Jeugd

Alles grijpt in elkaar, als je een beetje geluk hebt.

Drie dagen geleden zag ik in de bioscoop de Franse documentaire Etre et avoir, een mooie film over een oude onderwijzer in de Auvergne die met eindeloos veel geduld en begrip zijn plattelandsschooltje leidt. Voor de kinderen is hij, zonder dat ze het beseffen, de laatste, veilige halte op de weg naar de volwassenheid.

Gisteravond was ik in het Lucent Danstheater in Den Haag bij de presentatie van twee boeken van de Haagse historicus Wim Willems. Stadskind bevat de wekelijkse kronieken over zijn jeugd in Den Haag die hij voor de Haagsche Courant schreef. In Mijn stad bundelde hij de reacties van lezers op zijn stukken.

Willems is een begenadigd verteller die met veel gevoel voor sfeer en detail de wereld van zijn jeugd oproept. Niet alleen de stad Den Haag rijst onuitwisbaar op uit de as van zijn herinneringen, ook de jaren vijftig en zestig nemen weer vaste, herkenbare vormen aan.

Zijn herinneringen zijn onlosmakelijk verbonden met het arbeidersmilieu waaruit hij voortkomt. Het gezin Willems woonde boven een winkel van de Coöp waar vooral de arbeiders kochten. ,,Alleen als het brood beneden op was, mochten we bij de Hus een half Tarvo gaan halen, te herkennen aan de smaak van stopverf. Als het kon wit, dat stond voor luxe. Wij waren wel degelijk de voorlopers van een welvaartsgeneratie.''

Het was ook die generatie, inmiddels gesetteld in een blanke middenklasse, die gisteravond royaal vertegenwoordigd was: als er één allochtoon in de zaal zat, was het veel. Waarmee de kloof tussen bevolkingsgroepen in de grote Nederlandse steden niet pijnlijker geïllustreerd had kunnen worden.

Met de nodige jaloezie zat ik naar de jeugdherinneringen van de sprekers Helga Ruebsamen, Bart Chabot, Wim de Bie te luisteren. Zij en hun families waren verkleefd met hun stad een ideale voedingsbodem voor verhalen. Mijn eigen ouders kwamen niet uit het stadje waar ik opgroeide, ze vestigden zich er pas nadat ik elders geboren was. Dat maakt veel verschil voor het gevoel van verbondenheid.

Maar gelukkig bood vooral Wim de Bie troost. Hij beklemtoonde het universele karakter van ervaringen en gevoelens uit de jeugd. Daartoe liet hij ons het filmpje zien over zijn ouderlijk huis dat hij in 1986 voor de VPRO maakte. Kort voor het huis werd verkocht, dwaalde hij er met zijn camera's rond om de markantste overblijfselen van zijn jeugd voor vergetelheid te behoeden, zoals het doorgeefluikje in de keuken en de kelderkast waar hij met zijn ouders beschutting zocht tijdens de bombardementen.

,,Waarom trekken we zo naar onze jeugdjaren, wat zoeken we nou eigenlijk?'' had hij zich tevoren afgevraagd. Bij dat doorgeefluikje, waaronder hij speelde als zijn moeder in de keuken bezig was, vond hij het antwoord: veiligheid.

Wim Willems nam ook nog zelf even het woord. Hij had pas een prachtige film gezien, vertelde hij, over een oude onderwijzer in de Auvergne. ,,Wat zijn kinderen toch afhankelijk van volwassenen'', zei hij.

Wie als kind geen veiligheid heeft gekend, zal het nooit meer krijgen.