Kosovo-Steiner: relatie verzuurd

Michael Steiner, hoofd van het VN-bestuur in Kosovo (UNMIK) sinds 2001, gaat weg: één jaar Kosovo is te kort, twee jaar Kosovo is te lang, zei hij deze week.

Het afscheid van Steiner, die Duits ambassadeur bij de VN in Genève wordt, valt samen met een snelle verzuring van de betrekkingen tussen de Duitse diplomaat en de Kosovo-Albanezen. Toen de Duitse topdiplomaat naar Kosovo kwam slaagde hij er betrekkelijk snel in het verdeelde Kosovaarse parlement er toe te brengen eindelijk een president (Ibrahim Rugova) en een regering te kiezen. Maar heel veel méér doorbraken heeft Steiner niet geboekt. Dat is mede de schuld van de internationale gemeenschap, die al vier jaar zorgvuldig om het hete hangijzer van de toekomstige status van Kosovo heen loopt. Formeel maakt Kosovo nog altijd deel uit van Servië, al heeft Servië er niets te zeggen en is het in praktische termen ondenkbaar dat Servië ooit de soevereiniteit over Kosovo terugkrijgt. Maar dat mag niet hardop worden gezegd. De Kosovaren vinden echter zelf dat ze nu lang genoeg naar de VN hebben geluisterd. Ze willen het heft in eigen handen nemen, zelf hun land besturen en zich zo snel mogelijk ook formeel onafhankelijk maken van Servië.

De terughoudendheid van de internationale gemeenschap en UNMIK maakt de VN steeds minder geliefd in Kosovo. De mensen van UNMIK vormen inmiddels in de ogen van veel Albanezen een obstakel voor de economische ontwikkeling; wat doen ze anders dan met hun dikke salarissen in de beste restaurants van Priština rondhangen? De schoonmaker van Steiner verdient meer dan president Rugova. UNMIK heeft in de ogen van de Albanezen een ouderwetse bureaucratie neergezet, die de VN'ers graag in stand willen houden. ,,Ze verdienen hier meer dan thuis, gedragen zich als kolonisten, als Russische tsaren'', zei onlangs parlementsvoorzitter Daci.

Daarbij gaat het de bevolking niet beter. Na de oorlog in 1999 was het land in korte tijd grotendeels weer opgebouwd – de Kosovaren zijn de bouwvakkers van Europa. Maar nu zijn de meeste westerse hulporganisaties verdwenen en is er geen werk meer. Niemand durft te investeren in dit land zolang Kosovo niet onafhankelijk is, zeggen de Albanezen: pas na de onafhankelijkheid zal de economie aantrekken. Maar daarvan willen Steiner en de VN (nog) niets weten: voor 2004 mag de kwestie niet aan de orde komen. Het aantal Kosovaren dat vindt dat Kosovo zich niets van de VN moet aantrekken en eenzijdig de onafhankelijkheid moet uitroepen, neemt inmiddels toe. Voor de Amerikaanse regering was dat vorige week nog aanleiding te herhalen tegen de onafhankelijkheid van Kosovo te zijn.

De betrekkingen met Steiner zijn midden deze maand verder verslechterd toen het parlement in Priština een resolutie aannam waarin werd bepaald dat ,,de bevrijdingsoorlog van het volk van Kosovo in al zijn fasen en manifestaties een politieke strijd was''. Steiner reageerde woedend, omdat de resolutie tegen het beleid van verzoening met de Serviërs zou zijn en omdat wel het verzet van het vroegere Kosovo Bevrijdingsleger UÇK tegen de Servische overheersing werd gelegitimeerd maar niets werd gezegd over de UÇK-misdrijven tegen de Serviërs en tegen vermeende Albanese collaborateurs.

Dat was waar. Aan de andere kant maakte de resolutie een eind aan de diepe verdeeldheid onder de Kosovaren die de doelmatigheid van het Albanese zelfbestuur al heel lang parten speelt: de kloof tussen de aanhangers van president Rugova (de architect van het passieve verzet tegen de Serviërs tussen 1989 en 1999) en de aanhangers van het UÇK (dat in 1997 brak met dat passieve verzet en openlijk tegen de Serviërs vocht) werd door de resolutie gedicht. Die legitimeert immers de strijd ,,in al zijn fasen en manifestaties'', dus zowel in de fase van Rugova's passieve verzet als in die van de actieve strijd van het UÇK. En het dichten van die kloof is in de ogen van de Kosovaren veel waard.