Een ruimte voor jezelf

Docent Engelstalige literatuur Azar Nafisi begon een geheime leesgroep met haar vrouwelijke studenten in Iran. Na haar vertrek naar Amerika, schreef ze daar een boek over, dat veel vragen oproept.

In de herfst van 1995 werft de Iraanse docent Azar Nafisi in het geheim zeven van haar beste vrouwelijke studenten om een leesgroep te vormen. De docente Engelstalige literatuur heeft haar ontslag ingediend aan de Allameh Tabatabai Universiteit in Teheran, omdat ze vindt dat de controle op haar lessen en op haar persoon het voor haar onmogelijk maakt om nog langer te blijven. Haar lessen zouden te onorthodox, te frivool en pro-westers zijn.

Iedere donderdagochtend ontvangt ze zeven vrouwelijke studenten bij haar thuis. Manna, Nassrin, Azin, Mitra, Sanaz, Yassi en Mashid – dat zijn de (schuil-)namen die Nafisi ze geeft. Hun leeftijd varieert tussen de twintig en tweeëndertig jaar en ze zijn afkomstig uit verschillende sociale klassen. Sommige zijn getrouwd en hebben kinderen, anderen wonen bij hun ouders. Een van hen moet tegen haar streng gelovige vader liegen om een ochtend per week het ouderlijk huis te mogen verlaten: zij `helpt een student met het vertalen van islamitische teksten in het Engels'.

De vrouwen bestuderen literaire meesterwerken, waaronder Nabokovs Lolita en Invitation to a Beheading, Jane Austens Pride and Prejudice, Charlotte Brontë's Jane Eyre en Daisy Miller van Henry James. De boeken zijn moeilijk verkrijgbaar in het anti-westerse Iran; de meeste studenten moeten het met een kopie doen. Levend in een fundamentalistisch land, waar vrouwen die hun nagels lakken of per ongeluk iets van hun haar laten zien, 76 stokslagen of gevangenisstraf riskeren, bieden de donderdagochtenden hen een open denkruimte, een `space of our own', zoals een van de studentes het zegt in een variant op Virginia Woolfs A Room of One's Own. Naarmate de vrouwen elkaar beter leren kennen, groeit de leesgroep steeds meer uit tot iets wat op een zelfhulpgroep begint te lijken. Behalve literatuur bezorgt Nafisi de groep ook kopieën van de feministische klassieker Our Bodies, Our Selves.

Oklahoma

In Reading Lolita in Tehran. A Memoir in Books, een zorgvuldig gecomponeerd en mooi geschreven boek, haalt Nafisi herinneringen op aan de leesgroep en verweeft deze met haar levensgeschiedenis. Azar Nafisis vader was korte tijd burgemeester van Teheran en haar moeder was in 1963 een van de eerste vrouwelijke parlementsleden. Als dertienjarige werd Nafisi naar kostscholen in Zwitserland en Engeland gestuurd, een periode die werd onderbroken toen haar vader uit de gratie van het regime van de shah viel en in de gevangenis belandde, waarna Nafisi voor een jaar terugkeerde naar Iran. Als achttienjarige ging ze Engels studeren aan de Universiteit van Oklahoma. Geïnspireerd door de werken Marx en Engels werd ze lid van een linkse, militante Iraanse studentenorganisatie. Temidden van Che Guevara-aanhangers en vrouwen die hun haar afknipten, demonstreerde Nafisi tegen de Amerikaanse bemoeienis met Iran. Lang staat Nafisi niet stil bij haar vroegere antiwesterse opvattingen; ze schrijft dat ze `nooit volledig integreerde in de beweging' en ze noemt dat verleden een `schizofrene' periode omdat ze enerzijds op bijeenkomsten het geloof in een anti-westerse revolutie predikte, maar zich verder bezighield met literatuur van de grote westerse schrijvers. Al te lang stil staan bij dat verleden zou ook verwarrend zijn, want haar boek staat in het teken van een eenvoudige tegenstelling tussen `westerse' vrijheid, gesymboliseerd door de grote literaire meesterwerken, en `islamitische' onderdrukking.

Na de islamitische revolutie van 1979 keert Nafisi, ze is dan dertig, met haar echtgenoot terug naar Iran. De achtergrond van haar terugkeer blijft onduidelijk. Terwijl haar man de kost verdient als architect, begint Nafisi een universitaire loopbaan aan de Universiteit van Teheran. Het klimaat verslechtert onder het bewind van ayatollah Khomeini. Studenten die verdacht worden van pro-westerse sympathieën worden willekeurig opgepakt. Dagelijks zijn er demonstraties, en Nafisi doet opnieuw mee, maar nu staat ze aan de andere kant. De demonstraties zijn gericht tegen de regering die de universiteit wil zuiveren van de decadente westerse cultuur. Nafisi wordt ontslagen, maar een vriendin haalt haar in 1987 over om opnieuw aan de Allameh Tabatabai Universiteit in Teheran les te gaan geven, omdat het klimaat zou zijn verbeterd. Ze neemt in 1995 ontslag en begint haar leesclub.

Voor Nafisi en haar studenten gaat Lolita over de confiscatie van het leven en de identiteit van een twaalfjarige meisje door Humbert. Een vergelijking met de positie van de vrouw in de islamitische staat, ligt voor de hand. `Wij waren niet Lolita en de Ayatollah was niet Humbert. Maar Lolita is wel gericht tegen totalitaire perspectieven'.

Escapisme

De literatuur biedt de vrouwen niet alleen een aanknopingspunt om hun leven in Teheran te begrijpen; het is óók een vorm van escapisme, een manier om te ontsnappen aan de dagelijkse werkelijkheid. `[...] hoe meer ik verbonden raakte met mijn klas en mijn studenten, hoe meer ik verwijderd raakte van Iran', schrijft Nafisi. In 1997 wordt de leesgroep opgeheven, als Nafisi besluit samen met haar man te vertrekken naar de Verenigde Staten, waar ze is uitgenodigd door de John Hopkins Universiteit in Baltimore.

Van de aanvankelijke schizofrenie die Nafisi ervoer als studente lijkt weinig meer over. Dat komt omdat ze zo de nadruk legt op het lezen van `westerse' literatuur in een `islamitische' republiek. Maar juist die `clash of civilizations' roept vragen op. Zijn er werkelijk geen humanistische waarden te ontlenen aan de Perzische literatuur? Waarom neemt ze niet een uitvoeriger analyse van bijvoorbeeld Duizend en één Nacht op in haar boek, dat in het begin vluchtig de revue passeert? Ze zou ook meer kunnen vertellen over het werk van Iraanse schrijver Iraj Perzeshkzad, waarvan ze zegt dat hij een van haar favoriete romans heeft geschreven.

Nafisi lijkt in het debat over de botsing tussen twee beschavingen, de westerse-liberale en de islamitische, partij te kiezen voor het pro-westerse en pro-Amerikaanse kamp. De polarisering tussen oost en west wordt ook door de wijze waarop het boek zichzelf aanprijst in stand gehouden. `Nafisi werd ontslagen van de universiteit van Teheran omdat ze weigerde de sluier te dragen', zo klinkt de spannende auteursbeschrijving op de flap. Maar wie Reading Lolita in Tehran leest, komt steeds voor raadsels te staan die een simpele tweedeling juist ondermijnen.

De lezer moet voortdurend zijn best doen om de juiste chronologie te reconstrueren. Niet Nafisi, maar haar vriendin wordt ontslagen omdat die weigert de sluier te dragen. Op grond daarvan vraagt Nafisi een gesprek aan, waarna ze zelf ook wordt ontslagen. Onduidelijk blijft ook hoe Nafisi, in het Iran zoals zij het beschrijft, zo'n lange tijd ongemoeid haar gang kon gaan. Nafisi schreef met regelmaat in westerse tijdschriften over literatuur en publiceert zelfs een studie in Iran over de schrijver wiens werk nauwelijks in Iran verkrijgbaar is en als `verboden' wordt omschreven: Nabokov: Anti-Terra: A Critical Study of Vladimir Nabokov (1994).

Terwijl Nafisi de literatuur aanprijst omdat de personages vaak dubbelzinnig en veranderlijk zijn en niet eenduidig in ideologische hokjes zijn te plaatsen, past zij de mensen die zij beschrijft voortdurend in de schematische tweedeling fundamentalistisch/islamitisch of democratisch/westers. `De Islamitische Republiek van Iran versus The Great Gatsby', zo doopte ze een van haar lessen aan de universiteit van Teheran. Een mannelijke moslimfundamentalist nam daarin de rol van aanklager op zich en betoogde dat The Great Gatsby, westerse waarden, zoals geldverspilling, decadentie en overspel propageerde. De verdediging, vertegenwoordigd door een studente en door Nafisi zelf, beargumenteerde dat het boek zich niet zo makkelijk in een moreel schema laat vangen, en dat het niet over overspel gaat, maar over het verlies van dromen.

Jane Austen

Soms lijken de gebeurtenissen te mooi om waar te zijn, alsof ze regelrecht uit een Hollywoodfilm komen. Tijdens een van haar lessen vergelijkt Nafisi de structuur van Jane Austens Pride and Prejudice met een achtiende-eeuwse dans. Als een van haar studenten om een nadere toelichting vraagt, pakt Nafisi haar hand en begint ze met haar te dansen; de klas volgt hun voorbeeld. `Met elke beweging lijkt ze zich te bevrijden van de lagen van zwarte kleding'. Nafisi overweegt prompt een leesgroep van vrouwen op te richten onder de titel `Dear Jane Society'. Is dit een hint naar een mogelijke filmcontract voor de vrouwelijke variant van de film Dead Poets Society, die ging over een leraar Engels die met zijn onconventionele literatuurlessen de jongens in zijn klas tot grote hoogten opzweept? Het zou prachtig zijn, maar is het ook werkelijk gebeurd? Die vraag dringt zich ook op, omdat, naarmate het boek vordert, Nafisi de relatie tussen feit en fictie steeds verder ter discussie stelt, ook waar het gaat om haar eigen boek. `Ik heb de behoefte om door te vertellen mijzelf en anderen opnieuw te vinden', schrijft ze. `Hoe meer ik de lyrische kwaliteit van onze levens ontdekte, hoe meer mijn eigen leven een web van fictie werd.' Ze trekt ook het bestaan van de `magician' in twijfel, een geheimzinnige intellectuele man die ze af en toe om raad vraagt als ze niet meer weet wat te doen. `Was hij wel echt? Was hij een verzinsel? Of ik van hem?' Toch wordt haar boek wel degelijk gepresenteerd als `a memoir' en doet Nafisi dus aanspraak op authenticiteit. Hoe intelligent de reflexieve opmerkingen over de werking van het geheugen en de fictionalisering die optreedt als je je leven op papier zet ook zijn, door het domein van de verbeeldingskracht en dat van de feiten te vermengen, verliest Reading Lolita in Tehran een deel van zijn zeggingskracht.

Azar Nafisi: Reading Lolita in Tehran. A Memoir in Books. Random House, 354 blz. €24,50