Partijlid

Onlangs publiceerde de Volkskrant een paginagroot interview met Joan de Wijkerslooth, voorzitter van het college van procureurs-generaal (17 mei). Anders dan zijn voorganger, Doctors van Leeuwen, die lid was van D66, heeft De Wijkerslooth geen uitgesproken politieke kleur. Wel is hij lid van een politieke partij en dat al vanaf zijn 21ste, zo meldde hij desgevraagd. Hij beschouwt zijn partijlidmaatschap als iets wat je moet doen ,,als je een beetje ordelijk mens bent''. Deze opvatting vind ik bijzonder sympathiek. Onder aanvoering van de LPF is er vorig jaar veel lelijks gezegd over de gevestigde politieke partijen. Waar slechts 2,5 (inmiddels 2,6) procent van de bevolking lid was van zo'n politieke partij gaf het geen pas dat partijleden met elkaar en onder elkaar allerlei fijne baantjes verdeelden, van burgemeesters en commissarissen van de koningin tot bestuursfuncties bij adviesorganen en zelfstandige bestuursorganen en hoge ambtenaarsposten, zo luidde vaak de kritiek. Her en der dreigden schandaaltjes vanwege te zeer politiek gekleurde personen op belangrijke functies. Was het wel terecht dat docenten aan de opleiding politicologie van de Universiteit van Amsterdam overwegend links stemden en zelfs actief waren voor de PvdA? Kon een politiek commentator bij de Volkskrant of NRC Handelsblad lid zijn van een werkgroep onder auspiciën van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA? Was het wel te verdedigen dat de moordenaar van Pim Fortuyn berecht ging worden door een rechter die lid was van diezelfde PvdA? Ex-minister Bomhoff van VWS vond zijn topambtenaar Peter van Lieshout te politiek betrokken en liet hem direct bij zijn aantreden overplaatsen naar een ander departement.

Hoewel er niets mis is met enkele van deze discussies de vraag of de media te links zijn is volstrekt legitiem, net als de vraag of een partijlidmaatschap conditio sine qua non is voor een bestuursfunctie, en we moeten afleren om spastisch te reageren op het moment dat iemand het waagt kritiek te leveren op de persoon van de rechter moeten we vooral niet doorslaan in het andere uiterste. Het andere uiterste is dat vrijwel niemand met maatschappelijke betrokkenheid en belangstelling voor de politiek zich nog durft aan te melden als lid van een politieke partij. Ga maar na.

Je kunt bezwaren hebben tegen politiek actieve rechters. Zijn die nog wel objectief? Zullen zij niet bevooroordeeld zijn tegenover de Boonstra's van deze wereld? Zullen ze in arbeidsconflicten niet automatisch de baas of automatisch de ondergeschikte in het gelijk stellen?

Je kunt bezwaren hebben tegen politiek betrokken ambtenaren in het algemeen en tegen politiek actieve functionarissen van het openbaar ministerie in het bijzonder. Zal hun partijlidmaatschap hen niet in de weg zitten bij het dienen van hun politieke superieuren? Zullen zij even loyaal zijn tegenover een minister van een andere partij als tegenover een bewindspersoon met dezelfde politieke kleur?

Je kunt bezwaren hebben tegen politiek geëngageerde journalisten. Zullen zij wel in staat zijn objectief te schrijven over politiek en politici?

En ten slotte kun je problemen hebben met politiek betrokken onderwijzers en universitair docenten. Zullen zij de tere kinderzieltjes en de kwetsbare adolescenten die aan hun zorg zijn toevertrouwd, niet gaan indoctrineren met hun politieke voorkeuren?

In een land waar nog geen 3 procent van de kiezers lid is van een politieke partij kun je je een al te sceptische houding ten opzichte van partijleden helemaal niet permitteren. Een democratie kan niet zonder politieke partijen en politieke partijen kunnen niet zonder leden, al was het maar omdat zij dan afhankelijk zouden worden van de staatskas of van giften uit het bedrijfsleven. Een gezonde politieke partij behoort bovendien een grote hoeveelheid leden te hebben die in het geheel geen politieke functie ambiëren, die niet willen worden genoemd op lijstjes van Neelie Kroes, die geen wethouder willen zijn en zelfs al gaan huiveren bij het idee te moeten fungeren als lid van de gemeenteraad.

Voor die mensen is hun partijpolitieke kleur van ondergeschikt belang. Zij zijn primair docent: zij zien veel liever een ijverige, slimme CDA-student dan een domme niksnut van hun eigen partij. Zij zijn primair journalist en gaan door roeien en ruiten om primeurs te halen of een scherp commentaar te leveren, ongeacht de politieke kleur van de minister ten koste van wie dat gebeurt. Zij zijn als rechter primair jurist en dan oriënteren zij zich op de wet en het recht. Ze zijn primair ambtenaar en als zodanig loyaal aan elke politieke baas. Het is waarschijnlijk erger voor een ambtenaar om te dienen onder een incompetente minister van de eigen politieke partij dan om loyaal te moeten zijn aan een bekwame minister wiens politieke ideeën men niet deelt.

Beroepsethiek en professionele normen wegen veel zwaarder dan politieke voorkeuren. Politiek is voor de meeste mensen maar bijzaak. Het is niettemin belangrijk om die politiek overeind te houden, want we kunnen niet zonder. Het is dus heel goed dat mensen als De Wijkerslooth het lidmaatschap van een politieke partij beschouwen als een soort burgerplicht.