Bedje asperges

Haringen zijn van de zee en asperges van het land. Daarom komen ze elkaar zelden tegen. Als dat toevallig wel gebeurt, gaan ze elkaar meteen weer uit de weg.

Bijna alle mensen lusten haring en ook asperges. Maar niet van één bord.

Nieuwe haring eten ze buiten op straat en asperges binnen aan tafel. Uit beleefdheid, om die haring en die asperge niet in verlegenheid te brengen. Snap je? Want die lusten elkaar helemaal niet. De nieuwe haring, die je nu overal kunt kopen, wordt rauw gegeten. Asperges worden gekookt, soms tot ze helemaal slap zijn en je er niet eens meer op hoeft te kauwen. Jammer, want iets in je mond voelen is best prettig. Dat merk je wanneer je op een brokje Hollandse nieuwe bijt. Toch kun je asperges heel goed rauw eten. Hoe dan? Je maakt van een grote asperge allemaal kleine asperges. Je schilt de asperge, breekt het onderste, brede stukje eraf en de rest snij je op zo'n manier dat het net lucifers lijken. Precies zo groot of iets groter.

In een schaal doen en wat azijn en olie erop. Goede azijn en goede olie. Dat is belangrijk. Wat zout en een beetje peper. Misschien een drupje honing. Een paar van die piepkleine tomaatjes door de helft snijden en ook erbij. Af en toe roeren met de lepel, zodat alles goed onder de azijn en de olie zit. Nu ga je op elk bord een bedje maken. Zo noemen ze dat: een bedje. Van droge, maar wel gewassen sla. Groen of rood, maar ook rauw. Daarop de asperges, met het nat van hun badje. Badje op bedje. Tomaat ook op bedje. Je zult verbaasd staan.

Volgende keer gekookte nieuwe haring?