Denken in verticalen

Bergbeklimmers en solozeilers zien zich geconfronteerd met met de rauwe schoonheid van oceaan of bergmassief. Steeds vaker rapporteren zij daarover in emotionele verhalen.

Een halve eeuw terug, op 29 mei 1953, bereikte de Nieuw-Zeelander Edmund Hillary met sherpa Tenzing Norgay de hoogste top van de wereld, de 8848 meter hoge Mount Everest. Daarom staan zich nu meer dan twintig expedities te verdringen op die berg, en daarom verschijnt een stroom boeken over bergbeklimmen. En natuurlijk over de Everest zelf, moeder aller bergen, de magische, ijzige bergtop met de waaiende pluim van sneeuw bovenop. De Everest eiste talloze doden en op diezelfde Everest vierden klimmers overwinningen en ontstonden ruzies. In de Nederlandse klimwereld wordt nog steeds betwist of Bart Vos in 1984 de top wel of niet haalde. Vos is niet de enige wiens prestatie onder druk staat. Op 8 juni 1924 verdween de Britse klimmer George Mallory plotseling op de bergflank. Voor het laatst was hij gesignaleerd met zijn landgenoot Irvine vlak onder de top. Keerden de mannen terug of hadden ze het allerhoogste nooit bereikt? Kortgeleden werd het lichaam van Mallory ontdekt, maar helaas: geen fototoestel en dus geen enkele zekerheid. Daarom blijft Hillary te boek staan als de allereerste.

Ook de Nederlandse alpinist Ronald Naar, die de berg wel bedwong, heeft onder vuur gelegen, van de Engelse klimmer en schrijver Joe Simpson. Volgens Simpson zouden Naar en de zijnen een stervende Indische klimmer niet hebben geholpen omdat ze uit waren op eigen winst. Simpson constateert in zijn boek De schaduwzijde een afkalvende moraal onder bergbeklimmers. De aloude ethiek van wederzijdse hulp bestaat niet meer. Klimmen is een harde sport geworden, niet zozeer eenzaam, wel kostbaar.

Meer dan bij bergbeklimmers, is de romantiek van de eenzaamheid nu te vinden bij een andere groep die onbekende verten probeert te bereiken: solo-zeilers. Het lijken werelden van verschil, die van het water en de wind of die van rots en steen. Bergbeklimmers zeilen niet en zeilers beklimmen geen bergen. De zeiler is omsloten door een verre horizon; verder is er niets dan de golvende watervlakte. De bergbeklimmer denkt niet in horizontalen, voor hem bestaat zijn omgeving in verticalen: steilten, kliffen, rotswanden en de gapende afgrond.

Leugens

Vier recent verschenen boeken over bergbeklimmen en zeilen tonen veel meer overeenkomsten aan dan de schrijvers ervan – een zeiler en een stel klimmers – zouden vermoeden. Solo-zeezeiler Henk de Velde die in 2001 met de `Campina' Nederland verliet met het voornemen de nooit eerder bezeilde route boven Siberië te bevaren denkt vaak aan de Himalaya, in de eenzaamheid van zijn vaartocht. Hij schrijft in krachtige beelden over de overweldigende arctische natuur: `De wolken zijn zo hoog als de Himalaya en dreigen naar beneden te vallen.' En verderop overweegt hij, bladerend in zijn meest gelezen boek, de atlas: `Maar ook trek ik over Himalaya-passen en door de oerwouden van Nieuw-Guinea.' Op de boekenplank van de `Campina' vinden we behalve de bijbel en een studie over Nietzsche het befaamde klimboek Alleen naar de top van Reinhold Messner en The Eight Sailing/ Mountain-Exploration Books van H.W. Tilman.

Het beeld van de `naar beneden' vallende Himalaya kan alleen door een zeiler bedacht zijn. De Velde bezeilt in zijn boek Een vermoeden van vrijheid de beide polen, noord- en zuidpool, en hij verwijlt vaak in gedachten bij de zogenoemde `derde pool', en dat is de Himalaya. Dit bergmassief krijgt in de bloemlezing De hoogste berg, samengesteld door Gerlof Leistra en Hanke Roos, een uitzonderlijk rijke hommage. Ruim twintig verhalen en boekfragmenten belichten de verschillende kanten van de Everest, niet alleen de beklimmingen via de noord- dan wel zuidzijde, ook komt elk aspect van de bergsport aan bod. Van hoge schrijversklasse en aanstekelijke Angelsaksische distantie is de bijdrage van Hillary over zijn beklimming. Voor auteurs als Reinhold Messner, Jon Krakauer en Joe Simpson heb ik een zwak; het zijn goede schrijvers en zeker nooit ronkend van toon. Messner beklom de Everest zonder zuurstofflessen en doorbrak daarmee een taboe. Hillary gebruikte wel zuurstof, maar eenmaal bovenop gekomen ontgrendelde hij het masker. Hiermee bewees hij dat de mens op die hoogte wel degelijk kan ademen.

Niet alle verhalen hebben een gelijk niveau. De samenstellers zijn streng voor Bart Vos. Zijn Himalaja dagboek komt niet door de selectie, Een meter Everest van zijn oud-expeditiegenote Mariska Mourik wel. Zij betichtte Vos daarin van leugens zonder dat deze, althans in dat boek, de kans kreeg weerwoord te bieden. Vos schreef ter verdediging Witboek Everest en probeerde bij de rechter vergeefs een vergoeding te krijgen voor de schade die het boek van Mourik hem zou hebben toegebracht.

Van allure getuigt tenslotte het verhaal van Conrad Anker in De hoogste berg. Hij ging op zoek ging naar het lichaam van Mallory en vond dat uiteindelijk. Hier komen sportiviteit, ambitie en avontuur op volmaakte wijze samen.

Nederlanders zijn niet alleen fervente, maar ook ervaren klimmers. In 2002 bestond de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging honderd jaar. Ter gelegenheid hiervan hebben twee leden van de vereniging een bloemlezing samengesteld, Bergland getiteld. Hierin zijn verhalen gebundeld die in de loop van de jaren verschenen in de klimtijdschriften als De Bergvriend en De Berggids. Het boek is chronologisch geordend; vooral de allereerste klimverhalen met schitterende, in zwart-wit afgedrukte foto's bieden een bijna sensationele spanning. Het openingsartikel over de eerste Nederlandse Alpinist, Adriaan Gilles Camper, voert een onversaagde, moedige man ten tonele. Zijn beklimming van de Mont Blanc roept de verschrikking op van afgevroren voeten, uitputting, koude en afmatting. Dit feitelijk geschreven verslag, in eerste instantie bedoeld als brief, verschilt sterk van de latere klimverhalen. Opmerkelijk is dat steeds meer klimmers steeds emotioneler gaan schrijven, waarbij het accent valt op de buitensporig hoge eisen die de zware wanden van vooral de Alpen stellen. Ze lijden en vloeken.

Angst

De laatste decennia hebben zich verschillende nieuwe disciplines doen gelden in het klimmen, zoals het ijsklimmen. Het verhaal `Dromen en nachtmerries' handelt over de loodrechte beklimming van de ijswand die luistert naar de lieflijke naam The Coalminer's Daughter in Canada. Spectaculaire foto's begeleiden een spectacualire onderneming, waarin de touwploegen steil de hoogte in gaan. Elke auteur van een van de bijdragen, de een meer, de ander minder, probeert iets uit te drukken van het `waarom' van deze levensgevaarlijke sport, want er zijn tal van doden te betreuren.

`Bergbeklimmen', luidt een van de uitspraken, `is niet zomaar een sport, het is een stijl van leven'. Zo denkt ook Joe Simpson erover, auteur van het wereldberoemde Touching the Void (Over de rand). In zijn nieuwste boek The Beckoning Silence (De smekende stilte) beschrijft hij zijn herhaalde en telkens mislukte pogingen de fataalste berg van Zwitserland te beklimmen, de Eiger Noordwand. Hij is van alle klimmers misschien wel de man die het meest geobsedeerd is en tegelijk het meest lijdt onder de beproevingen van het klimmen. Zijn stijl is direct, persoonlijk, tamelijk ongepolijst. Hij geeft toe dat zijn ambities hem `verlammen' en, zwaar teleurgesteld door de mislukte beklimming van de Eiger-Noordwand, vraagt hij zich tegen het slot van zijn boek telkens weer af wat hem toch de bergen in drijft. In `Halve stiltes' erkent hij in bijna lyrische bewoordingen dat het beklimmen van bergen eigenlijk altijd een droom zou moeten zijn: `We waren bang. Dat zou ik altijd blijven. [...] Misschien zijn andere klimmers beter dan ik toegerust om sommige van de dingen die ik in de bergen heb meegemaakt te verwerken. Ik heb ontdekt dat het met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker wordt om herinneringen uit te bannen. Om de berg hangt de wenkende stilte van de grote hoogte, een sirene die me tegen mijn wil teruglokt.' Simpson is getuige van een gruwelijke valpartij met dodelijke afloop; de dode lichamen op de bergwand slopen hem.

Overwinning van angst telt bij zeiler De Velde even sterk als bij Simpson; daarin verschillen zij van de schrijvers uit Bergland, die hun persoonlijk falen minder toelaten. Simpson en De Velde zijn niet op de eerste plaats zeiler of bergbeklimmer, zij zijn waarheidszoekers, zoekers naar zichzelf in de grote confrontatie met de rauwe schoonheid van oceaan of bergmassief. Voor Simpson vertegenwoordigen de bergen een majestueuze stilte, die voor hem als muziek der sferen is, zielsmuziek. Met het besef van ouder worden zou hij ooit de bergen de rug willen toekeren, en er alleen maar naar kijken. Dat is eerder een mentale dan een `good sport'-houding. Simpson, De Velde en tal van anderen vinden elkaar in een en dezelfde overtuiging: die van de aantrekkingskracht van het onbekende, van de spankracht van de geest om zeeën te doorkruisen en bergen te bestijgen. Simpson zegt: `Dat is voor mij de essentie van het klimmen: de afloop is onzeker, de geest houdt zich klein, de uitdaging is open.' En de weerklank hiervan vinden we in De Veldes overtuiging: `De oernatuur van de mens ligt in het onbekende.'

Charles Dufour en Robert Weijdert: Bergland. Een eeuw Nederlands Alpinisme. Tirion, 335 blz. €27,–

Joe Simpson: De smekende stilte. Vert. Paul Heijman. Nijgh & Van Ditmar, 283 blz. €18,50

Gerlof Leistra en Hanke Roos: De hoogste berg. Prometheus, 261 blz. € 15,–

Henk de Velde: Een 903891315x Rond de polen. Elmar. 200 blz. €14,95