Recht in de knel

DE RECHTERLIJKE MACHT waarschuwt voor een dreigende personeelsstop. Deze kan leiden tot problemen in de rechtsbedeling. Zeker nu de politie van het kabinet extra strafzaken moet aanleveren. De economische tegenwind bezorgt de rechters toch al meer werk (ontslagzaken, faillissementen). Minister Donner (Justitie) sust dat het allemaal wel meevalt. Van een echte stop is geen sprake,slechts van een beperking van de groei.

Enige (zelf)beperking is volgens de bewindsman onvermijdelijk nu iedereen bij de overheid pas op de plaats moet maken. Wat de problemen met de instroom van nieuwe rechters betreft wijst hij er fijntjes op dat de rechterlijke macht autonoom is. De boodschap: dat moeten de rechters maar zelf oplossen. Onlangs is een aparte Raad voor de Rechtspraak begonnen, die in de woorden van de regering ,,de bestuurlijke zelfstandigheid'' van de rechterlijke macht tot uitdrukking moet brengen.

DONNER WEET echter ook dat de regering ten volle aansprakelijk blijft voor het functioneren van de rechtspraak in het algemeen en ook voor het geld dat beschikbaar is voor de salariëring. De rechterlijke macht is niet zomaar een overheidsdienst, maar neemt een eigen plaats binnen het staatsbestel in. Dat schept een speciale zorgplicht voor de minister van Justitie. Het is trouwens de uitvoerende macht die zelf de grote slokop is en niet zozeer de rechterlijke macht, die in ons land nog steeds een bescheiden apparaat vormt. Dat apparaat kan bepaald beter functioneren. De afgeschermde positie leidt ook tot een bedrijfsvoering die niet van deze tijd is. Neem alleen maar de wachttijden in de paleizen van justitie. Een plaag, niet alleen voor gedaagden en getuigen, maar ook voor de rechters zelf.

Enige druk op de ketel is zo kwaad nog niet. Maar als een kabinet met de politie prestatiecontracten sluit die leiden tot een groter aanbod van zaken, dan moet het de consequenties daarvan wel onder ogen zien in het vervolg van de rechtsketen. Instelling van een Raad voor de Rechtspraak is prachtig, maar met reden waarschuwde de Raad van State al dat dit ,,de spanningen slechts verplaatst''.