Bevelhebbers bezuinigen zichzelf weg

Het opheffen van de zelfstandige bevelhebbers van landmacht, luchtmacht en marine is de uiterste consequentie van bezuiniging op defensie.

Het `boegbeeld' werden ze genoemd bij Defensie. Want de hoogste generaalspost mocht dan wel die van chef-defensiestaf (CDS) zijn, de `mooiste' baan voor iedere militair was zonder enige twijfel die van de BLS, BDL of BDZ, ofwel bevelhebber der land-, lucht- of zeestrijdkrachten. Nog niet zo lang geleden was de CDS niet meer dan een adviseur van de minister. De ware macht lag bij de bevelhebbers, autocraten binnen hun eigen, soevereine koninkrijkjes: de landmacht, de luchtmacht en de marine.

Nu worden de boegbeelden dan opgedoekt. Woensdag kondigde minister van Defensie Kamp aan dat de functie van bevelhebber binnen enkele jaren zal verdwijnen. De maatregel maakt deel uit van een grote reorganisatie binnen de top van Defensie, waarbij de staven van de drie krijgsmachtdelen grotendeels worden samengevoegd. De meeste oppositie tegen de plannen kwam van de marine met bevelhebber Cees van Duyvendijk.

Uiteindelijk moest de bevelhebber der zeestrijdkrachten de handdoek in de ring werpen. Minister Kamp prees tijdens een persconferentie de bevelhebbers voor hun ,,veranderingsgezindheid en hun bereidheid tot op het hoogste niveau ingrijpende maatregelen te nemen.'' De komende vier, vijf jaar zullen de bevelhebbers nog één keer hun voortrekkersrol vervullen, zo zei Kamp. Dit keer als ,,boegbeelden van het transformatieproces''.

De positie van de bevelhebbers was de laatste jaren al enigszins afgekalfd. De CDS had een grotere rol gekregen in het plannen en het uitvoeren van vredesoperaties. En vorig jaar omarmde toenmalig minister van Defensie Frank de Grave een rapport van commissaris van de koningin J. Franssen, waarin een nog veel grotere concentratie van de macht bij de chef-defensiestaf werd voorgesteld. De topstructuur van het ministerie van Defensie was veel te verbrokkeld, zo had de commissie-Franssen geconstateerd. Zo verbrokkeld, dat de minister van Defensie nauwelijks zijn politieke verantwoordelijkheid kon dragen voor het geheel. De parlementaire enquête over `Srebrenica' onderstreepte deze conclusie dit najaar nog eens.

In de plannen van de commissie-Franssen werd de bevelhebbers een groot deel van hun macht ontnomen. Maar Franssen ging niet zover te suggereren dat de boegbeelden daarmee konden verdwijnen. Dat dat laatste nu toch gaat gebeuren, heeft alles te maken met de bezuinigingen die Defensie door het kabinet Balkenende I kreeg opgelegd. Meer dan 850 miljoen euro moest het departement, dat een reeks van bezuinigingen uit de jaren daarvoor nog niet eens geheel had verwerkt, inleveren. De krijgsmacht moest opnieuw inkrimpen, zo maakte Defensie aan het einde van het 2002 bekend. De luchtmacht doekte een squadron F-16's op, de marine leverde twee fregatten in, de landmacht kondigde aan dat alle reserve-eenheden, met tanks en pantserwagens, zouden worden afgeschaft.

Maar de voorgestelde reducties waren volstrekt onvoldoende om de `taakstelling' van 850 miljoen euro te halen. Nog meer snijden in de `operationele capaciteit' konden de krijgsmachtdelen niet over hun hart verkrijgen. Het antwoord was operatie `Samson', een radicale invulling van de plannen van de commissie-Franssen, waardoor in totaal 2.000 van de 6.000 banen op de staven in Den Haag kunnen worden geschrapt. Voortaan worden niet alleen alle vredesoperaties door de CDS aangevoerd, maar wordt ook al het personeels- en materieelbeleid centraal geregeld. Met `Samson' zou voorkomen kunnen worden dat de Nederlandse krijgsmacht nog kleiner wordt, zo hoopte men. Bevelhebbers als Urlings (landmacht) en Berlijn (luchtmacht) bleken daarbij ook bereid de uiterste consequentie te trekken: het opheffen van hun eigen functie.

Dat Samson zulke radicale gevolgen heeft, houdt ook verband met de stagnatie van de jaren daarvoor. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de krijgsmacht overal ingekrompen, behalve aan de top. Met het samenvoegen van de staven van de verschillende krijgsmachtdelen tot één organisatie verdwijnt er een `tussenlaag' die de lijnen onnodig lang maakte en het Nederlandse defensieapparaat het aanzien van een kind met een waterhoofd gaven.

Andere landen, zoals Groot-Brittannië, besloten al eerder om de leiding van de krijgsmacht te centraliseren. Waarschijnlijk zal Nederland, net als het Verenigd Koninkrijk, enkele hoge militairen als `vertegenwoordiger' van ieder krijgsmachtdeel in de defensiestaf opnemen. Hoe dat precies zal gebeuren, zal later worden beslist, zo schrijft Kamp in een brief aan de Tweede Kamer.

En er valt nog meer te beslissen. Want inmiddels is gebleken dat ook operatie-Samson geen redding kan brengen. De komende weken zal Kamp knopen moeten doorhakken over nieuwe efficiency-plannen, zoals het idee om alle onderhoudsbedrijven van de krijgsmachtdelen samen te voegen of een plan van de landmacht waarin 3.700 banen komen te vervallen doordat militairen in opleiding worden meegeteld bij de parate eenheden. Hardere maatregelen, zoals het sluiten van de landmachtkazerne in het Duitse Seedorf of het opheffen van de luchtmachtbasis Soesterberg of Gilze-Rijen, zijn waarschijnlijk ook onafwendbaar.

Het enige lichtpuntje bij deze besprekingen is dat het nieuwe kabinet in zijn regeerakkoord extra geld heeft opgenomen om de ergste bezuinigingspijn bij defensie te verlichten. Met dat geld kunnen oude, maar nog niet gerealiseerde plannen voor extra parate eenheden voor vredesmissies, `meer groen op de grond', waarschijnlijk worden gerealiseerd.

Een bredere basis, met een smallere top: langzamerhand krijgt de Nederlandse krijgsmacht weer iets van haar klassieke militaire piramidestructuur terug.