`Ik vraag altijd: en toen?'

Sandra Cisneros wilde een kort verhaal schrijven over een familietripje naar Acapulco. Het werd een omvangrijke kroniek over haar MexicaansAmerikaanse familie. ,,Mexicanen maken alles mooier dan het is.''

Ze is een echte señora. Charmant, gecultiveerd, en ook een beetje stoer. Sandra Cisneros (1954) heeft donkere, levendige ogen en draagt een hemd, versierd met bloemen en paarlemoeren knoopjes. Haar vingers en oren zijn versierd met zilveren ringen vol turqoise stenen. Aan haar voeten prijkt een paar stevige cowboylaarzen. Onder haar arm draagt ze iets dat lijkt op een kleurige doek. ,,Dit is nou een caramelo'', zegt ze met een zangerige meisjesstem en toont een sjaal met een complex patroon van strepen toffee en vanille, afgewisseld met zwart-witte vlekken. Het is geen toeval dat de Mexicaans-Amerikaanse schrijfster voor haar bezoek aan Nederland een rebozo heeft meegenomen. De traditionele Mexicaanse sjaal vormt een belangrijk thema in haar laatste roman Caramelo. ,,Maar deze is niet van mijn grootmoeder'', voegt Cisneros eraan toe.

De moeder van haar vader is een van de belangrijkste personages uit Een huid van Karamel, een autobiografische kroniek over het leven van twee generaties Mexicanen en het eerste boek van Cisneros in Nederlandse vertaling sinds Beek van de brullende vrouw uit 1992. Cisneros beschrijft in Een huid van Karamel hoe de ikpersoon Celaya op zoek gaat naar een verklaring voor het slechte karakter van `de Vreselijke Grootmoeder'. De kleindochter stuit op een ongelukkig verleden en ontdekt dat haar oma nog maar één tastbare herinnering aan haar eenzame jeugd heeft overgehouden: een onafgewerkte caramelo rebozo – de sjaal die haar moeder, een weefster, nooit heeft kunnen voltooien. De rebozo is de rode draad door de levensgeschiedenis van Celaya's familie, een groot migrantengezin dat woont in Amerika maar droomt van Mexico.

Dat haar grootmoeder zo'n dominante rol in haar boek zou spelen, had Cisneros niet voorzien. Tien jaar geleden vatte de schrijfster, die in de Verenigde Staten doorbrak met haar roman The House on Mango Street (1984), het plan op om een kort verhaal te schrijven over een vakantietrip naar Acapulco die ze ooit met haar familie maakte. Het resultaat werd een boek waar ze tot vorig jaar aan schreef. ,,Ik wilde iets vertellen over een paar mensen die een dagje naar het strand gaan. Maar omdat ik alle personages zo goed kende, sloeg ik telkens weer een zijweggetje in. Want waarom was mijn grootmoeder eigenlijk zo'n onhebbelijk persoon? Dat moest ik uitzoeken.'' Cisneros schiet in de lach. ,,Op een gegeven moment werd ik kwaad op mezelf. Waarom moest ik zo'n gecompliceerd verhaal schrijven! Maar ik kon er niets aan doen. Ik ben een fisgóna. Een snuffelaarster. Een nieuwsgierig aagje. Als iemand iets vertelt, vraag ik altijd: En toen? Ik weet nooit genoeg.''

Geesten

In de afgelopen decennia publiceerde Cisneros tal van korte verhalen en gedichtenbundels en haar werk werd verschillende malen bekroond. Sinds het succes van The House on Mango Street wordt ze in de Verenigde Staten gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van chicana-literatuur. Zelf heeft ze geen vastomlijnde ideeën over haar plaats in de Amerikaanse of Latijns-Amerikaanse literatuur. ,,Ik behoor niet tot een bepaalde stroming. En ik hou er al helemaal niet van als mijn boeken worden vergeleken met het werk van iemand als Isabel Allende. Mijn literatuur is juist tegen het magisch-realisme gericht.'' Cisneros vindt haar werk eerder poëtisch dan magisch. ,,Als in mijn verhaal ineens de dode grootmoeder aan Celaya verschijnt, is dat een ware gebeurtenis. In Mexico verschijnen geesten nu eenmaal geregeld aan mensen, dat hoort bij het leven.'' Cisneros zucht diep en grinnikt. ,,Het is zo Mexicaans! De grens tussen leven en dood wordt continu overschreden! Het idee dat je tegen de doden praat of dat ze je achtervolgen, is zo normaal.''

Een huid van Karamel heeft, net als haar eerste roman, veel autobiografische elementen. The House on Mango Street gaat over een Amerikaans-Mexicaans meisje, afkomstig uit een arbeidersmilieu, dat hunkert naar een eigen bestaan, ver weg van haar lawaaierige familie. Ook in Een huid van Karamel kwijnt Celaya weg in het overvolle gezin dat in geen enkele Amerikaanse stad wortel schiet. Net als de ikpersoon groeide Cisneros op als enige dochter in een groot gezin van zeven kinderen. Van jongs af aan werd ze geterroriseerd door zes dominante broers en voelde ze zich vaak eenzaam. ,,Ik droeg zoveel dingen mee in mijn hart'', zegt ze. ,,Maar er was niemand aan wie ik het kon vertellen. Om alles wat ik zei, moest mijn moeder alleen maar lachen. En mijn broers maakten me alleen maar aan het huilen. De enige die me begreep was mijn vader, maar die was aan het werk.''

De familieverhalen worden in Een huid van Karamel afgewisseld met anekdotes en historische wetenswaardigheden over Mexico. Het boek is een ingewikkeld vlechtwerk van waarheid en fantasie. ,,De rol van de schrijver is om de leugens uit verhalen te ontrafelen en daar weer weer een geheel van te maken'', zegt Cisneros. ,,Mexicanen houden ervan om bloemrijke verhalen te vertellen en elkaar te vermaken. Daardoor nemen ze het met de waarheid niet zo nauw. Dat beschouwen ze overigens niet als liegen. Ze zijn juist beleefd als ze zeggen dat ze je vader vroeger nog hebben gekend en dat hij zo'n aardige man was. Ook al hebben ze hem nog nooit gezien.'' Die neiging om de waarheid te verbloemen heeft volgens Cisneros ook een diepere oorzaak. ,,Het is trots. Het koloniale verleden heeft de Mexicanen geleerd wat verlies is. Ze willen de nederlaag van de Spaanse verovering compenseren door mooie verhalen te vertellen over een glorieus verleden.''

Taalgrapjes

Opvallend aan Cisneros' werk is haar taalgebruik. Ze heeft een levendige stijl en goochelt met Spaanse woorden in haar Engelse teksten. Zo weet ze haarfijn het ritme en de levendigheid waarop Mexicanen met elkaar spreken, over te brengen. ,,In Texas, waar ik woon, spreken veel mensen een mengelmoes van Spaans en Engels. Ik heb voor dit boek veel in mijn omgeving geluisterd. Mensen zijn dichters. Ze mengen talen, daar kan je geen wetten tegen maken. Mijn vader maakte vaak taalgrapjes. Dan zei hij tegen mij: `Tienes sueño or sleepy?' Of dan vroeg hij: `Are you deprimed?' Dan speelde hij met het woord deprimida. Ik ben dol op dergelijke taalspelletjes.''

Cisneros heeft Een huid van Karamel bedoeld als een ode aan haar vader, die een aantal jaren geleden is overleden. In het boek wordt hij beschreven als een hardwerkende immigrant die 's avonds uitgeput, met opgezwollen handen in de soda, voor de televisie naar zijn geliefde telenovela zit te kijken en zijn enige dochter altijd als een prinses behandelde. ,,Zijn onvoorwaardelijke liefde heeft ervoor gezorgd dat ik nu een sterke vrouw ben'', zegt Cisneros op zachte toon. ,,Wat ik het ergste vond toen hij eenmaal ziek was, was het wachten op zijn dood. De grootste angst die je als kind hebt, is dat de liefde die je ouders voor jou hebben, met hun dood verdwijnt. Maar toen mijn vader eenmaal was overleden, voelde ik heel duidelijk dat hij niet was verdwenen. Zijn energie is er nog steeds. Soms gaat 's ochtends het bed zachtjes op en neer. Dan maakt hij me wakker. Of ruik ik ineens de geur van zijn eau de cologne. Ik denk dat mensen die dood zijn, toch nog aanwezig zijn in alle wijzen waarop we liefde voelen. Als ik in de zon zit en een straaltje op mijn hoofd voel, denk ik vaak: dat is mijn vader.''

Sandra Cisneros: Caramelo, Bloomsbury, 447 blz. €33,50. Vertaald als Een Huid van Karamel, De Geus, 444 blz. €24,90