelde. ,,Pure pech'', noemt Ligtenberg het.

Ericsson was coöperatiever bij de medewerkers die een eigen bedrijf wilden starten. Alle `doorstarters' zijn de laatste maanden vrijgesteld van hun eigenlijke werkzaamheden, mochten tegen een schappelijke prijs kantoorinventaris overnemen en kregen, bovenop de regeling in het sociaal plan, een startsubsidie van 5.000 euro. ,,Mooi meegenomen, kan ik toch weer een paar software-pakketten van kopen'', zegt Marga van Woensel. Twee volgepakte verhuisdozen staan op haar werkkamer klaar om meegenomen te worden naar huis. Van daaruit gaat ze als zelfstandig consultant bedrijven adviseren bij de aanleg van automatiseringssystemen. Haar eigen zaak, CoheSys, was nooit een ideaal, maar eind vorig jaar, toen de sluiting dichterbij kwam, ,,viel het kwartje'' bij Van Woensel. ,,Ik dacht, `wat ik hier voor Ericsson doe, kan ik ook voor andere bedrijven doen'.'' Het enige dat ze zal missen, is het contact met de lotgenoten. Op haar initiatief kwamen de negen `nieuwe' ondernemers het afgelopen half jaar wekelijks bij elkaar gekomen om ervaringen uit te wisselen en te luisteren naar adviseurs. Afgesproken is dat het contact wordt voortgezet via internet.

Behalve bij de nieuwe bedrijven hebben ongeveer honderd van de driehonderd ontslagen Ericsson-werknemers bij andere bedrijven een baan gevonden. Dit stemt H. Ligtenberg van de OOM, gelet op de economische recessie, niet ontevreden. ,,Belangrijk is dat WMC, het hart van het onderzoekswerk voor mobiele telefonie, voor de regio behouden is. Want wat eenmaal weg is, krijg je niet snel meer terug. En we hopen dat al die kleine bedrijven gaan ontkiemen.''