Claims Maori's op reserves verdelen N-Zeeland

Maori-stammen in Nieuw-Zeeland lijken oude rechten aan hun kant te hebben bij hun claims op gebied dat rijk is aan delfstoffen.

Inheemse Maori-bewoners in Nieuw-Zeeland claimen eigendomsrechten op olie- en gasreserves. Ze voelen zich gesterkt door een rapport van een onafhankelijke onderzoekscommissie die vorige week heeft vastgesteld dat de Nga Ruahine- en Ngati Kahungunu-stammen rechten op die reserves hebben. In 1937 nationaliseerde de toenmalige regering alle delfstoffen `in het belang van alle Nieuw-Zeelanders'. Dat was, ,,een juist besluit, waar we ook nu mee eens zijn'', zei minister-president Helen Clark onmiddellijk na het bekendworden van het onderzoeksrapport. Wat haar betreft krijgen de inheemse bewoners geen compensatie.

De onderzoekscommissie fungeert namens het door de overheid ingestelde Waitangi Tribunaal, dat schendingen onderzoekt van het in 1840 door de Britse Kroon en inheemse stamhoofden getekende Verdrag van Waitangi. Dat akkoord, dat meer dan honderd jaar lang gemakshalve werd vergeten, wordt inmiddels erkend als een basiswet in Nieuw-Zeeland. Het gaf kolonisten het recht zich in Nieuw-Zeeland te vestigen, maar beloofde de Maori's het voortdurend gebruik en bezit van hun hulpbronnen en grond. Probleem van het verdrag is dat in de Maori-versie dat recht in veel sterkere bewoordingen wordt weergegeven dan in de Engelstalige variant. Het Tribunaal gebruikt de Maoritekst, omdat de Maori's als zwakke partij in het akkoord worden gezien.

Omdat in de eerste honderd jaar na het tekenen van het verdrag die bepalingen stelselmatig werden geschonden, onderzoekt het Tribunaal nu honderden grieven. Waar onrechtmatigheden door het Tribunaal zijn vastgesteld, compenseert de overheid. Daarbij worden doorgaans de aanbevelingen van het Tribunaal gevolgd.

Zo werd eerder deze maand een rapport gepresenteerd waarin nauwgezet werd gedocumenteerd dat Britse kolonisten in de negentiende eeuw zich illegaal grote delen van de hoofdstad Wellington toeëigenden. De huidige waarde van die grond loopt in de miljarden euro's. De plaatselijke Maori-stammen zullen echter met veel minder compensatie genoegen moeten nemen, wanneer de aanbevelingen van het Tribunaal worden opgevolgd. Doorgaans gaan ook de inheemse bewoners met de gesuggereerde schikkingen akkoord, omdat het Waitangi Tribunaal een aura van redelijkheid uitstraalt.

De regering lijkt echter niet zo ver te willen gaan om de Maori's ook voor verloren gewaande rechten op olie en gas te compenseren, of hen royalty's uit te keren bij toekomstige exploitatie van deze bodemschatten. Het probleem voor de Labour-regering van Clark, is dat deze door veel Maori's wordt gesteund. De regering is afhankelijk van de steun van de eigen Maori-parlementsleden. Een van Clarks Maori-ministers, Tariana Turia, heeft inmiddels laten weten zich van het standpunt van de premier te distantiëren. Ze steunt het Tribunaal en heeft gezegd de kwestie in de parlementsfractie te zullen bespreken. De (blanke) minister van Verdragsonderhandelingen, Margaret Wilson, lijkt ook te twijfelen.

Minister-president Clark, die zich in de kwestie door de conservatieve oppositie gesteund weet, zit met het probleem dat de tekst van het verdrag weinig aanleiding geeft om de claim van de Maori's niet te honoreren. Het grondgebied waar de reserves zich bevinden, het delfstofrijke Taranaki-gebied van de Nga Ruahine in het westen van het Noordereiland en het gebied van de Ngati Kahungunu in het oosten, werd in de negentiende eeuw illegaal van de Maoristammen afgenomen. ,,Waar de wettige rechten op een belangrijke en waardevolle hulpbron als een direct gevolg van een schending van het verdrag verloren zijn gegaan, wordt een belang in die hulpbronnen geschapen'', stelde het Tribunaal vast.

Clark stelt zich op het standpunt dat alle Nieuw-Zeelandse grondbezitters in 1937 hun rechten op minerale delfstoffen verloren, inclusief de Maori's. Het feit dat de Maori's, die nu 15 procent van de bevolking van het land uitmaken, zelf nooit delfstoffen hebben gewonnen, speelt ook een rol. Ze kunnen zich daarom niet op traditionele eigendomsrechten beroepen.

De zaak ontwikkelt zich nu als een belangrijke test voor de toekomst van het Verdrag van Waitangi, waarvan het belang in de 21ste eeuw door veel waarnemers in twijfel wordt getrokken. De conservatieve Nationale Partij heeft gepleit voor een snel einde aan de mogelijkheid claims te kunnen indienen, maar wil het verdrag wel voorlopig nog wel als een Nieuw-Zeelandse basiswet handhaven.

De kleinere liberale oppositiepartij ACT gaat verder. Het is waarschijnlijk dat het verdrag is geschonden, zegt parlementslid Stephen Franks. ,,Dat is echter zo lang geleden gebeurd, dat het kan worden vergeten'', zegt hij. Dat gaat Labour duidelijk te ver. De partij ziet het verdrag als een `levend' document en was net van plan een zes miljoen Nieuw-Zeelandse dollar (drie miljoen euro) kostende voorlichtingscampagne over het verdrag te beginnen, omdat veel Nieuw-Zeelanders te weinig van het akkoord zouden begrijpen. De controverse zorgt ervoor dat die campagne wellicht overbodig wordt, want de media van het land geven de kwestie zeer veel aandacht.