Turijn heeft verleden, Milaan de toekomst

Behalve een strijd tussen twee voetbalclubs is de Champions-Leaguefinale vanavond een strijd tussen twee Noord-Italiaanse steden, Turijn en Milaan.

Trots overheerst dezer dagen in Italië. De winst is immers al binnen. Vanavond is de wereld getuige van de hoogmis van het Italiaanse voetbal. De Champions Leaguefinale tussen Juventus en AC Milan, twee zeer succesvolle en rijke voetbalclubs uit twee Noord-Italiaanse steden.

Beide clubs worden geleid door puissant rijke ondernemers. Juventus al tachtig jaar door de Fiat-familie Agnelli, en Milan sinds 1986 door de huidige Italiaanse premier Silvio Berlusconi. Beide clubs kenmerken zich door glamour, successen en hoge salarissen, maar daar houdt de parallel op. Want Juventus komt uit Turijn en Milan uit Milaan.

Twee steden die met de rug naar elkaar liggen. Symbolisch voor de wederzijdse desinteresse is de treinverbinding. In het tijdperk van snelle Eurostars die alle Europese steden dichter bij Milaan brachten, doet de boemel tussen Turijn en Milaan er net als een eeuw geleden nog twee uur over.

Inwoners van Turijn hebben weinig op met Milanezen en omgekeerd negeren Milanezen de Turijners. Extreem gesteld: Turijn symboliseert het verleden en Milaan het heden en de toekomst. Of zoals een woordvoerder van de Turijnse burgemeester zegt: ,,In Italië speelt zich steeds meer alles af op de as Milaan-Rome. Wij zijn de laatste decennia op een zijspoor geraakt. We willen niet in het verleden blijven steken en hopen dat een overwinning van Juventus bijdraagt aan het splitsen van die as tussen Rome en Milaan.''

Hij doelt op de crisis die Turijn doormaakt. Ooit was de stad een motor van ontwikkeling, zowel sociaal, politiek als economisch. Het was de stad van een zich onder de koninklijke Savoyes verenigend land, de stad van de Agnelli's en Fiat die Italië industrialiseerden, de stad van politici; zes van de negen Italiaanse presidenten zijn geboren in Turijn. Maar nu straalt vrijwel alleen nog de ster van Juventus, de op afstand meest populaire voetbalclub van Italië.

Wat rest is een prachtig zojuist gerenoveerd classicistisch stadscentrum, steeds meer leegstaande fabriekshallen en enkele eerste tekenen van wederopstanding zoals de film- en muziekcultuur, en de boek- en delicatessenbeurzen.

De crisis van Fiat heeft behalve tot een economische ook tot een identiteitscrisis geleid. De stad die zichzelf net als Rotterdam karakteriseerde als een thuishaven van werkers, ziet de werkeloosheid snel stijgen. Turijn is zoekende en klampt zich vast aan de Winterspelen van 2006 die ze mag organiseren om zichzelf internationaal op de kaart te zetten.

Dat is Milaan al lang gelukt. De stad beschouwt zichzelf als de hoofdstad van mediterraan Europa en leeft bij de gratie van internationale contacten. Milaan heeft een plek gevonden in het postindustriële heden. De stad is creatief, extravert en open. Het is het centrum van de Italiaanse financiële wereld, van de mode en de media, en van de macht.

Terwijl de onlangs overleden broodheer van Juventus Gianni Agnelli zijn stempel drukte op het naoorlogse Italië, gebeurt dat nu door de eigenaar van Milan, Berlusconi. Beide heersers representeerden wat Italianen graag zien: zelfverzekerde leiders. Maar hun stijl verschilt hemelsbreed. Agnelli speelde zijn troefkaarten immer achter de schermen via een-tweetjes met ministers en parlementariërs. Berlusconi is juist alom en altijd tegenwoordig op het beeldscherm en werd zelf politiek actief. Agnelli was geliefd als een vader en werd eind vorig jaar door alle Italianen begraven als de ,,laatste koning van Italië''. Berlusconi is nog ver verwijderd van deze status van onaanraakbare en werd deze maand uitgemaakt voor hofnar, toen hij terechtstond vanwege omkoping van rechters.

Ondanks al deze deels reële en deels schijnbare verschillen is er vandaag geen sprake van een oorlogsstemming tussen de beide supportersgroepen. Het succes van Italië in Europa is belangrijker. Volgens sommigen speelt Juventus vanavond in Manchester een thuiswedstrijd, omdat Manchester net als Turijn een stad van werkers en veel gesloten industriehallen is.

Berlusconi kijkt daar anders tegenaan, zo bleek vorige week. ,,Milan zal winnen, het kan niet anders, ik ben er toe veroordeeld om altijd te winnen. Voor mij is een nederlaag ondenkbaar'', aldus de premier wiens coalitie maandag bij provinciale verkiezingen nog de belangrijke provincie Rome verloor aan de linkse oppositie.