Geen dikke tranen

Lineke Rijxman speelt Olga in Tsjechovs `Drie zusters'. Geen berustende, maar een opstandige Olga.

Zelden zullen Tsjechovs zusters Olga, Masja en Irina zoveel uiterlijke gelijkenis vertonen als in de versie die regissseur Ivo van Hove maakt voor Toneelgroep Amsterdam. Lineke Rijxman als oudste van de Drie zusters, Marieke Heebink als Masja, de middelste, en Halina Reijn als de jongste Irina hebben alledrie volle lippen, donker haar en een scherpe neus. De overeenkomst viel actrice Lineke Rijxman tijdens het repeteren ook op. Ze zegt: ,,We zijn echte zusters van elkaar.'' Al vanaf de eerste vertolking van deze languissante komedie hebben regisseurs geprobeerd de zusters niet op elkaar te laten lijken. De droevige Masja, die veelvuldig wordt getroost door Olga, is bijna altijd in het zwart gekleed en heeft donker haar. Om het contrast aan te zetten is Olga vaak blond of donkerblond. Ook in leeftijd zijn er vaak grote verschillen. Dat is dramatisch misschien begrijpelijk, maar het klopt niet. De zusters zijn in de allereerste plaats elkaars zusters.

In het repetitielokaal achter de grote zaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn kostuums en pruiken nog niet aan de orde. Het decor bestaat uit niets anders dan een paar zetstukken. Toch krijgen tekst en spel al een krachtige lading, vol energie en dynamiek, je bent geneigd te denken `on-Tsjechoviaans'. Zo telt Drie zusters een cruciale scène die de verhouding tussen de getrouwde Masja en de ongehuwde maar verlangende Olga in een tragisch perspectief plaatst. Masja heeft een buitenechtelijke verhouding met de luitenant-kolonel Versjinin Ignatjevitsj, gespeeld door Pierre Bokma. Het strijkt Olga tegen de haren in. Als je gehuwd bent, mag je er geen andere minnaar op nahouden. Dat is haar morele en ook religieuze overtuiging. Bovendien: zijzelf is verliefd op Versjinin. Dus Masja's bekentenis doet haar pijn.

In eerdere regies die ik van Drie zusters zag, reageert Olga berustend en timide op Masja's erotische biecht. Nu niet. Lineke Rijxman staat half verscholen achter een klerenkast, ze krimpt ineen bij wat ze hoort, balt haar vuist en slaat op het hout, roept: ,,Ik hoor het niet! Wat je ook voor idioots beweert – ik hoor het niet!'' Waarop Masja ijzig repliceert: ,,Doe niet zo stom, Olga. Ik hou van hem...''

Lineke Rijxman groeide op in Naarden. Als kind had ze vier grote verlangens: een heks worden, een spion, archeoloog en later, toen ze wat ouder werd, leek psychiater haar het mooiste. Lineke Rijxman: ,,Ik had allemaal heksen in mijn kamer. Geen feeën, die zijn me te humorloos. In een van mijn eerste rollen als zesjarig meisje in het Singer Theater in Laren was ik zowel Boze koningin als Kattenmepper. De zaal moest om mij lachen. Dat was verrukkelijk. Mijn docent was Ben Groenier. Ik ontdekte dat je een zaal kunt bespelen, dat je met je spel spanning en aandacht bij de toeschouwers kunt creëren. Voor mij is acteren de juiste bestemming, want mijn vier jeugddromen kan ik daarin kwijt. Ik ben dan heks en spionne, archeoloog en psychiater.''

Buitenstaander

Nadat Rijxman in 1981 afstudeerde aan de Amsterdamse Toneelschool speelde ze bij gezelschappen als het Ro Theater, Publiekstheater, Globe en sinds 1993 Toneelgroep Amsterdam tal van grote rollen. In de regie van Marcelle Meuleman vertolkte ze eerder Nina in Tsjechovs De meeuw. Zij maakte een etherisch, bijna poëtisch-ongrijpbaar personage van Nina, gekleed in een jurk van schitter en glans. Ze was te zien in Oom Wanja, ze deed Elektra in De vliegen van Sartre en ze trad op in stukken van Gerardjan Rijnders, zoals Liefhebber, Mooi en Snaren. Rijxman: ,,Bij Rijnders vertolkte ik rollen met een zekere beschouwelijkheid, ik was een buitenstaander en observator. Bij Tsjechov is daarvan geen sprake. Daar, in die scène achter de kleerkast, sta ik te knokken voor mijn geluk. Olga beseft dat haar leven rimpelloos voorbijgaat en dat maakt haar opstandig, niet berustend. Er dreigt een toekomst die ze niet wil, namelijk die van directrice van de school waar ze al lesgeeft. Ik val opeens onredelijk uit tegen Masja, die ik `de stomste van de hele familie' noem. Daarop zegt ze doodleuk dat ze verliefd is, juist op Versjinin. In eerdere interperaties komt die geheime liefde nooit zo sterk aan de orde. Toch zijn er heel wat aanwijzingen. Vertaalster Judith Herzberg maakte ons er al op attent: Olga en Versjinin komen vaak samen op. Olga praat op indirecte wijze over hem. Ik zoek in die visie naar houvast om van Olga niet de zorgelijke oudste zuster te maken die, zoals vaak wordt beweerd, als een moeder over de andere twee waakt. Zijzelf heeft ook haar passies. De allereerste zinnen uit het stuk, de exposé, die geeft Olga. Dat is altijd lastig.

,,Ivo van Hove wil weg van de sfeer van weemoed en melancholie, hij wil een Tsjechov met energie en vaart. Dat kan ik bereiken door bepaalde zinnen te benadrukken, er accenten aan te geven. We moeten niet-melancholiek, niet-elegisch en niet-overlopend van verdriet spelen. Wel met volop energie.''

De première van Drie zusters vond plaats op 31 januari 1901 in Moskou. Het verhaal over de provinciale frustratie van Olga, Masja en Irina met hun grootse, vergeefse verlangen naar Moskou, de gouden stad van hun dromen, werd snel beschouwd als een meesterwerk van Tsjechovs psychologische portretkunst. De drang naar Moskou te willen komt voort uit de zoete herinnering aan hun jeugd, die de meisjes daar hadden. Olga was zeventien toen ze vertrokken naar het platteland, Masja dertien en Irina negen.In de garnizoensplaats waar ze nu wonen draait alles om de liefde, de mislukte liefde wel te verstaan. Olga betreurt haar staat als ongehuwde vrouw, Masja heeft de verkeerde man getrouwd en de fiancé van Irina wordt in een duel vermoord. Het befaamde `Naar Moskou! Naar Moskou!' dat als een leidmotief door de tekst klinkt, krijgt in Halina Reijns uitbeelding een treffende vorm. Ze zit aan de rand van het toneel, tuurt naar een rode kandelaar waarin een waxinelichtje brandt. Als ze `Moskou' zegt, dooft de kaars door haar adem.

Peter Sjarov

Een van de jubelend ontvangen Nederlandse voorstellingen van Drie zusters, geregisseerd door Peter Sjarov, ging in februari 1950 in Haarlem in première bij Comedia. Mimi Boesnach, toen 51, vertolkte Olga; de 38-jarige Ank van der Moer was Masja en Ellen Vogel was op haar 28ste Irina. ,,De leeftijden in dit stuk zijn veel jonger'', zegt Lineke Rijxman. ,,Olga is 28, Masja 24 en de jongste 20. In mijn hoofd ben ik 28 als ik Olga speel. Hoewel ik tal van voorstellingen van Tsjechovs werk heb gezien en er in geacteerd heb, is elke scène en elk stuk weer als nieuw voor me. Ik probeer onbevangen te zijn. Tsjechov manoeuvreert ons in een situatie met heftige emoties. Neem die confrontatie tussen Olga en Masja. Mijn onbeheerste uitval tegen Masja `als de stomste' wekt in haar een koelbloedige reactie. Ze treft Olga waar zij het gevoeligst is: diep in haar hart waar de liefde voor Versjinin verscholen ligt. In deze situatie zijn de twee zussen niet elkaars vriendinnen, wat ze vaak ook wel zijn, maar elkaars rivalen. Al repeterend denk ik na over die scène, maar ook weer niet te overbewust. Want dan wordt het spel berekenend. Wat betekent het als ik in die ruzie woedend word of juist heel kalm blijf?

,,Acteren is als het scheppen van een patroon tussen bewust en onbewust, tussen intuïtie en ratio. Het zijn vaak fracties van verschillen die een scène maken. Dan denk ik: `Nu ga ik te ver, het moet anders, lichter'. Soms wil je juist dat je te ver gaat, net zoals in een echte ruzie met je vriend of vriendin. Je bereidt het voor, zet je strategie uit en ineens zonder dat je het weet schiet je in extreem gedrag. Dit afwegen van je houding in een situatie vol lading, heeft iets weg van acteren. Daarin probeer ik een situatie te doorgronden. Het gaat erom het spel levend te houden en overzicht te bewaren. En ik moet het ook weer reproduceerbaar maken, anders glipt alles wat tijdens de repetitie zo mooi werd opgebouwd tussen je vingers door. Ik houd niet van dikke tranen die over je wang biggelen. De emoties moet je bij de toeschouwer leggen, niet uitsluitend bij jezelf.''

Er is nog een reden dat het spel van deze drie zusters anders dan gangbaar is. Tijdens het repeteren ontdekten de actrices dat ze uit een gelijke gezinssituatie komen: Marieke Heebink is de oudste van een familie met drie zussen, Lineke Rijxman en Halina Reijn zijn de middelste dochters. Ze hebben geen broers. ,,Het was een verrassing om achter die gelijkenis te komen. We waren verbaasd, alsof het niet waar kon zijn. Ik kan niet zeggen in hoeverre het ons spel beïnvloedt, maar ik weet wel dat zo'n overeenkomstig verleden vertrouwen geeft. We herkennen het vaak ingewikkelde gedragspatroon tussen zusters en daardoor kunnen we meer bereiken.''

`Drie zusters'. Regie: Ivo van Hove. Première 8/6 Stadsschouwburg Amsterdam. Res.: 020 6242311.

Te zien t/m 10/6 aldaar. Tournee 9/9 t/m 16/1. Website: www.toneelgroepamsterdam.nl