Henri Cartier-Bresson

Dat Henri Cartier-Bresson ( CS 16 mei) het moment décisif best een handje wilde helpen, heeft hij me verteld toen ik hem in 1949 begeleidde op een tocht door Midden-Sumatra; hij maakte die voor een reportage in Life over de naderende soevereiniteitsoverdracht in Indonesië.

Hij was in Shanghai toen men daar wachtte op de intocht van de troepen van Mao. Het was doodstil in de internationale sector daar en een plaat van een lege straat leek hem niet zinvol. Hij sloeg een hoek om en zag een eindje voor zich uit een keurige Chinese heer lopen. Bresson riep `Boe', de heer keek om en het beeld van China in afwachting van het communisme was geschoten.

Hij had me gevraagd of ik een plek wist die een goeie indruk van Midden-Sumatra gaf. We zijn toen naar Ngarai, in het Nederlands bekend als het Karbouwengat, gegaan, een diepe kloof in het gebergte. Hij heeft er zeker een uur rondgesjouwd, maar hij kon er geen foto van maken: `het is te veel.'

Op de terugweg naar Padang zijn we bij een paar Minangkabause huizen gestopt waar hij heel veel gedetailleerde foto's van deurposten en houtsnijwerk maakte.

De mooiste foto van zijn reportage over het nieuwe Indonesië kwam overigens op de voorpagina van Life. Een oude Jogjase edelman stond daarop naar een jonge Indonesische militair te kijken alsof hij een buitengewoon merkwaardig dier zag.