Laatste vlucht van de veelbesproken `bel oiseau blanc'

Morgenmiddag valt op de Parijse luchthaven Charles de Gaulle definitief het doek voor één van de meest bejubelde en verguisde vliegtuigen uit de burgerluchtvaart: de Concorde. De laatste `bel oiseau blanc' landt om kwart voor zes na een vlucht van drie uur en een kwartier uit New York. Daarna houdt Air France op met de exploitatie van haar vijf legendarische, maar bejaarde supersonische toestellen, die cadeau worden gegeven aan luchtvaartmusea in de Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk. British Airways, dat over zeven van de nog twaalf bestaande Concordes beschikt, blijft nog tot oktober met de toestellen vliegen. Daarna is het afgelopen met het prestigieuze Frans-Britse vliegtuigproject uit de jaren zestig. Want een opvolger komt er niet. Vergaande verbeteringen, meer stoelen, minder kerosineverbruik en een grotere actieradius waaraan een opvolger moet voldoen, maken een rendabele exploitatie niet mogelijk.

Het leek in de ontwikkelingsfase van het toestel allemaal zo spannend: een vliegtuig als een soort tijdmachine. Wie uit Parijs of Londen naar New York of Rio de Janeiro reisde kwam daar aan op een tijdstip dat uren vroeger lag dan de (plaatselijke) tijd. Zo'n toestel wilde iedereen in de luchtvaart, dat in de jaren zestig nog een hoog `Peter Stuyvesant imago' uitstraalde, wel hebben. Bijna iedere grote luchtvaartmaatschappij nam een optie op de toestellen, maar niet KLM. Uiteindelijk werden er slechts

20 Concordes gebouwd. Alleen

British Airways en Air France hebben er mee gevlogen. De rest haakte, voornamelijk terugdeinzend voor de hoge kosten, geschrokken af.

Ook de technische-, politieke- en diplomatieke problemen rond het toestel stonden een voorspoedige ontwikkeling in de weg. De ontwikkelingskosten liepen dermate uit de hand dat zowel de Franse als Engelse overheid om financiële redenen moest heroverwegen of ze het project wel verder wilde financieren. Zelfs na de eerste geslaagde proefvlucht van het toestel op 2 maart 1969 vanuit Toulouse heeft de Britse regering nog overwogen af te haken.

Het duurde daarna nog bijna zeven jaar voordat het toestel commerciële vluchten ging maken. De eerste was op 21 januari 1976 van Parijs naar Rio de Janeiro. Maar verdiend op het toestel werd er door British Airways en Air France niet. De Concorde ontwikkelde zich tot het speeltje van de rijken, extravagante zakenlieden, popsterren en acteurs die champagnedrinkend met een snelheid van 2.300 kilometer per uur de oceaan overstaken. Een retourtje (huidige prijs 8.726 euro) was voor weinigen weggelegd.

Technisch waren er ook veel problemen met het toestel, hoewel grote ongelukken uitbleven. Tot 25 juli 2000, toen een Concorde van Air France vlak na de start bij Parijs neerstortte waarbij 113 inzittenden de dood vonden, alsmede vier gasten die in een hotel bij het vliegveld verbleven. De Britse en Franse luchtvaartautoriteiten trokken het bewijs van luchtvaardigheid in maar na technische aanpassingen mocht de Concorde weer vliegen. Na de aanslagen in New York liep de belangstelling voor het toestel, dat 90 ton brandstof per vlucht verbruikt (een gruwel in het oog van milieuactivisten) verder terug. Op 10 april viel bij British Airways en Air France het definitieve besluit de vluchten met de Concorde te staken.