`Blair dikte gevaar van Saddam aan'

De Britse premier Tony Blair staat onder zware druk om uit te leggen of hij het land heeft voorgelogen over het bestaan van Iraakse massavernietigingswapens als rechtvaardiging om ten strijde te trekken.

Terwijl Blair gisteren als eerste Westerse leider een bezoek bracht aan Irak, ontstond woede in het parlement en binnen de inlichtingendiensten over het mogelijk aandikken van belastende aanwijzingen tegen het Iraakse bewind door Downing Street. Ruim zeventig parlementsleden steunen een motie die eist dat de premier verantwoording komt afleggen. Dissidente Labour-leden, onder wie de wegens Irak afgetreden fractieleider Robin Cook, geloven dat ze zijn misleid over het daadwerkelijke gevaar van de wapens. Vrijwel alle commentaren in Britse kranten zeggen vandaag dat de geloofwaardigheid van de Britse Irak-politiek ernstig is ondermijnd.

Blairs claim dat Iraakse chemische en biologische wapens ,,binnen 45 minuten'' konden worden gelanceerd, was nooit onafhankelijk geverifieerd, maar slechts gebaseerd op één interpretatie door één inlichtingenfunctionaris. Adam Ingram, staatssecretaris van Defensie, gaf dat gisterochtend toe na een hardhandige ondervraging door de BBC-radio.

Een anonieme inlichtingenfunctionaris had eerder gezegd dat dat element op last van Downing Street en tegen de zin van MI6, die spionnen in het buitenland runt, was opgenomen in het ,,herschreven rapport'' om het ,,sexy'' te maken. Blair presenteerde dat dossier op 24 september vorig jaar in het parlement. Volgens MI6 en de elektronische afluisterdienst GCHQ was er een brede trend dat hun bevindingen werden misbruikt omdat de regering politieke munitie nodig had in haar strijd tegen de negatieve publieke opinie. De functionaris noemde het bestaan van de wapens overigens ,,waarschijnlijk''. MI6 was ook tegen de Amerikaanse suggestie dat er banden bestonden tussen Al-Qaeda en Irak. Het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken zou echter hebben bedongen dat MI6 de relaties niet belastte door vraagtekens te zetten bij die claim.

Blair, die na een bezoek aan Britse troepen in Basra doorreisde naar Polen, noemde het vanochtend in Warschau ,,volstrekt absurd'' dat inlichtenrapporten waren aangezet. ,,Niet één woord van het dossier was niet volledig het werk van de inlichtingendiensten'', aldus een woordvoerder van Blair gisteravond.

Niettemin staat vast dat het rapport is geredigeerd door medewerkers van Alastair Campbell, Blairs directeur-communicatie. Eén van hen had ook de hand in een later rapport over Irak dat gebaseerd leek op harde inlichtingen, maar dat deels bleek te zijn overgeschreven uit openbare bronnen. Staatssecretaris Ingram zei eerder dat het merendeel van het materiaal afkomstig was van de VN-inspecteurs in Irak. De woordvoerder van chef-inspecteur Hans Blix liet daarop weten dat Blix nooit had gesproken over harde bewijzen, maar slechts over ,,sterke vermoedens'' dat Irak massavernietingswapens bezat.