`Tijd verzacht wonden'

Ger Thijs publiceerde vorig jaar een sleutelroman over zijn ervaring als artistiek leider. De roman heeft hij bewerkt tot een monoloog die vrijdag in première gaat, met Thijs zelf als acteur.

Het is drie jaar en een half jaar geleden dat Ger Thijs als artistiek leider van het Haagse Nationale Toneel werd `gewipt'. Hij was `te oud' en er waren onderlinge ruzies. De Koninklijke Schouwburg, huis van het Nationale Toneel, was net na een jarenlange verbouwing weer geopend en feestelijk ingewijd. Thijs was blij, want de schouwburg was de plek waar hij het liefste regisseerde. Maar het feest was snel voorbij. Nog geen twee maanden na de heropening besloot het bestuur, onder leiding van Jeltje van Nieuwenhoven, dat het beter zou zijn als hij ging.

Vorig jaar verscheen de sleutelroman Een sterke afgang, geschreven door de voormalig artistiek leider. Daarin worstelt schouwburgdirecteur René Lambert met zijn bestuur, maar bovenal met het feit dat na een jarenlange verbouwing `zijn' schouwburg niet meer de oude is. De akoestiek blijkt aangetast, net zoals dat destijds in de Koninklijke Schouwburg het geval was.

Aanstaande vrijdag gaat in Theater aan het Spui de monoloog Een sterke afgang in première, bewerkt en uitgevoerd door Thijs zelf. Eerst nog als monoloog voor een kleine zaal, volgend seizoen als bijzondere tocht door de schouwburg, met Thijs als gids. Ook de Koninklijke Schouwburg zal worden aangedaan.

Thijs: ,,Ik zit nu in een andere fase dan destijds. Toen vond er een breuk plaats in mijn bestaan. Het werd heel stil om me heen. Niemand belt, niemand praat met je. Dus ben ik gaan schrijven. Een aantal romanpersonages is duidelijk herkenbaar. Ietje Tietje is Jeltje van Nieuwenhoven. Ze heeft een enorme, giftige boezem en Lambert denkt erover Joegoslavische huurmoordenaars met messen op haar borsten af te sturen. Ik was kwáád. Mensen zeggen dat ik bij haar te ver ben gegaan, maar zij moest worden gestraft, zo voelde dat. Er zijn meer herkenbare karakters. Friso Westra, in het boek de tweede man van de directeur, lijkt sterk op Evert de Jager, die nu algemeen directeur is bij het Nationale Toneel.''

Een aantal scherpe stukken is tijdens het bewerken afgezwakt, zegt Thijs. ,,Tijd verzacht. De directeur pleegt bijvoorbeeld geen zelfmoord meer, hij heeft er slechts een visioen van. Het zwaartepunt ligt nu bij het tonen van een man die knokt met de vernedering van plotseling ontslag. Een man die er niets van begrijpt en zegt `ik was een zondagskind en het is maandag geworden.' Dat moet met de huidige recessie toch een herkenbaar gegeven zijn. Ik hoop dat díe verbinding wordt gemaakt. Dat ze niet zeggen `is die Thijs nou nóg niet klaar met zijn Nationale Toneel?'.

,,Hoe autobiografisch bepaalde elementen ook zijn, het is een `bemantelde' werkelijkheid. Het boek is dan ook geen banale afrekening met mensen die me hebben gekwetst. Mijn wonden zijn mijn materiaal, maar vermengd met fictie. Daarom ben ik ook verbaasd als mensen zeggen `dat je dat durft, jezelf en anderen in een boek schrijven.' `Dat ben ik niet', zeg ik dan, `dat is een personage.'

Sinds die Haagse crisis regisseert Thijs voorlopig niet meer. Hij vindt dat hij destijds nooit het artistiek leiderschap op zich had moeten nemen. ,,Ik was regisseur, maakte voorstellingen. Ik voelde me heerlijk in die zaal van de Koninklijke Schouwburg, maakte er drie jaar lang de ene gelukte voorstelling na de andere. Dan zeggen mensen tegen je, `hier, je mag het hele gezelschap hebben'. En dan gaat het mis. Je gevoel zegt dat je het niet moet doen, maar het verstand zegt: `Ja, hoho, als ik het niet doe, wie doet het dan? Krijg ik dan nog wel ruimte?' Ik had niet naar mijn ratio moeten luisteren. En vrij snel erna kwam de verbouwing. De zaal waar ik het om deed was weg. Ik ben een hele tijd heel ongelukkig geweest. Maar nu niet meer. Ik ben bevrijd van het gezelschap en ben alleen nog maar verantwoordelijk voor de dingen die ik zelf wil doen.''

Thijs' boek kreeg vorig jaar veel aandacht in de pers, maar desondanks zijn er maar duizend exemplaren van verkocht. ,,Ik zei tegen de uitgever: `ik heb al die duizend mensen gesproken. Dat kán toch niet.' Volgens mij denken Nederlanders: die man komt uit het toneel, dus hij is geen schrijver. Klaar. Maar dat kan dus wél. Ik hou van grenzen tussen genres, van toneelmatig proza, van literair theater. Ik ben een grensganger.''

Een sterke afgang, première 30 mei in Theater aan het Spui, Den Haag. Aldaar t/m 7/6. Inl. 070-346 52 72 of www.theateraanhetspui.nl