Chang neemt in tranen afscheid van gravel in Parijs

Veertien jaar na zijn sensationele triomf op het gravel van Parijs nam tennisser Michael Chang (31) gisteren afscheid van `zijn' Roland Garros.

Vanzelfsprekend ontging de ironie hem niet. Een Amerikaan voor wie het Franse publiek letterlijk op de banken gaat geen landgenoot die het hem in deze diplomatiek gespannen tijden nadoet, zo stelde Michael Chang met een cynische glimlach vast. Vrolijk lachten de toeschouwers met hem mee, in de wetenschap dat die provocerende beelden vermoedelijk ook aan de overzijde van de Atlantische Oceaan vertoond zouden worden.

Het `Adieu Michael' stierf tegen het einde van de middag pas weg, toen de kleine gedrongen Amerikaan voorgoed in de catacomben van het uitverkochte Court Philippe Chartier (15.109 toeschouwers) was verdwenen. Zijn tranen waren toen reeds opgedroogd, nadat Chang kort daarvoor ten overstaan van het publiek een emotionele bekentenis had gedaan. ,,Ik heb slechts twee keer gehuild in mijn carrière en beide keren was uitgerekend hier, op het centre court in Parijs.''

Maar de tennisser van Aziatische afkomst is dan ook vergroeid met het gravel van de Franse hoofdstad. Op die plek immers schreef hij veertien jaar geleden geschiedenis. Vanuit het niets won hij toen ten koste van de Zweedse gentleman Stefan Edberg zijn eerste en enige grandslamtoernooi. Vooral de onderhandse opslag waarmee hij, de hondsbrutale tiener met het verbluffende loopvermogen, de stoïcijn Ivan Lendl in een zenuwslopende achtste finale te kijk zette is een klassieker, die de Fransen tot op de dag van vandaag koesteren.

Geen wonder dan ook dat de organisatoren Chang (31) een wild card schonken voor zijn zestiende opeenvolgende optreden in Parijs, en het Franse publiek gisteren massaal uitrukte voor wat het allerlaatste optreden van de jongste Roland-Garroswinnaar aller tijden (17 jaar en drie maanden) kon zijn. Dat werd het ook, want de naar de 142ste plaats op de wereldranglijst afgezakte Chang bleef het antwoord schuldig op het geraffineerde spel van zijn één jaar jongere opponent tegen wie hij als dertienjarige al speelde, de Fransman Fabrice Santoro: 7-5, 6-1 en 6-1.

Wat volgde was een bewogen afscheid, waarbij Chang als aandenken alle ballen opeiste van de ballenjongens en -meisjes. Niet veel later ontving hij uit handen van de voorzitter van de Franse tennisfederatie, Christian Bîmes, een replica van het toernooiaffiche van de memorabele editie van 1989. Dankbaar en zichtbaar aangeslagen nam Chang het cadeau in ontvangst.

Het was al met al een passend eerbetoon aan een tennisser die over drie maanden bij de US Open officieel afzwaait, en vooral herinnerd zal worden als een speler die is ingehaald door de tijd. Snelheid en geduld waren altijd de handelskenmerken van Chang. Maar met het vorderen der jaren verloor hij allengs aan vaart. Zeker toen hij na verloop van tijd meeging in de trend van het krachttennis en het krachthonk opzocht om zijn spierbundels te vergroten.

Gaandeweg verwerd Chang tot een karikatuur van zichzelf, mede door een aantal blessures dat hem de laatste jaren steeds vaker plaagde. Al wilde hij zijn gehoor gisteren doen geloven dat hij voor niets meer of minder dan de titel naar Parijs was gekomen. ,,Ik ben niet deze kant opgekomen om een wedstrijdje te spelen en afscheid te nemen, ik kwam hier met de intentie dit toernooi te winnen. Dat is mijn mentaliteit.'' En toen daartop in de perskamer een besmuikt gelach opging: ,,De wonderen zijn de wereld nog niet uit, God kan grootse daden verrichten.''

Ook dat is de Michael Chang zoals het tennispubliek hem leerde kennen: een diepgelovig sportman die zijn liefde en devotie voor God uitdroeg met een bijna aanstootgevende geestdrift. Het God bless you all! ligt veel van zijn landgenoten in de mond bestorven, maar in het geval van de viervoudig grandslamfinalist komen die woorden vanuit zijn tenen. De voormalige nummer twee van de wereld (september 1996) was dan ook niet alleen een tennisprof die in zestien jaar bijna twintig miljoen dollar bijeensloeg, Chang was tevens een dienaar Gods bij wie sportiviteit en spiritualiteit naadloos in elkaar overgingen.

Was God zíjn persoonlijke bron van inspiratie, Chang zelf was het lichtend voorbeeld voor een talentvolle generatie van Amerikaanse tennissers, die waren opgegroeid met het idee dat een eindoverwinning op het trage gravel van Roland Garros niet voor hen was weggelegd. Het vechtersbaasje uit Hoboken, New Jersey bewees het tegendeel en trad in 1989 34 jaar na dato in de voetsporen van Tony Trabert. Changs zege betekende een mentaal keerpunt: nadien zegevierden Jim Courier (1991 en '92) en Andre Agassi (1999) in Parijs.

Gisteren gaf Chang zijn landgenoten echter onbewust het verkeerde voorbeeld. Drie dagen na zijn zege op het gravel van Sankt Pölten moest immers ook Andy Roddick voortijdig afscheid nemen van het Bois de Boulogne. De als zesde geplaatste hardhitter verkeek zich op het agressieve spel van de Armeen Sargis Sargsian: 6-7, 6-1, 6-2 en 6-4.

Het sombere nieuws ontging Chang, die op de valreep zijn eigen opvolger aan de internationale media presenteerde: zijn 17-jarige neef James Wong, die onlangs op basis van zijn tennistalenten een studiebeurs verkreeg aan de prestigieuze Stanford University. Een groot talent, bezwoer Chang. Hij zei het niet, maar dacht het vermoedelijk wel: `God kan grootse daden verrichten.'