Hitweek

In zijn artikel over Hitweek (CS 23 mei) schrijft Henk van Gelder over de ontstaansgeschiedenis van deze legendarische weekkrant dat ik de zaak verraden zou hebben. Verraden? Mag ik even opmerken dat ik in mijn bijna 40-jarige carrière als bladenmaker nooit iets of iemand verraden heb.

Zeker bij Hitweek was ik tot het laatst trouw aan mijn principes, getuige het feit dat ik na 38 nummers met HW stopte omdat ik mij met de politiek linkse principes van de groep André van der Louw, die Hitweek langzamerhand omturnde in een links opinieblad, niet kon verenigen. Hoe kan ik nu iemand anders' principes verraden? Mijn principes waren die eerste 9 maanden zoals Willem de Ridder en ik Hitweek oorspronkelijk bedoeld hadden: als een a-politieke krant waarin onmondige jongeren een stem kregen, niet in de vorm van een ingezonden brief in een ommuurde rubriek, maar als een echt artikel met een vette kop. Hitweek wilde de macht teruggeven aan de jongeren, zoals Willem de Ridder zei. Als mijn taak zag ik o.a. het mobiliseren van boze jongeren in het land, die hun haar niet mochten laten groeien en in Hitweek een vuist maken tegen alle ouders, schoolhoofden en kappers (!) die aan lang haar-discriminatie deden. Met mijn 18 jaar, niet gebonden aan, of gekleurd door welke politieke erfenis ook en in mijn denken zo vrij als een vogel, greep ik het aanbod van Henk van der Meyden om op zijn Show-pagina in De Telegraaf een `Peter J. Muller Popcolumn' te schrijven met beide handen aan, net zoals ik in die tijd ook stukjes schreef in Het Parool, Het Vrije Volk, Het Vaderland, Eva, Kunst van Nu, TrosKompas enz. en ik ook geen moment aarzelde toen Willem O.Duys mij vroeg in Voor de vuist weg mijn protestsong `Beter langharig dan kortzichtig' ten gehore te brengen. Door het bespelen van de media, of die nu `links' of `rechts' waren, bereikte ik miljoenen mensen die ik met Hitweek nooit bereikt zou hebben. Met de komst van de ambitieuze VARA-perschef André van der Louw en diens `gestaalde kaders' van politieke geestverwanten, werd ik voor het eerst geconfronteerd met het oorlogsdenken in termen van goed of fout, vriend of vijand, rechts of links. ,,Peter Muller is definitief toegetreden tot het kamp van de vijand'', schreef Van der Louw in Hitweek toen ik in De Telegraaf een persoonlijke column ging schrijven. Het was zijn goed recht dat zo te formuleren, ik benadrukte dat ook jl. zaterdag op de opening van de prachtige Hitweek overzichtstentoonstelling in De Beyerd in Breda, want zoals André in Andere Tijden vertelde, hij en zijn kameraden namen hun linkse gedachtegoed mee naar Hitweek, inclusief het denken in termen van vriend en vijand. Dit luidde op termijn de ondergang van deze krant in, maar het betekende voor mij persoonlijk na nog geen jaar het breekpunt, aangezien mijn ideeën en principes botsten op die van Van der Louw c.s. (met als uitzondering Willem de Ridder en Marjolein, die mij nooit hebben laten vallen) en ik dus de enige juiste principiële beslissing nam door de eer aan mijzelf te houden en met fier opgeheven hoofd de deur van de Alexander Boersstraat 30 met een dreun achter mij dicht te slaan. Jammer dat Henk van Gelder de plank missloeg, en jammer dat hij er zaterdag niet bij was in Breda, dan had hij van betrokkenen – inmiddels allemaal ouwe lullen – zelf kunnen horen dat er van `verraad' in 1965 op de hitburelen door wie of wat ook geen sprake was. Niemand heeft niemand verraden, het klinkt spannend, maar dat lullige woord hoort in de geschiedschrijving van Hitweek niet thuis. In mijn biografie Protest, Porno, Pulp die bij Perry Pierik en Martin Ros gaat verschijnen, kan ik dat gelukkig voor eens en altijd ontzenuwen.