Kweenie valt uit zijn verhaal

Het woord overrompelend lijkt te zijn uitgevonden voor het werk van Joke van Leeuwen. Haar boeken, waarin ze tekst en beeld combineert, zijn speels, onconventioneel, vol (taal)grapjes en gekke invallen. Ze getuigen van een groot oorspronkelijk talent dat alle kanten opspringt en zich iedere keer weer op een andere, verrassende manier manifesteert.

Zo heeft haar nieuwe boek Kweenie op het eerste gezicht wel iets weg van De wereld is krom maar mijn tanden staan recht uit 1995, maar bij nadere beschouwing zijn het toch onvergelijkbare grootheden. De wereld is krom is een soort strip met zwart-witte pentekeningen en summier commentaar. Ook Kweenie is een beeldverhaal heel aantrekkelijk in kleur ditmaal maar nu heeft Van Leeuwen veel meer geëxperimenteerd met vormgeving, typografie, verschillende teken- en collagetechnieken en de verhouding woord-beeld. Het boek is een visueel feest dat voortdurend van uiterlijk verandert. Nooit weet je wat de volgende bladzijde zal brengen; dat alleen al maakt het doorbladeren tot een verrukking, ook voor kinderen aan wie de portee van het verhaal voorbijgaat.

De eerste pagina's lijken voort te borduren op de sfeer en strekking van De wereld is krom, dat een sardonische interpretatie biedt van Joke van Leeuwens jeugd, haar angsten en fantasieën en de door volwassenen gehanteerde opvoedmethoden. De ikfiguur in Kweenie is wederom een meisje. Ze is alleen met haar vader en moeder die weinig tijd voor haar hebben, maar op cruciale ogenblikken wel hun ouderlijk gezag laten gelden (`GA JE NAAR BOVEN?; RUIM WEL EERST JE ROMMEL OP!'). Op weg naar haar kamer heeft ze bange visioenen van enge monsters die uit stopcontacten en door schoorstenen komen.

Veel verder reiken de overeenkomsten niet. In Kweenie is van een echte plot geen sprake. Er is wel een rode draad, die begint als het meisje in bed ligt. Haar moeder vertelt een verhaal, totdat ze even wordt weggeroepen. Dan gebeurt het: een wonderlijk wezentje met een grote, gele, snavelachtige neus tuimelt plotseling op het bed. Hij is gevallen uit een ander verhaal, zegt hij, dat nog maar net was begonnen. Daarom weet hij niet wie zijn ouders zijn, noch hoe hij heet. `Kweenie' antwoordt hij op alle vragen van het meisje.

Omdat hij erg bedroefd is en niet bij het meisje wil blijven, besluit ze hem te helpen zijn verhaal terug te vinden. Maar een verhaal zoeken dat begint met `Er was eens' is geen sinecure. Het meisje stelt voor: we doen allebei onze ogen stijf dicht en `We denken alleen maar Er was eens en niks anders. Ook niet even dat je neus jeukt of zo, of iets met boterhammen, niks. Misschien komen we dan in jouw verhaal terecht.'

Ze repeteren het zinnetje in hun hoofd net zo lang tot het één lange golvende klank wordt. En warempel: opeens staan ze in een verhaal. Maar dat van Kweenie is het niet. Dan begint een reis langs alle mogelijke andere verhalen waaronder krokodillenverhalen, doorgestreepte verhalen, stripverhalen, verhalen in het donker, verhalen die uitgeveegd worden, rebusverhalen, oude verhalen, windstille en stormachtige verhalen, verhalen met dezelfde woorden, verhalen die niemand mag kennen, verhalen die nog moeten komen. Een droge opsomming van de onderwerpen is al bijna even komisch als de wijze waarop Van Leeuwen ze uitwerkt.

De tocht resulteert in de gelukkige hereniging van Kweenie en zijn ouders. Hoewel dat er niet met zoveel woorden staat, is zijn voortbestaan daardoor verzekerd; het verhaal kan verder en wellicht wordt hij Iemand met een Identiteit. Buiten zijn verhaal is dat onmogelijk. Het thema lijkt een variatie op Luigi Pirandello's toneelstuk Zes personages op zoek naar een auteur waarin de personages niet kunnen bestaan zonder de bühne. Op een dag tijdens de repetities komen ze dan ook hun plaats opeisen.

Het is niet de enige literaire vergelijking die opkomt bij het lezen en bekijken van Kweenie. Wegens haar taalgevoeligheid en absurde logica is het werk van Joke van Leeuwen al vaker in verband gebracht met Lewis Carrolls Alice in Wonderland. Ook nu dringt het zich op: net als Carrolls meesterwerk is Van Leeuwens avontuur een reis door de verbeelding.

Maar de sterkste associaties hangen samen met Als op een winternacht een reiziger van Italo Calvino, een door Joke van Leeuwen bewonderde schrijver. De opzet van Kweenie, een raamvertelling met daarin telkens een verhaal dat na de aanloop afgebroken wordt om plaats te maken voor een nieuw begin, doet denken aan de structuur van Calvino's roman. Hierin zijn een Lezer en een Lezeres op zoek naar het onvindbare verhaal en stuiten daarbij steeds op nieuwe verhalen die op het hoogtepunt abrupt ophouden.

Toch lijkt Kweenie uiteindelijk het meest op zichzelf. Na een dichtbundel en de vorig jaar verschenen roman Vrije vormen voor volwassenen, heeft Van Leeuwen nu gelukkig weer alle leeftijden bediend. Het resultaat is typerend: Kweenie is zo eigenzinnig, vrolijk en inventief dat het alleen van Joke van Leeuwen kan zijn.

Joke van Leeuwen: Kweenie. Querido. 80 blz. Vanaf 10 jaar. €11,50