Aanval op het fatalisme

De voorstellingen van Argentijnse theaterregisseurs zijn zelden logisch of eenduidig. ,,Met logica schiet je in Argentinië niet op.''

Nog maar net hebben Federico León en Tatiana Saphir, regisseur en dramaturge uit Buenos Aires, zich in het Brusselse café geïnstalleerd, of uit de onooglijke speakers klinken de uithalen van wat misschien wel het meest afgezaagde nummer ter wereld is. `Don't cry for me, Argentina'. In een instrumentale versie voor synthesizer en orkest.

Het is als een goedkoop theatereffect. Federico León kan erom lachen, maar helemaal van harte gaat het niet. Sinds zijn voorstelling Mil Quinientos Metros sobre el Nivel de Jack in 2001 op de Europese theaterfestivals succes oogstte, komt hij regelmatig in Europa. Dat bevalt hem, maar het heeft ook een nadeel. In het buitenland worden zijn voorstellingen vaak alleen in politieke termen geïnterpreteerd, legt Tatiana Saphir uit. ,,Het publiek ziet geen voorstelling, het ziet een Argentijnse voorstelling. En die moet dus ook altijd over Argentinië gaan.''

Mil Quinientos Metros sobre el Nivel de Jack (Vijftienhonder meter boven het niveau van Jack) behelsde het absurde, tegelijk ontroerende en grappige verhaal van de weduwe en de zoon van diepzeeduiker Jack. Sinds zijn verdwijning woonden de overgebleven familieleden in de badkamer, grotendeels zelfs in het bad, dat met grote gutsen overstroomde. De moeder wachtte op een tv-documentaire over haar man, in de badkamer stond een tv op sneeuw. Natuurlijk leidde al dat water tot bespiegelingen over verdwijning, over verdrinken, het hoofd boven water houden en zeeën van tranen. Maar meer dan om metaforische, was het water er om fysieke redenen. Het liet je de kille angst en het glibberige, want niet te hanteren verdriet voelen van de personages. Zoals de badkuip je het opgepropte van familie bewees en de oude elektra in die natte badkamer de spanning stevig opvoerde.

In Federico Leóns nieuwe voorstelling, El Adolescente, is de rol van het water overgenomen door muren. Muren waar omheen gerend wordt, waar mensen zich achter verbergen en waar ze met hun hoofd tegenaan knallen. Ook brommerhelmen en schoenen spelen een rol; de acteurs krijgen regens van schoenen te verwerken en zetten dan die helmen maar weer op. Drie jongens, adolescenten, dagen elkaar in de voorstelling uit en twee ouderen zitten hen achterna, alsof ze hun jeugd proberen te stelen. El Adolescente is een voorstelling die verder niets uitlegt. Soms grimmig, soms zeurend melig en vol ongemakkelijke, ongerichte, maar onuitputtelijke energie. Een voorstelling als een puber, kortom.

Daar moet Federico León om lachen. ,,Ik wilde datgene achterwege laten waarop ik in Mil Quinientos zo had gesteund, namelijk een verhaal. Ook wilde ik bij deze voorstelling dingen doen die me zouden frustreren. Dat gevoel, tegen jezelf inwerken, herinner ik me goed van mijn eigen puberteit. Tegelijk wilde ik de onbevangenheid laten zien die je hebt als je zo oud bent. Als het goed is, voel je dat als toeschouwer allebei.''

Bloei

Zowel op het Brusselse KunstenFESTIVALdesArts in Brussel als op het Holland Festival zijn al een aantal jaren Argentijnse regisseurs te gast. Dit jaar toont Brussel drie voorstellingen uit Buenos Aires, en een uit La Plata. Op het Holland Festival is naast Federico León ook Ricardo Bartís te gast, die al twintig jaar aan het hoofd staat van het avant-garde gezelschap Sportivo Teatral.

Behalve het theater bloeit ook de Argentijnse film, eens temeer sinds Argentinië failliet is. Of lijkt dat maar zo en krijgen we hier een vertekend beeld en worden de voorstellingen alleen maar sneller uitgenodigd, sinds het land de journaals weer haalde? Allebei, zegt Federico León. Zijn nieuwe voorstelling wordt gecoproduceerd door maar liefst vijf Europese festivals, over belangstelling uit het westen hebben hij en zijn collega's niet meer te klagen. Tegelijk waren in Buenos Aires theatermakers al sinds de jaren zestig gewoon vrijwel zonder budget te werken in huiskamers, garages en tuinen. Maar de laatste vier jaar is er sprake van een sterke opleving.

,,In Buenos Aires lijkt het nu wel of iederéén in zijn huiskamer voorstellingen produceert. Op straat en in krantjes vind je huisadressen en telefoonnummers; je gaat naar zo'n huis, belt aan en ziet met een klein aantal mensen een voorstelling. Het levert een bijzondere vorm van theater op; de ruimte waar je de voorstelling ziet is erg intiem, de acteurs hebben er ook gerepeteerd en zijn er deel van, en het publiek deelt de ruimte weer met de acteurs. Als mijn voorstellingen in Europa spelen, vind ik de zaal al gauw te groot.''

Federico León werd in Buenos Aires geboren, in 1974. Hij is de jongste van de drie avant-garde huiskamer-regisseurs die nu in Brussel zijn. De andere twee, Alejandro Tantanian en Beatriz Catani, zijn allebei in de vijftig. Hun theater is moeilijk als iets anders te zien dan Argentijns; ze beklagen om het hardst hun land. Zo stelt Alejandro Tantanian in zijn voorstelling Carlos W. Saénz een klein flesje tentoon, half gevuld met water. Water? Traanvocht is het, `de tranen van de zeven droevigste mensen van Buenos Aires'.

Tantanians voorstelling is een soort lezing met lichtbeelden, voorwerpen en muziek, waarin het fictieve levensverhaal verteld wordt van Saénz, een geleerde die zijn leven lang het plan had een `Theater van de Weemoed' te bouwen in Buenos Aires, maar die in 1958 spoorloos verdween. ,,Saénz' theater van de weemoed heeft in Buenos Aires dezelfde plek als, zeg, de sociale rechtvaardigheid. Iedereen is het erover eens dat er een plek moet zijn voor sociale rechtvaardigheid. Onze politici durven zelfs te zeggen dat Argentinië die plek is. Maar als je naar buiten kijkt, zie je mensen op straat die sterven van de honger.''

In Ojos de Ciervo Rumanos (Ogen van een Roemeens hert) vertelt Beatriz Catani het verhaal van een vader wiens sinaasappelplantage is teruggebracht tot een paar dooie stammetjes en een zieltogende ficus. En tot zijn dochter, die hij behandelt alsof ze een boom is. Ruw, maar niet zonder liefde plant hij haar in een teil met zand, voert haar sinaasappelsap en probeert haar te enten met een slangetje in haar onderbroek. Ook hier is er een personage dat verdwenen is; de moeder van het meisje, een Roemeense.

Een moderne mythe over de toekomstloosheid heeft Catani willen maken, zegt ze: ,,In Argentinië is de toekomst dood, het heden bijna. Het verleden, groots en traumatisch, overschaduwt alles.''

Het zijn drie heel verschillende werelden, die van Tantanians academische college, Catani's desolate familieverhaal en Federico Leóns jongensgeworstel, maar één ding hebben ze gemeen: vatbaar voor één enkele uitleg zijn ze niet. Catani's sinaasappelbomen en Leóns schoenen en brommerhelmen zijn geladen met betekenis, ze roepen gevoelens en assocaties op zonder te verworden tot makkelijke symbolen. ,,Ik neem nooit het besluit om iets te gebruiken in een voorstelling'', zegt León. ,,Een voorwerp sluipt de voorstelling als het ware binnen omdat het toevallig voorhanden is in de ruimte waar we repeteren. Zelf zie ik ook pas na de première welke betekenissen een voorwerp allemaal heeft aangenomen.''

In Europa valt die aanpak niet altijd goed, zeggen de drie regisseurs. ,,Het Europese publiek wil voorstellingen altijd zo graag begrijpen'', zegt Catani. ,,Bij ons reageert het publiek op de emoties van een voorstelling. Het heeft niet zo'n behoefte aan een lineair verhaal. Bovendien, met logica en eenduidigheid schiet je in Argentinië niet op. In de jaren negentig was alles mooi en kloppend, en juist die werkelijkheid is fictie gebleken.'' ,,Geen Argentijn die nog gelooft in de ratio'', zegt Tantanian. ,,Wij gaan dus op zoek naar andere waarheden.''

Die waarheid is er een van verdriet, soms zelfs van bitterheid. Alejandro Tantanian en Beatriz Catani zeggen dat ze voor hun land alle hoop verloren hebben. Argentinië is allang weer uit de journaals verdwenen, maar de crisis, die in de winter van 2001 duizenden Argentijnen met sauspan en lepel de straat opstuurde, is nog niet voorbij. Argentinië heeft een schuld van 11 miljard dollar bij de Wereldbank, precies zoveel, zegt Catani, als het totaal aan spaargeld dat Argentijnen op hun bankrekeningen hadden voordat die waardeloos werden. Van de zelfverklaarde hoop van Latijns Amerika is Argentinië afgegleden naar het niveau van een derde-wereldland. In de straten van Buenos Aires, zegt Beatriz Catani, zoeken families die twee jaar geleden nog tot de middenklasse behoorden, nu tussen het vuilnis naar voedsel. ,,De situatie is veel slechter dan in 2001. Na de opstand is er nu de passiviteit. Niemand ziet meer een uitweg of begrijpt wat er gebeuren moet. Het is een gevoel dat moeilijk te beschrijven is; alsof je verdrinkt.''

Dictators

,,Als samenleving zijn we erg onvolwassen en passief'', vindt Alejandro Tantanian. ,,We zijn nog maar onafhankelijk sinds 1810, en sindsdien hebben we een groot deel van onze tijd doorgebracht onder dictators. We zijn een zwakke democratie, een jong land, zonder identiteit, maar wel met een traumatisch verleden. Daarom hebben we een puberale hang naar drama. Kijk naar onze verering van Perón en Evita. Zelfdramatisering is dat, heel puberaal. Dat is Argentinië. Een adolescent.''

Maar voor een vijftiger als Tantanian heeft het woord adolescent een heel andere bijklank dan voor een twintiger als León, blijkt in het Brusselse café, waar de synthesizer inmiddels uitgehuild is. ,,In mijn voorstelling'', zegt León, ,,gaat het precies om het tegenovergestelde. Ik vind het risicoloos en makkelijk om te zeggen dat alle hoop verloren is. Juíst als dat de stemming is, is het zaak dat in het theater niet nog eens te bevestigen. Mijn voorstelling gaat dus lijnrecht in tegen dat fatalisme. Juist nu wil ik het in het theater hebben over de passie van de jeugd. Juist nu wil ik me afvragen wat dat is: energie, hoop, toekomst.''

De voorstellingen van Alejandro Tantanian en Beatriz Catani zijn alleen in Brussel te zien; `El Adolescente' van Federico León is op 12, 14, 16 en 17 juni te zien in De Balie in Amsterdam; `Donde Mas Duele' (Waar het het meeste pijn doet) 18 t/m 22 juni in Theater Bellevue.

www.hollandfestival.nl