Versteende liefde

Uw overleden partner als ring? Het kan sinds kort. Na de crematie perst de firma LifeGem van de as een synthetische diamant. Bij gelijktijdige bestelling van twee stenen krijgt u korting.

Hoe donkerder de as van de overledene, hoe beter. ,,Als hij crèmewit tot wit is, raden we de nabestaanden af om met ons in zee te gaan'', zegt Ton Jaspers, eigenaar van LifeGem Nederland. Het bedrijf, dat begin april is opgericht, werkt de as van overledenen op tot diamanten. Een dode als diamant? Ja, legt Jaspers uit. Een diamant is niks meer dan een netjes geordende verzameling van koolstofatomen. Net als het grafiet in een potlood. En koolstof is een essentiële bouwsteen van planten en dieren, ook van de mens. Van menselijke koolstof kun je best een diamant maken, onder de juiste omstandigheden.

Jaspers heeft inmiddels twee bestellingen binnen. Van wie wil hij niet zeggen. Maar in allebei de gevallen gaat het om de partner die overleden is. En beide nabestaanden hebben om een diamant van 0,25 karaat gevraagd. De prijs daarvoor is 2.500 euro. Hij kan verder oplopen tot 11.800 euro, voor een diamant van 0,79 karaat. En meer kan ook nog. Maar dan wordt de prijs in onderling overleg vastgesteld. Bij gelijktijdige bestelling van twee diamanten geeft het bedrijf een kleine korting.

Jaspers verwacht meer belangstelling. ,,Zo'n diamant is een discrete manier om een dierbare in herinnering te houden'', zegt hij. Er zijn ook mensen die een mini-urntje om hun hals dragen, of een medaillon. ,,Daarvan zie je meteen dat het om een dode gaat'', zegt Japsers.

De Nijmeegse fysicus dr. Willem van Enckevort, gespecialiseerd in de kristalgroei van onder andere diamant, bevestigt dat het kan. Over de hele wereld staan hogedrukpersen waarmee synthetische diamanten worden gemaakt. Volgens Jaspers maakt LifeGem vooralsnog gebruik van een pers in Amerika. Binnenkort wellicht een pers in Rusland.

Jaspers legt het procédé uit. Van de gecremeerde is tenminste 500 cc as nodig. Het liefst donkere as, want daarin zit veel koolstof. In witte as juist heel weinig. Die 500 cc wordt in twee helften gescheiden. ,,Een helft houden we achter de hand, mocht er iets mis gaan'', zegt hij. Aan de andere 250 cc worden anderhalf tot twee theelepels natuurlijk koolstof toegevoegd. Het mengsel gaat de smeltkroes in. Daar wordt de koolstof opgezuiverd. ,,De natuurlijke koolstof is nodig om de menselijke koolstof uit de asresten te binden'', zegt Jaspers. Dat proces duurt acht tot tien weken. Daarna gaat de koolstof – volgens Jaspers zo'n drie theelepels – in een hogedrukpers. Bij een druk van 55.000 tot 60.000 atmosfeer en een temperatuur tussen de 1.000 en 1.650 graden Celsius groeit vervolgens in nog eens acht tot tien weken tijd een diamant. Tot slot gaat de ruwe steen naar een gecertificeerd diamantslijper. En van daar terug naar LifeGem. Al met al duurt het volgens Jaspers zo'n 26 tot 28 weken.

Volgens Van Enckevort is het groeiproces niet goed te controleren. De variatie van de diamanten loopt nogal uiteen. Jaspers erkent dat. Van Enckevort vindt dat het proces van LifeGem erg lang duurt. Normaal zit koolstof volgens hem maar één tot twee weken in de pers. Bovendien vraagt hij zich af hoeveel van de menselijke koolstof uiteindelijk in de diamant terechtkomt. Ook de kist wordt tijdens de crematie meeverbrand, en daarin zit eveneens koolstof. Hetzelfde geldt voor de kleding. Volgens Jaspers bestaat de diamant voor één tot twintig procent uit menselijke koolstof. Dat het om een klein percentage gaat, vindt hij niet bezwaarlijk. Jaspers: ,,Er zijn ook mensen die een lokje haar van een overledene bewaren, en niet de hele persoon.''

Voorzitter Bert van der Weiden van de Landelijke Vereniging van Crematoria is niet op voorhand tegen het initiatief van Jaspers. ,,We zijn altijd in voor innovatie en taboedoorbrekende zaken'', zegt hij. Maar hij wil graag van Jaspers persoonlijk horen hoe het proces in zijn werk gaat. En hoeveel garantie hij zijn klanten kan geven. ,,Ze moeten geen glas krijgen'', zegt Van der Weiden. Zelf zou hij zich niet tot een diamant laten opwerken. ,,Maar ik ben nogal nuchter in dat soort zaken. Misschien denkt mijn vrouw er anders over.''

LifeGem heeft voor veel onrust gezorgd bij de Nederlandse crematoria, aldus Van der Weiden. ,,Sommigen vinden het idee mooi, anderen voelen zich voor de gek gehouden.'' LifeGem heeft ook een gevoelige snaar geraakt. Volgens Jaspers houd je namelijk meer menselijke koolstof over als de crematie onvolledig is. Dat wil zeggen, als ergens tijdens de crematie het lijk even uit de oven wordt gehaald. Vervolgens worden de organen verwijderd, en die gaan in een speciale pan. Dan gaat alles weer terug in de oven, en het proces wordt afgemaakt. In die pan blijft extra veel koolstof over. Maar in Nederland zijn crematies nog `volledig'. In Amerika hebben sommige crematoria hun proces aangepast voor het `diamantinitiatief' – in Amerika zit al langer een LifeGem. Moeten de Nederlandse crematoria hun werkwijze nu ook gaan aanpassen? Binnenkort zitten Van der Weiden en Jaspers met elkaar om de tafel.