Aloude machtsvraag verdeelt EU-Conventie

Nog drie weken heeft de Europese Conventie de tijd om het eens te worden over een ontwerp-grondwet voor de Europese Unie. Over enkele heikele kwesties is de verdeeldheid groot.

Elmar Brok, Duits Europarlementariër en in de Europese Conventie woordvoerder van de Europese christen-democratische EVP, was er gisteren als de kippen bij. Terwijl de andere 104 leden van de Conventie amper waren begonnen aan het lezen van de voorstellen van de Conventieleiding voor de artikelen van een nieuw Europees constitutioneel verdrag (grondwet), veegde hij er al de vloer mee aan.

Brok zei dat de voorstellen van het presidium, onder leiding van de Franse ex-president Valéry Giscard d'Estaing, hopeloze gevolgen zouden hebben voor de Europese instellingen, dat de positie van het Europese Hof van Justitie verzwakt zou worden, dat de macht het Europees Parlement bij het vaststellen van begrotingen onvoldoende zou worden versterkt. Maar bovenal beschuldigde hij het presidium ervan de oren te laten hangen naar de grote EU-lidstaten. ,,Het presidium zet niet de mening van de meerderheid van de Conventie om in teksten'', zei hij.

Hij nam ook het secretariaat van het presidium onder vuur. Dat formuleert artikelen voor een ontwerp-grondwet van de EU, waarin de belangrijkste meningen moeten zijn verwerkt die naar voren zijn gekomen bij debatten die vorig jaar februari zijn begonnen. Dat secretariaat is partijdig, vindt Brok.

De Duitser gaf een voorbeeld. Het secretariaat stelt voorgesteld de staf van de toekomstige Europese minister van Buitenlandse Zaken onafhankelijk te maken van de Europese Commissie, zoals voorgesteld door de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, de Franse senator van president Jacques Chiracs UMP, Hubert Haenel. ,,Dat dertig leden van de EVP een ander standpunt hebben ondertekend speelt geen rol'', riep Brok boos.

Ook bij de Europese Commissie klonk gisteren de ergernis over het presidium en het secretariaat van de Conventie luid. Sir John Kerr, de Britse secretaris-generaal van de Conventie, zou samen met Giscard een duivels spel ten behoeve van de grote EU-landen spelen. Voorbeelden zouden er te over zijn. Zo houdt Giscard vast aan zijn voorstel om een Europees Congres van nationale parlementariërs op te richten, ofschoon hij daarvoor geen enkele steun in de Conventie heeft. En John Kerr zou overdreven rekening houden met wensen van Groot-Brittannië en ook van Spanje, dat net als bij eerdere gelegenheden alles zou blokkeren als het dreigt macht te verliezen.

Kerr heeft, net als Giscard, de reputatie niet op te zien tegen een ongebruikelijke manoeuvre. In 1991, toen hij Brits permanent vertegenwoordiger (ambassadeur) bij de EU was, ging hij tijdens de top van Maastricht op zijn aktetas onder tafel zitten. De toenmalige Britse premier John Major wist onvoldoende van Europa, maar Kerr mocht hem bij de onderhandelingen van de Europese regeringsleiders niet openlijk bijstaan. Van onder de tafel gaf de ambassadeur aanwijzingen. Toen diens Nederlandse collega Ruud Lubbers plotseling Nederlands sprak nam Kerr, die dat niet verstond, zijn toevlucht tot het opgooien van een munt om te bepalen welk advies hij zijn premier zou geven.

De vraag is of de Conventie vlak voor de eindstreep van 20 juni, wanneer Giscard een ontwerp-grondwet aan de Europese regeringsleiders moet overhandigen, na anderhalf jaar debat een succes of een mislukking wordt. Veel van de 232 pagina's verdragsartikelen stuiten op kritiek. Maar vooral: het presidium weet nog steeds niet hoe het een oplossing moet vinden voor de diepgaande meningsverschillen over de toekomstige machtsverhoudingen binnen de Unie. Dat is een kwestie die in 1997 de top van Amsterdam en in 2000 de top van Nice tot een gedeeltelijke mislukking heeft gemaakt.

Nog maar twee weken geleden leek een voorstel van de Benelux-landen de basis te worden voor een compromis. Kleine landen zouden bereid moeten zijn niet altijd een volwaardige Eurocommissaris te hebben. De Benelux gaf signalen dat zij de wens van de grote landen voor een vaste voorzitter van de Europese Raad (van de regeringsleiders) zou aanvaarden, mits deze nieuwe functionaris slechts weinig te zeggen zou krijgen. Maar de Spaanse dreiging om in dat geval alles te blokkeren weerhield Giscard van het doen van een compromisvoorstel.

Achter de rug van Spanje verbergen zich andere landen, zeggen veel leden van de Conventie. Ze verdenken regeringsvertegenwoordigers ervan dat zij de onderhandelingen over machtsverhoudingen – over de verschillende gewichten die landen met uiteenlopende bevolkingsomvang hebben bij stemmingen met gekwalificeerde meerderheid – niet aan de Conventie willen overlaten. Dat zou een zaak zijn van de EU-regeringsleiders, die na de Conventie gaan onderhandelen over de definitieve tekst. Ze zouden ondanks de povere resultaten van Amsterdam en Nice niet willen riskeren dat de Conventie de machtsverhoudingen bepaalt.

De kans is groot dat de Conventie over kwesties als de omvang van de Europese Commissie, een vaste voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, de bevoegdheden van een Europese minister van Buitenlandse Zaken en de macht van de lidstaten volgende maand geen compromis, maar een aantal opties zal presenteren. Die inschatting klinkt steeds luider in de wandelgangen van de Conventie.

Als het daarop uitdraait kan de Conventie geen succes heten. Daarom zeggen Conventieleden als Elmar Brok, Eurocommissaris Michel Barnier of het Nederlandse Eerste-Kamerlid René van der Linden dat alles op alles moet worden gezet om in de Conventie tot een compromis te komen. ,,De strijd begint pas'', zegt Brok vechtlustig. Op 20 juni is de officiële uitslag.