Generaal van lava

,,De rijken lieten vroeger tenminste hun smaak spreken. Al die shit van tegenwoordig is veel te ingetogen vormgegeven'', vindt ontwerper Job Smeets.

Voor de directeur van het Europees Keramisch Werkcentrum in Den Bosch ontwierp Job Smeets een zwaard van porselein. De directeur van het Haags Gemeentemuseum kreeg een leestafel met een bronzen duivelskop. Kristalfabrikant Swarovski ontving een ontwerp voor een Davidster met fonkelende kristallen. De directeur van het Groninger Museum werd verrast met een bronzen snor. En een nieuwbouwwijk in Vreeswijk kan een ruiterstandbeeld krijgen van Floris de Vijfde op een ondergrond van brons in woeste lava-vormen en omgeven met monstertjes en magische bloemen. Job Smeets houdt van heftige gebaren.

Vormgever Job Smeets (1970) begon na zijn afstuderen in 1996 aan de Design Academy Eindhoven vol ideeën voor gebruiksvoorwerpen. Stoelen, lampen, kasten, hij maakte ze en had er succes mee. Als Studio Oval kregen hij en Hugo Timmermans veel aandacht. Hun vouwklokje Take your time en de Bumperlights, opblaaslampen van plastic, werden goed verkocht. Zoals alle vormgevers zocht hij perfecte oplossingen voor een vormgevingsprobleem. Hij ontwierp een gebogen stoel uit één stuk als eerbewijs aan Gerrit Rietveld. Zijn weelderige boekenkast Curved Cabinet uit 1999 noemt hij een ode aan Ettore Sotssas: ,,Maar met de ogen dicht getekend''. In 1997 eindigde Oval en tegenwoordig werkt Smeets samen met zijn vriendin, vormgeefster Nynke Tynagel, als Studio Job.

De vormgeving is vrijer geworden, zo vrij zelfs dat het soms eigenlijk beeldhouwen is, zoals duidelijk te zien is op twee exposities in het Groninger Museum. Net als eerder Inez van Lamsweerde en Viktor & Rolf heeft Job Smeets een meerjarig stipendium van dat museum gekregen. Hij zal er later dit jaar een society club voor de vrienden van het museum inrichten. In 2006 verandert hij tijdens een grote slotexpositie het hele museum in een sprookjeskasteel.

Bij de nieuwe aanwinsten van het museum hangt vijftien meter ingelijste A4-tjes vol schetsen. Het zijn soepele krabbels in blauwe inkt: olielampen, teilen, graafmachines, tafels, stoelen, armaturen, klokken, parfumflesjes, radio's. Het gaat maar door: gebruiksvoorwerpen, wapens en zelfs een schets voor een mobiele kerk. Bij elkaar genoeg voor een parallelle Jobwereld. Studio Job lijkt alles te willen maken wat daarvoor nodig is. Alvast uitgevoerd is bijvoorbeeld The Excavator, een twee meter hoge gele graafmachine die een groot bronskleurig kanon trekt. ,,Iets dat kapot kan maken en iets om de rommel mee op te ruimen'', aldus Smeets. Ook een robuuste, zwarte muurkandelaar van brons met een krachtige vogelbek is materie geworden. Van deze Candle Man, volgens Smeets een sleutelwerk, zijn veel geschetste varianten te zien. ,,Ik vond het eerst een belachelijk ding, maar ik ben het toch gaan maken. Ik realiseerde me dat ik als ontwerper een complete vrijheid heb.''

Iets verderop in het museum, in het zaaltje met de nieuwe collectie Oxidized, staan op tien bij tien meter zes groengepatineerde volledig bronzen voorwerpen op houten voetstukken. De blikvanger is een 1.40 meter hoog sprookjeskasteel met witte kaarsen op de hoektorens. Het staat op een rots en als je dichterbij komt zie je dat de ophaalbrug gesloten is en het ijzeren hek neergelaten. Op de binnenplaats staat een paleis met torentjes die aan Neuschwanstein van Ludwig II doen denken – Disney-achtig maar stoer. Rond het kasteel loopt een slotgracht, uitgehouwen uit rots in alweer die brokkelige lava-vormen. Rechts achter de burcht staat een borstbeeld van de generaal, zoals Smeets hem noemt. De man draagt een zonnebril en een pet. Zijn uniform is versierd met onderscheidingen waarop symbolen staan als handgranaat, kever, doodshoofd en vleermuis. Het is een imponerend, meer dan levensgroot borstbeeld, dat van nabij onverwachts een bloemenvaas blijkt. Een opening in de pet geeft toegang tot een glazen cilinder in het binnenste van de generaal.

Hertje

Naast het borstbeeld staat een bronzen siervaas met kwasten op een uitstulpende voet. Aan de top keren de brokkelige kristalvormen terug als basis voor een onschuldig hertje. Langs de wand klauteren salamanders omhoog. Verder staan in het zaaltje een kroon en een schatkist – zonder slot maar met een machtige ketting er tweemaal omheengeslagen. Het laatste bronzen beeld is een klok. In de rotsvormen aan de top steekt een zwaard als Excalibur uit de sage van koning Arthur, wachtend op iemand die het eruit kan trekken. De wijzers – bronzen gevederde pijlen – geven de juiste tijd aan. Maar welk jaar, welke eeuw? Uit welke wrede sprookjeswereld komen deze voorwerpen?

Verder kijken. Aan de muur hangen, naast een enorm zwaard en bijl, kleinere voorwerpen van glanzend gepolijst brons zoals een zegelring en een munt van ongeveer 10 cm doorsnee. Op de ring staan in reliëf afgebeeld onder meer een baby, een paar gekruiste veren en een kroon. Op de munt draagt de generaal een schreeuwende baby in zijn armen. Die baby met duivelshorentjes is nergens lijfelijk aanwezig op de expositie, je ziet hem alleen afgebeeld op de ring en de munt. Hij is volgens Job Smeets de onbevlekt ontvangen zoon van Candle Man, de kandelaarman die in de andere zaal hangt. ,,De generaal aanbidt de Candle Baby. Misschien is Candle Man zelf een soort godsbeeld. Misschien is Candle Baby het Lam Gods dat je niet mag aanbidden. Het is een hulpeloos grappige situatie. Ik weet het nog niet. Het hangt er vanaf hoe de wereld zich ontwikkelt.''

Tijdens de opening van Oxidized vorige maand in Milaan – waar de voorwerpen bij galerie Dilmos te zien waren – waren de paleizen van Saddam Hussein steeds op de televisie. In een daarvan in Basra zag Smeets hetzelfde wapen van twee gekruiste veren dat hij in zijn wereld gebruikte. Er zijn vaker zulke parallellen. ,,Toen ik in september 2001 de Excavator maakte, zag je wekenlang graafmachines in het journaal.'' Dat soort invloeden dringt zelden door tot design. ,,In mijn wereld is ook plaats voor religie en politiek. Ik weet niet of de generaal goed of slecht is. Net zoals ik twijfel over wat ik met deze vormgeving voorsta. Alles is autobiografisch. Misschien sta ik zelf wel aan de foute kant. De generaal woont in een kasteel. Het Groninger Museum ziet er met die loopbrug en al die zalen uit als een fort waar je bescherming kan zoeken, of waar de vijand woont die je aanvalt. Je weet het niet. We hebben veel gereisd langs Italiaanse palazzo's en daar vind je wapenkamers naast prachtige zalen. Ook de paleizen in Duitsland en Frankrijk zijn veel extremer ingericht dan de shit van tegenwoordig. Neem nou zo'n doorzichtig neo-antiek stoeltje van Philippe Starck...'' Alles is tegenwoordig veel te ingetogen vormgegeven, vindt Smeets. De rijken lieten vroeger tenminste hun smaak spreken. Als de koning van Pruisen in Sans Souci een zaal wilde versieren met schelpen en zeemonsters, dan deed hij dat.

Alles wat Job Smeets maakt, van design in opdracht voor fabrikanten tot unica en ontwerpen in kleine oplagen, het hoort volgens hem bij elkaar. Veel objecten uit de laatste jaren wekken de suggestie alsof er gestolde lava in is verwerkt. Een 850 kilo zware bronzen tafel die hij voor een verzamelaar maakte heeft lavapoten en uit het glanzend gepolijste blad steken een paar brokken. Die suggestie van lava, als een soort oermaterie, is in de wereld van Studio Job een steeds terugkerend element. Het barst uit de aarde, soms zie je het in zijn pure vorm en op andere momenten doet het zich voor als een salamander, een generaal, een ring of een glad tafeloppervlak. Hij vergelijkt het met sciencefictionfilms als Invasion of the Body Snatchers, waarin buitenaardse monsters zich voordoen als mensen. ,,De lava is een soort virus dat je niet in de hand hebt.'' In zijn schetsen zie je hoe het zich haastig in allerlei vormen en voorwerpen wringt. ,,Ik ben daar nu eenmaal mee behept, al die vormen en ideeën ploppen uit mijn hoofd, zoals schrijvers of dichters die met woorden werelden creëren.''

Vorig jaar exposeerde het Groninger Museum zijn collectie Crafts: grote, massieve bronzen sikkels, bekers, hamers, lepels en ander gereedschap. Dat je ze niet kunt gebruiken, vindt Job van geen enkel belang. ,,Ze zijn een eerbetoon aan de uitgestorven ambachtslieden en arbeiders die vol liefde eenvoudige voorwerpen maakten.'' Hij bewondert pioniers als Bugatti en de Wiener Werkstätte. Hun werk heeft soms de moderne aanblik van machinaal vervaardigde producten, maar is tot in de details met de hand gemaakt. Crafts wordt net als een deel van Oxidized in kleine oplage gemaakt en verkocht voor bedragen vanaf een paar honderd euro. Wie iets koopt, zit tot Smeets' genoegen vast aan iets onbruikbaars. ,,Ze zijn te groot en te kostbaar om weg te gooien. Het worden erfstukken en een familie zit er generaties lang mee opgescheept.'' En wie beweert dat voorwerpen voor op de schoorsteenmantel geen functie hebben? ,,In de mode is het geaccepteerd dat haute-couture niet functioneel hoeft te zijn. Daar kan een ontwerper doen wat hij wil, in zijn prêt à porter-collectie maakt hij daarvan een bruikbare vertaling in beperkte oplage en de confectie produceert kleding als massaal gebruiksvoorwerp.'' Volgens Smeets zie je in de vormgeving exact dezelfde onderverdeling: unica, gelimiteerde oplagen en industriële productie.

Tegen het `less is more' en minimalisme in de vormgeving verzet hij zich hevig. ,,Mensen zijn verslaafd aan die gladde vormen, kijk maar naar de drommen bij Ikea op zaterdag. Waarom moeten ontwerpen strak zijn terwijl we van alle kanten voortdurend met heftige beelden worden gebombardeerd?''

Leestafel

Toen het Haags Gemeentemuseum hem vorig jaar vroeg om een leestafel, ontwierp Smeets een strakke, 4,5 meter lange eikenhouten tafel met aan het einde een kale bronzen kop met horens en een cirkelslang in de mond. Sommigen herkennen er de directeur van het museum in. De leestafel bevalt het museum goed. Smeets: ,,Wij willen dat mensen in één oogopslag de identiteit van een ontwerp herkennen. Wij willen dat je via het object de maker in de ogen kunt kijken. Dingen iets laten zeggen over de wereld. Als we kunstenaars waren, zou het er heel anders uitzien. Het is trouwens een typisch Hollands onderscheid. In Italië hebben ze het niet over vormgeving of kunst.''

Hij vindt het frappant dat industriële massaproductie en unica tegenwoordig zo dicht bij elkaar liggen. ,,Je kunt iets met de hand vormen, maar je kunt ook een spuitvorm laten maken en in enorme oplages gaan produceren. Gebruik die vrijheid, waarom zou je jezelf beperken, er zijn al zo veel vreselijk lelijke dingen.''

Studio Job werd gevraagd om voor een nieuwbouwwijk in Vreeswijk een beeld te ontwerpen dat op de grens van land en water komt te staan. ,,Vreeswijk heeft amper historie. In de dertiende eeuw heeft Floris de Vijfde er de IJssel afgedamd, waardoor het plaatsje kon ontstaan. In 1971 is het ingelijfd door Nieuwegein. Ik wil het dorp een verleden geven, door Floris strijdend tegen het monster van Vreeswijk weer te geven in een beeldengroep zoals je die wel ziet in steden als Antwerpen en Parijs. En dat dan in zo'n typisch Nederlandse wijk.'' Op de schets zie je een vijf meter hoge Floris op een steigerend paard op een heuvel van gestolde lavavormen. Links en rechts van hem hoge bloemen – als bij de Parijse metro-ingangen – waarvan één omrankt wordt door een sissende slang. Twee varkensachtige monsters verschuilen zich achter zitbankjes die aan de uiteinden pratende hoofden hebben. Als altijd borrelt en groeit alles uit de lava. ,,Organisch moet het zijn, en absurdistisch'', zegt Smeets. Eind volgend jaar is het groen-bronzen beeld klaar. In 2006 zal het deel uitmaken van de wereld die hij rond de grote tentoonstelling in Groningen schept. En de Vreeswijkers krijgen iets om over te praten terwijl ze over het water staren.

`Als we kunstenaars waren, zou het er heel anders uitzien'

Werk van Job Smeets is te zien op de exposities Nieuwe Aanwinsten (t/m 22/6) en Oxidized (t/m 21/9), Groninger Museum, Museum Eiland 1. Di-zo 10-17. Inl. 050-366 6555 of www.groninger-museum.nl. Zie ook: www.studiojob.nl.