Absoluut vorst aan zee

Prins Rainier van Monaco wordt morgen 80 jaar. Hij is daarmee de oudste regerende monarch van Europa en tevens de langst zittende. Sinds 1949 bestuurt hij als een absoluut vorst het prinsdom aan de Middellandse Zee.

Het is in Monaco bijna onmogelijk de koninklijke familie te ontwijken. Toen ik zeven jaar geleden de rotspunt bezocht, liep ik in één weekeinde én prinses Stephanie én prins Albert tegen het lijf. De prinses trof ik, verscholen achter een grote zonnebril, in haar eigen kledingzaak, de Replay Store aan de Rue Grimaldi. Toen ik haar een vraag stelde, alarmeerde de bedrijfsleider meteen de prinselijke garde. Van een arrestatie is het helaas niet gekomen.

Diezelfde garde kwam ik een dag later weer tegen, ditmaal in gezelschap van erfprins Albert. De zoon van Rainier III moest de hoofdprijs van het Wereldkampioenschap Monopoly uitreiken in het hotel waar ik logeerde.

Ontmoet je de Grimaldi's niet in het `wild', dan is het wel op bekers en vlaggetjes in de etalages. Of in de kathedraal van Monte Carlo waar de priester elke zondag bidt voor het welzijn van Rainier, waarna het kerkkoor in het Latijn de hymne `God zegen onze prins' zingt. De geest van de in 1982 bij een auto-ongeluk omgekomen prinses Gracia waart ook nog steeds rond. Haar graftombe in de kerk is overladen met bloemen.

Vanwege die nadrukkelijke aanwezigheid in het openbare leven, pakken de Monegasken de koninklijke familie met fluwelen handschoenen aan. Schandaalverhalen voor het oprapen bij de Grimaldi's, maar publiceren heeft geen zin, want de politie neemt kritische bladen zonder pardon in beslag, vertelt de plaatselijke boekenverkoopster Jane France in het boek The ruling house of Monaco (1998) van de journalist John Glatt. Toen Stephanie in september 1996 bekendmaakte te gaan scheiden van haar lijfwacht Daniel Ducruet, opende de voorpagina van Monaco Hebdo met het WK Monopoly in het Loews Hotel.

De merendeels puissant rijke Monegasken lijken het allemaal best te vinden, zolang de Grimaldi's het belastingparadijs zonder criminaliteit maar in stand houden. Het Côte d'Azur-staatje kent geen inkomstenbelasting, en het politiekorps telt volgens Glatts boek 500 leden, ofwel één agent per 60 inwoners.

De trias politica is in Monaco nog niet doorgedrongen. De grondwet van 1962 legt uitvoerende en rechterlijke macht in handen van de prins, ofschoon hij de laatste bevoegdheid heeft gedelegeerd aan hoven en gerechten. Met de Nationale Raad, het parlement van Monaco, deelt de prins de wetgevende macht, maar hij mag elke wet die hem niet bevalt met een veto torpederen.

De jarige prins beschouwt de glamourstaat als zijn persoonlijke eigendom. Geen bedrijf komt het land binnen zonder zijn permissie. ,,Ik zie mijzelf als de leider van een grote onderneming'', heeft hij eens gezegd. Hoe lang hij nog aan de top van dat `bedrijf' zal staan, blijft in het vage. Is het wachten op het langverbeide huwelijk van de inmiddels 45-jarige kroonprins? Een woordvoerder van het paleis hult zich in nevelen en raadt aan ,,de prins een briefje te schrijven''.

De troonopvolger zal dankzij de inspanningen van zijn oude vader in elk geval een economisch welvarend land `overnemen'. Toen Rainier in 1949 de troon besteeg, balanceerde de mini-monarchie op de rand van een faillissement. De stroom rijke toeristen was na de Tweede Wereldoorlog zo goed als opgedroogd en van het prinsdommetje was niet veel meer over dan een kale rots met een casino. De prins spoot vele hectaren grond op in de Middellandse Zee en liet er luxe hotels, kantoren en een congrescentrum bouwen. Buitenlandse ondernemingen lokte hij met aantrekkelijke vestigingsvoorwaarden. Niet voor niets is het koosnaamje van de Monegasken voor hun prins le bâtisseur (de bouwer).

De economische voorspoed die hij het 195 hectare grote staatje bezorgde, had echter een schaduwzijde. Monaco werd, zoals Somerset Maugham het ooit uitdrukte, a sunny place for shady people. Uit een Frans parlementair onderzoek kwam het protectoraat in 2000 tevoorschijn als ,,een van de hypocrietste landen op het gebied van witwaspraktijken''. Rainier was woedend en dreigde in Le Figaro zich geheel los te maken van de grote broer.

De 32.000 Monegasken genoten. Eens te meer was bewezen: om hun vorst en beschermheer kon niemand heen.