Een tijdperk

Het is vroeg in de morgen als ik door de binnenstad van Amsterdam loop. De straten zijn aan het opdrogen van een regenbui, maar de vreemde heldere duisternis doet vermoeden dat de wolken nog meer voor ons in petto hebben. In de verte nadert het monumentale silhouet van een figuur die enigszins voorover loopt. Een regenjas, de handen diep in de zakken. Waar ken ik dat beeld van? Van lang geleden, maar toen was het weer mooier en het silhouet minder monumentaal. Behoedzaam stapt de figuur langs de plassen. Ernstig, somber. Wij naderen elkaar als Hinderickx en Winderickx, maar dan zonder hoeden. Eigenlijk herken ik hem al van verre.

Hans van Mierlo.

Wij geven elkaar een hand. Hij is eerst en vraagt hoe het gaat. Ik zeg dat het goed met me gaat. ,,En met jou?'' Hij haalt zijn schouders op, een massieve heuvelrug die zich even dreigend opheft en dan weer terugvalt in het landschap. ,,Ik heb het er moeilijk mee'', zegt hij, ,,je begrijpt het wel.'' De avond tevoren heeft D66 besloten aan de coalitie van CDA en VVD mee te doen. ,,Ik lijd met je mee'', zeg ik. Hij knikt en daarna lopen wij door, ieder ons weegs.

In mijn kiezersleven heb ik verschillende keren op D66 gestemd. In ieder geval stemde ik altijd op D66 als Van Mierlo lijsttrekker was. Een aardig man. Oud-journalist, wat misschien geen garantie is, maar toch. Hij kwam gewoon in de cafés, ook wel eens in de tijd dat hij nog minister was. Hij had dezelfde houding tegenover politiek als Aljechin tegenover schaken. Aljechin was niet te beroerd om tegen amateurs te spelen. Hij vond dat je als wereldkampioen zelfs van de grootste knoeier nog iets kon leren. Van Mierlo's ingewikkelde betogen over het evenwicht der machten gingen mij vaak boven de pet, maar als er toch een knop moest zijn voor de atoombom dan zou ik die blindelings aan Van Mierlo hebben toevertrouwd. Was Van Mierlo afwezig, dan ging mijn stem bijna altijd naar een andere partij, maar de laatste keer koos ik toch voor Thom de Graaf, hoewel ik het nogal smakeloos vond dat hij Anne Frank had aangeroepen om Pim Fortuyn aan te vallen.

Als je op D66 stemt, hoop je op een regering die een klein beetje links is van het midden. Maar wat kregen we? Een rechtse coalitie, totstandgekomen dankzij de onvermijdelijke Boris Dittrich, waar wij ook niet om hadden gevraagd. Dat het land nu eenmaal geregeerd moest worden, lijkt mij geen excuus. Zoiets is niet de verantwoordelijkheid van een partij die maar zes zetels heeft in een Kamer van 150 zetels. Dat D66 mocht instappen omdat op die manier zijn doelstellingen konden worden gerealiseerd, is evenmin een overtuigend argument. Alle partijen wilden inmiddels iets extra's aan het onderwijs en de kenniseconomie doen, zodat de gekozen burgemeester als enige douceurtje overblijft, plus een vaag ministerspostje voor Thom de Graaf.

Ik kan mij vergissen, maar veel electoraal gewin valt er in deze tijden van bezuinigingen vast niet te behalen. Wordt Balkenende II een succes, dan zal dat vooral worden opgeëist door de twee grote partijen. Wordt Balkenende een mislukking met veel maatschappelijke herrie, dan is D66 de overloper die dat mogelijk heeft gemaakt.

Daarom begreep ik Van Mierlo. Hij moet beseft hebben dat D66 met de keus voor deze coalitie het einde over zichzelf heeft afgeroepen. Het is ook een einde van een tijdperk, dat begonnen is met een glas bier en een bericht op de voorpagina van The New York Times. Het was een mooi tijdperk, bedacht ik. Toen ik mij omdraaide om hem nog iets te zeggen, zag ik hem wegslenteren in zijn eeuwige regenjas, die hij dit keer hard nodig had, omdat het opnieuw was gaan regenen.