Een kort vreugdedansje van `bikkel' Schalken

Het was een genot om te zien. Zoveel daadkracht, zoveel souplesse, zoveel vernuft – en dat met een lichaam dat hij zelf regelmatig vervloekt wegens de vele (vermeende) gebreken. Maar geholpen door een frisse geest blijkt datzelfde lichaam nog altijd in staat tot indrukwekkend machtsvertoon, ondervond Sjeng Schalken gisteren in Parijs. ,,Beter kan ik niet spelen'', straalde hij na het bereiken van de derde ronde bij de Open Franse kampioenschappen.

Zelden joeg Nederlands beste geklasseerde tennisprof (dertiende plaats op de wereldranglijst) zijn tegenstander met zoveel agressie en overtuiging over de baan als gisteren, op het gravel van baan één op Roland Garros. Lijdend voorwerp was Fabrice Santoro, de Franse veteraan die ten overstaan van het eigen publiek gaandeweg een steeds wanhopiger indruk maakte. Maar ook het voortdurende oogcontact met zijn coach, vader Marcel Santoro, kon niet voorkomen dat de dubbelspecialist kansloos ten onder ging: 6-1, 6-3 en 6-4.

Schalken wacht morgen een tegenstander die hij vorig jaar bij zijn lange mars op weg naar de halve finales van de US Open in vijf zenuwslopende sets de voet dwarszette: gravelspecialist Fernando Gonzalez. ,,Die heeft Chili vorige week zo'n beetje in z'n eentje de World Team Cup bezorgd'', wist zijn komende tegenstander. Belangrijker voor Schalken was evenwel de constatering dat hij zelf, geen uitgesproken gravelspecialist immers, de derde ronde van Roland Garros had bereikt. In acht opeenvolgende optredens aan het Bois de Boulogne drong Schalken slechts twee keer eerder (1999 en 2002) door tot de laatste 32.

Dat gegeven sterkte Schalken gisteren in de overtuiging dat hij onlangs de juiste beslissing nam door het ATP-toernooi in Sankt Pölten te laten schieten ten faveure van een Challenger in Praag. Het leek een bizarre keuze, deelnemen aan een toernooi uit de eerste divisie van het proftennis. Maar de wetenschap dat hij niet meteen van het gravel geblazen zou worden na een week afwezigheid wegens zijn voetblessure, deed de 26-jarige Limburger besluiten om naar Tsjechië te reizen. Al gaven vooral financiële overwegingen de doorslag, meende collega Raemon Sluiter eerder deze week. Schertsend: ,,Als Sjeng geen grote koffer had gehad, was hij niet gegaan.''

Verdwenen bleken gisteren de fysieke ongemakken (bal onder de linkervoet en de rechterknie) die Schalken dinsdag nog parten speelden in zijn openingspartij tegen de Australiër Scott Draper. Doodop was hij desondanks na afloop, al belette hem dat niet om kort daarop samen met de na een rugblessure per brancard afgevoerde John van Lottum aan te treden voor de eerste ronde van het dubbelspel. ,,Ik ben een bikkel en afspraak is afspraak.''

Opbeurend was ook zijn speelwijze. Vastberaden hield Schalken vast aan de aanvallende strategie, die in zijn geval bijna onwerkelijk aandeed. Als een klassieke service-volleyspecialist à la Richard Krajicek stormde hij vaak naar het net. Zelfs op de opslag van Santoro schroomde hij de gang naar voren niet. Met de keuze voor die chip and charge-aanpak versloeg hij Santoro met diens eigen wapens.

Het was wellicht de belangrijkste overwinning van de dag: het bewijs dat hij niet per definitie `vastgelijmd' staat aan de baseline, en wel degelijk de aanval durft te kiezen. Droogjes stelde Schalken naderhand vast dat hij de overwinning geheel op eigen kracht tot stand had gebracht. ,,Ik heb gewoon goed gespeeld.''

Hoe anders verging het een dag eerder Schalkens landgenoot Martin Verkerk. Het 24-jarige servicekanon uit Alphen aan den Rijn waande zich woensdag al op weg naar huis, toen zijn tegenstander Luís Horna uit Peru een gewonnen stelling 5-2 in de vierde set uit handen gaf. Met drie verwoestende maar ,,op hoop van zegen'' geslagen services werkte Verkerk de evenzovele matchpoints van de bedwinger van Roger Federer weg, om vervolgens tegen elke logica in alsnog met de zege aan de haal te gaan: 4-6, 6-4, 4-6, 7-5 en 6-2.

Het kostte Verkerk na afloop van de eerste vijfsetter uit zijn profcarrière moeite om toe te geven. Maar toen het hoge woord er uit was, verscheen een kwajongensachtige glimlach op het gezicht van de nummer 46 van de wereld: ,,Ik wil mezelf helemaal niet ophemelen, maar ik vond het een fan-tas-ti-sche overwinning.'' Al was Verkerk realistisch genoeg om te beseffen dat hij ,,door het oog van de naald'' was gekropen in het krankzinnige duel. ,,Hij domineerde de wedstrijd terwijl ik op mijn tenen liep, tot 2-5 in de vierde set.''

Roemloos daarentegen was de aftocht van John van Lottum, die dankzij zijn nederlaag tegen de solide Amerikaan Vince Spadea (7-5, 6-1, 2-6 en 6-1) een onderonsje met Verkerk aan zich voorbij zag gaan. Slechts in de derde set wist het wispelturige en eeuwige talent de magie op te roepen die hem vorig jaar een halve-finaleplaats bij de Dutch Open in Amersfoort bezorgde. Het was te weinig om de komende tegenstander van Verkerk in verlegenheid te brengen.

Van Lottums ongeremde woede-uitbarsting (,,Ga gvd eens zitten!'') aan het adres van een nietsvermoedende familie illustreerde slechts dat de weerbarstige nummer 96 van de wereld weinig tot niets heeft geleerd van het verleden. Al zo vaak is de 27-jarige pupil van coach Alex Reijnders ontspoord én al zo vaak heeft hij beterschap beloofd, dat zo langzamerhand vermoedelijk alleen zijn vriendin nog in hem gelooft.

Tot dergelijke uitspattingen laat Schalken zich niet verleiden. Hij is en blijft de onderkoelde prof, die na elk fraai punt in alle bescheidenheid aan de snaren van zijn racket staat te plukken en dan zijn pet recht trekt. Het zijn de vaste rituelen van de Limburger, van wie je soms zou willen dat hij de bescheidenheid van zich afwerpt.

Maar Schalken weigert tegen zijn natuur in te handelen en dat is dan ook meteen zijn grootste kracht. Gisteren permitteerde hij zichzelf een kort vreugdedansje na het laatste punt tegen Santoro. Verwacht morgen van hem geen zelfvoldane houding tegen Gonzalez. ,,Als ik tevreden de baan op stap, sta ik met twee sets achter.''