Het gevaar van lichte kernwapens

Vorige week is het de regering-Bush gelukt om één van haar radicaalste, gevaarlijkste, nog onvoldoende kritisch besproken beleidsplannen een stap verder te brengen. Met voorbijgaan aan de bezwaren van een handvol Democraten heeft zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat wetsteksten goedgekeurd die een einde maken aan een tien jaar oud verbod op onderzoek naar een nieuwe klasse `lichte' kernwapens. Vijftien miljoen dollar is toegewezen aan onderzoek naar een categorie `krachtige' wapens voor gebruik tegen ondergrondse doelen.

De regering bezweert dat zij alleen maar `onderzoek' wil doen naar de nieuwe kernwapens. Maar zelfs dát onderzoek zal op z'n minst schurkenstaten en concurrerende mogendheden er veel gemakkelijker toe brengen om zelf nucleaire arsenalen op te bouwen – een ontwikkeling die president Bush terecht het grootste gevaar van de nieuwe eeuw heeft genoemd. In het ergste geval maakt de regering het zowel voor de Verenigde Staten als voor andere mogendheden eenvoudiger en verleidelijker om een kernoorlog te beginnen – een resultaat dat niet te rijmen valt met redelijke opvattingen over nationale veiligheid of ethiek. [...]

De stellige verzekering dat het alleen maar om research gaat, lijkt aanvechtbaar. Een vorig jaar aan het licht gekomen plan van de regering stelde de ontwikkelingstijd van de nieuwe wapens op drie jaar; een andere maatregel die het Congres vorige week heeft goedgekeurd – namelijk om de vereiste voorbereidingsperiode voor proeven met kernwapens te verkorten tot anderhalf jaar – duidt op de grotere plannen.

De nieuwe generatie nucleaire strategen denkt met de `lichte' wapens – met een explosieve capaciteit van maximaal een derde van de bom van Hiroshima – de chemische en biologische wapenvoorraden van schurkenstaten aan te vallen. De `krachtige nucleaire bodempenetrator' met een verwoestingscapaciteit van ten minste zeventig maal die van de bom van Hiroshima, zou bedoeld zijn om diep ondergronds gelegen bunkers te bereiken – zoals die waarin men denkt dat Noord-Korea zijn wapentuig produceert en opslaat.

Veel wetenschappers menen dat nucleaire wapens die in de bodem kunnen doordringen nooit haalbaar zullen zijn. Bij de huidige technologie is geen grotere diepte bereikbaar dan een meter of vijftien; een `licht' wapen dat op die diepte explodeert zal een diepgelegen bunker niet aantasten, maar wel een enorme ravage aanrichten door tonnen radioactieve stenen en aarde weg te slingeren. Een `krachtig' wapen dat een bunker op driehonderd meter diepte kan verwoesten, zal zeker zoveel mensen doden en zeker zoveel schade aanrichten als een conventioneel kernwapen.

Desalniettemin houdt de regeringsdoctrine de mogelijkheid open om zulke wapens niet alleen te gebruiken in reactie op een nucleaire aanval op de VS, maar ook preventief, tegen een land waarvan men meent dat het een voorraad massavernietigingswapens aanlegt. Een dergelijke preventieve aanval zou ondenkbaar moeten zijn wegens de catastrofale schade die hij dit land en de wereld zou toebrengen.

Op dit moment is het Amerikaanse nucleaire arsenaal uitsluitend ontworpen voor gebruik in een situatie waarin het voortbestaan van het land of van zijn naaste bondgenoten op het spel staat. Met het einde van de Koude Oorlog is dat scenario weggevallen, maar het zou wel de limiet moeten blijven.

De snelle ontwikkeling van de conventionele wapentechnologie biedt voldoende middelen om problemen als onderaardse bunkers en de arsenalen van schurkenstaten aan te pakken. Door andere doeleinden na te jagen – of die nu haalbaar zijn of niet – spekt de regering-Bush de begrotingen van kernwapenlaboratoria en geeft zij voedsel aan de dromen van verdwaasde strategen, ten koste van de veel belangrijker nonproliferatie-agenda die zij na 11 september had opgesteld. [...] Dit is een project dat moet worden gestopt voordat het echt kwaad aanricht.