WAO-beeldvorming

Het grootste probleem van de WAO is dat iedereen specialist is. Een voorbeeld daarvan is Maarten Huygen (NRC Handelsblad, 19 mei). Huygen presenteert zich als media-observator. Hij trapt echter in de val van de borrelpraat door te fantaseren over de arbeidsgeschiktheid van iemand om 40 uur per week te werken op basis van een lichte buiging van 20 seconden. Huygens betoog is teleurstellend. Volgens hem is de WAO bedoeld voor `jonge spastische vrouwen die een herkeuring niet hoeven te vrezen'. Dat is onjuist. De WAO is een verzekering tegen inkomensverlies door ziekte of handicap voor iemand die niet hetzelfde kan verdienen als een qua opleiding en werkervaring vergelijkbaar gezond persoon. Ook een `gezond uitziende 27-jarige vrouw die nog kan tuinieren' kan inkomensverlies hebben.

Als de ernst van ziektes af te lezen zou zijn aan iemands uiterlijk zou het medische beroep gemakkelijk zijn... Het is bijna lachwekkend dat iemand serieus gelooft dat een 27-jarige voor haar lol `pensioneert'.

Het kabinet wil herkeuren op basis van strengere arbeidsongeschiktheidscriteria. De verzekeringsvoorwaarden van de brandverzekering worden aangepast terwijl die huizen afbranden. Naast inkomensgevolgen leidt dit voor WAO'ers tot verlies van reïntegratie-expertise en -voorzieningen. De vraag is ook waar WAO'ers kunnen reïntegreren. Zolang werkgevers niet gedwongen worden, weten we hoeveel arbeidshandicapte collega's Huygen, of u als werkende lezer, heeft.

De WAO heeft een dalende instroom, stijgende uitstroom en kost procentueel hetzelfde als in 1974. Politiek succes dus! Laten Huygen en andere salon-specialisten hun beeldvorming over de WAO aanpassen aan de feiten. Dan kunnen verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en reïntegratiebureaus eindelijk ongestoord hun werk doen: mensen die verzekerd zijn en een terechte claim hebben uitbetalen, en proberen zo veel mogelijk mensen zo snel mogelijk weer een kans op betaald werk te geven!