Chapmans op short list Turner Prize

Het Britse kunstenaarsduo Jake en Dinos Chapman is 12 jaar na hun debuut genomineerd voor de Turner Prize voor moderne beeldende kunst. Ook de namen van de andere drie kanshebbers zijn bekendgemaakt.

,,Als je maar lang genoeg wacht, komt iedereen wel een keer aan de beurt'', zei Dinos Chapman na het bekend worden van de short list van de Turner Prize, die zijn twintigste jaargang beleeft. De broers delen de nominatie met Grayson Perry, een travestiet die potten bakt en wel ,,de Tracey Emin van de keramiek'' wordt genoemd. Ook de Noord-Ierse geëngageerde videokunstenaar Willie Doherty en Anya Gallaccio – een beeldhouwer die veel met bloemen en fruit werkt – staan op de lijst voor de prijs van 20.000 pond.

Omstreden willen zijn is het succesvolle handelsmerk van de broers Chapman, 36 en 41 jaar oud, sinds ze in 1990 afstudeerden van het Royal College of Art. In 1999 vormden ze het middelpunt van een rel in New York, nadat de toenmalige burgemeester Giuliani dreigde met het intrekken van subsidie aan het Brooklyn Museum of Art, dat onder meer hun ,,perverse'' beeld van een kind met een penis als neus tentoonstelde. De broers riepen dit jaar in eigen land opnieuw de schandaal!-reflex op door originele Goya-gravures te bewerken. Ze kochten voor 25.000 pond enkele prenten uit de serie Verschrikkingen van de Oorlog (1863), gaven sommige van Goya's slachtoffers het gezicht van een stripfiguurtje, en verkochten de gravures voor het zesvoudige door.

Hun recente werk omvat onder meer een houten beeld in etnisch-Afrikaanse stijl van een man met een zakje McDonald's-frites, wat is uitgelegd als een commentaar op het kapitalisme. De Chapmans zijn dit jaar ook te zien in de grote zomertentoonstelling van de Royal Academy in Londen, en op een overzicht dat verzamelaar Charles Saatchi aan de broers wijdt in zijn nieuwe museum aan de Theems.

Kim Howells, de staatssecretaris van Cultuur die vorig jaar voor een relletje zorgde met zijn opmerking dat de Turner-kandidaten ,,koude, conceptuele bullshit'' hadden gemaakt, betoonde zich gisteren rolvast. ,,Ik word wanhopig bij het idee dat de grootheid van hedendaagse kunst wordt afgemeten aan deze mode-schepsels'', aldus Howells, zelf amateurschilder. Hij zei zich ,,niet te verheugen'' op een bezoek aan Tate Britain.

Sir Nicholas Serota, Turner-jurylid en directeur van de Tate-musea, sprak daarentegen van een boeiende en gevarieerde selectie, met als gemeenschappelijk element dat de genomineerden ,,noch de allerjongsten, noch de alleroudsten'' zijn. De winnaar wordt op 7 december bekendgemaakt.