Het koffieras is nog ver weg

De beste manier om animositeit tussen rassen en bijkomende discriminatie op te heffen is ongetwijfeld het gemengde huwelijk. Uit gemengde huwelijken komen gemengdbloedige kinderen voort, en hoe meer er daarvan rondlopen, hoe meer het toch al dubieuze begrip `ras' aan zeggingskracht inboet. Toch zal het ideaal van een koffiekleurige wereldbevolking vooralsnog niet zijn beslag krijgen. Daarvoor is `ras' te nauw gelieerd aan `cultuur', en mensen trouwen nu eenmaal het liefst binnen hun eigen (sub)cultuurtje. Ook al zeggen ze dat voor een belangrijke beslissing als partnerkeuze het oppervlakkige criterium huidkleur geen rol speelt, in de praktijk is het gemengde huwelijk een zeldzaamheid. En bovendien riskant: huwelijken tussen mensen van verschillende achtergrond (of het nu gaat om nationaliteit, godsdienst, etniciteit of sociaal-economische klasse) lopen vaker op echtscheiding uit dan homogene huwelijken. Wat niet wegneemt dat mensen die zich niets aantrekken van culturele kloven en trouwen omdat ze ervan overtuigd zijn dat hun liefde sterk genoeg is om verschillen te overbruggen, bewondering verdienen.

Het boek van Randall Kennedy Interracial Intimacies is een groots opgezette studie naar de geschiedenis van rasoverschrijdende intimiteit in Amerika. Het loopt vanaf de periode van de slavernij (verkrachtingen van zwarte slavinnen door blanke meesters, lynchings van zwarten die keken naar blanke vrouwen) tot het heden, waarin het gemengde huwelijk geen wettelijke bezwaren meer kent, maar gemengde adoptie nog wel op tegenstand stuit.

Kennedy, die eerder het spraakmakende boek over het beruchte woord Nigger schreef, kiepert in zijn nieuwe boek een doos met research om. Dit boek bevat honderden casestudies uit de jurisprudentie: innige meester-slaafrelaties, zwart overspel, wit overspel, illegale huwelijken, erfeniskwesties van zwarte nazaten. Het zijn zoveel voorbeelden, zoveel arresten, zoveel instanties die ergens uitspraken over hebben gedaan dat het de lezer duizelt.

Bij de overstelpende hoeveelheid vrij dor beschreven voorbeelden hamert Kennedy steeds op hetzelfde antiracistische aambeeld, ook als het om de actuele kwestie van gemengde adoptie gaat. Natuurlijk heeft hij gelijk dat een zwart kind ook door blanken geadopteerd moet kunnen worden. Er zijn veel meer zwarte dan blanke kinderen beschikbaar voor adoptie, en veel meer blanke dan zwarte adoptieouders in spe. Zwarte belangenorganisaties in Amerika zijn hier op tegen, omdat volgens hen een zwart kind beter gedijt in een `zwarte' cultuur. Adoptie door blanke ouders betekent dat het kind een bounty wordt (zwart van buiten, wit van binnen). Hetzelfde geldt voor kinderen van indiaanse afkomst, die adoptie-organisaties niet verloren willen laten gaan voor de indiaanse cultuur. Idealiter zou elke adoptie op basis van sekse- en kleurenblindheid tot stand moeten komen. Aan de andere kant hebben ouders zo hun voorkeuren en valt er ook wel iets te zeggen voor overeenstemming in uiterlijk tussen geadopteerde en ouders, omdat niet iedereen voortdurend tekst en uitleg wil geven. In de inleiding houdt Kennedy een warm pleidooi voor `een kosmopolitische ethiek die uitzicht biedt op echte, liefdevolle, rasoverstijgende intimiteit'. De rest van het boek hoef je dan eigenlijk niet meer te lezen.

Randall Kennedy: Interracial Intimacies. Sex, Marriage, Identity and Adoption. Pantheon Books, 688 blz. €34,99