Werken met viltstift

Tussen De Vliet en de A4 ligt, net op tijd in veiligheid gebracht voor de gevreesde Haagse uitbreidingshonger, het afgelegen Leidschendamse stadswijkje Park Leeuwenbergh. Je komt er als je aan de ondrukke oostkant van de rivier doet wat bijna niemand doet: na het passeren van de Voorburgse Oude Tolbrug schuin aan de overkant links afslaan en een smalle toegangsweg kiezen. De in het algemeen tamelijk jonge herenhuizen en villa's mogen er wezen, de grote goedverzorgde tuinen ook, de geparkeerde auto's zijn veelal van boven het middenklasseniveau, er zijn geen winkels. Sportief-gebruinde, niet meer zó jonge dames wandelen in sportkleding met hun rackets naar het gelijknamige tennispark. Ze trekken een spoor van open klinkers door het wijkje, dat deze maandagmiddag loom en stil in de zon ligt. Mijn medewandelaar en ik, de plattegrond zichtbaar bij ons, krijgen soms een argwanende blik. Ongeschreven motto hier: zou men ons met rust willen laten?

Aan dat verzoek is niet langgeleden maar net voldaan. Want dat wijkje werd in de uitbreidingsplannen van Den Haag en in een grenswijzigingsvoorstel van de minister van Binnenlandse Zaken al doorsneden door een lange smalle sleuf, die het in ruimtenood verkerende Den Haag moest verbinden met nieuw grondgebied, onder meer ten oosten van de A4. Het vroegere Tweede-Kamerlid Hoekema (D66) wist het wetsvoorstel echter zó geamendeerd te krijgen dat de wijk weliswaar aan weerskanten nog door die annexatiesleuf wordt omsloten maar er wél met zijn woonbebouwing buiten blijft. Hulpmiddel daarbij was, echt, de aanwezigheid in de wijk van het eerste monument in Nederland ter ere van een groep in mei 1940 gesneuvelde militairen, die vielen nabij een aan De Vliet gelegen villa (de Dorrepaal). Hoekema preciseerde zijn bedoelingen op de dag van de behandeling van het wetsvoorstel zelfs nog met een haastig met viltstift getekend kaartje. Met dat kaartje, dat zich uiteraard niet kon meten met de kadastrale precisie waarmee het ministerie van Binnenlandse Zaken zulke kaartjes maakt, werd het wetsvoorstel anderhalf jaar geleden aanvaard en onherroepelijk. Gevolg: het annexatiegevaar geweken, de rust leek hersteld. Maar: dankzij de grove streek van die viltstift is een boerderij in het weiland naar de A4 nu Haags geraakt en zijn op het tenniscomplex kleedkamers en clubhuis weliswaar Leidschendams gebleven, maar een deel van de banen Haags geworden. Den Haag, dat met enige verbittering terugkijkt op het taaie verzet uit de randgemeenten tegen haar uitbreiding, wil haar gelijk desnoods bij de Raad van State halen. Wat nu, wachten op de hoogste bestuursrechtelijke uitspraak of de bedoeling van Hoekema en een parlementaire meerderheid vorm geven in een nadere aanvulling op de wet via een zogeheten novelle? Liever een novelle, zegt de intussen bij Buitenlandse Zaken werkzame Hoekema. Nasleep van een jarenlang annexatiedebat, als klein leed voor Den Haag.

Maar The international City of Law slaat terug. Iets verderop, oostelijk van het Prins Clausplein bij Voorburg, waar A4 en A12 elkaar ontmoeten, naast het bedrijventerrein Forepark, gaat Den Haag op nieuw verworven gebied een stadion bouwen voor FC Den Haag/

ADO, vorige vrijdag naar de eredivisie gepromoveerd. Vrijdagnacht werd die promotie doorgevierd, de binnenstad werd gedeeltelijk afgezet om verdere vernielingen te voorkomen, er waren arrestaties, de ME moest op het Plein `een vegende actie' ondernemen. De Haagse politie is iets gewend en sprak van een ,,relatief rustige avond''. Elf jaar geleden was de, ooit onder druk van de gemeente, uit Holland Sport en ADO gevormde fusieclub uit de hoogste voetbalafdeling gedegradeerd. Sindsdien was de club vele jaren financieel én sportief armlastig maar bleef vooral dankzij de harde kern van zijn supporters toch landelijk bekend. Bij burgemeesters in den lande was een komend weekendbezoek van deze Haagse trots in veel gevallen goed voor de consignering van extra politie of de ME, terwijl lokale winkeliers vast de kwaliteit van hun rolluiken inspecteerden. Als de bouw van dat nieuwe stadion wil vlotten kunnen de Haagse randgemeenten en hun winkeliers, met name die in Leidschendam-Voorburg en Rijswijk, over twee tot drie jaar van nabij kennismaken met dat al dan niet teleurgesteld langskomende supporterslegioen. Die randgemeenten en die winkeliers kijken daar niet naar uit, is al gebleken, en dat verbaast niet. Wat verbaast, is dat het Haagse gemeentebestuur de bouw van dat stadion grotendeels betaalt, en daarvoor zelf netto 27 miljoen euro uittrekt, wat in de praktijk wel wat meer zou kunnen worden. Van de club wil Den Haag straks een jaarlijkse huur van 150.000 euro ontvangen, circa een half procent van de investering en veel minder dan voor onderhoud nodig is. Dus: alom wordt gedebatteerd over nut of wenselijkheid van lokale overheidssteun aan het betaalde voetbal, maar Den Haag besluit tot fikse en nauwelijks verhulde subsidie aan een club waaraan wel heel plotseling een nationaal bruikbare vaandeldragersrol is toegedacht. En dat hoewel die club overigens nauwelijks geld heeft voor versterkingen. Zodat het de vraag is of hij straks nog steeds in de eredivisie speelt of op een toeschouwersgemiddelde uitkomt als in het huidige kampioensjaar. Kan het zijn dat ook in dit geval met viltstift is gewerkt, zij het dat het hier over veel meer gaat dan een onbedoelde grens over een tenniscomplex?

Iets anders. Vorige week heb ik op deze plaats ,,Barendse en Van Es'' opgevoerd als het door de heren Van Kooten en De Bie bedachte komische vrije-jongensduo dat goed 25 jaar geleden bezwaar maakte tegen de bezuinigingen die de toenmalige minister van Financiën, Andriessen, had voorgesteld. Omdat dat duo eigenlijk `Jacobse en Van Es' heette gaf Jan Mulder me er zaterdag in de Volkskrant van langs. Ter verklaring, niet als excuus, mag dienen dat ik in de vroege jaren vijftig als jeugdlid van VUC vaak keek naar het eerste elftal van een andere Haagse voetbalclub, VCS, die zijn thuiswedstrijden twee seizoenen als gast bij VUC speelde. Uitblinkers in de voorhoede van VCS, wereldberoemd in Den Haag: Thijs Barendse en Bep van Es. De laatste was trouwens ook jeugdleider van de toenmalige VCS-junior Kees van Kooten. Kleine wereld, maar je moet als je uit je geheugen tikt in het goede bakje grijpen, daarin had Mulder groot gelijk.