Verlies Englandspiel was Britse opzet

Het Englandspiel was geen Duitse overwinning op Britse infiltraties in bezet Nederland. De Britten hebben het spel met opzet laten voortduren, terwijl ze wisten dat de Duitsers hun agenten opwachtten.

Deze stelling is vanochtend met succes verdedigd door Jo Wolters, bij zijn promotie aan de Universiteit van Amsterdam. In zijn proefschrift `Dossier Nordpol. Het Englandspiel onder de loep' presenteert Wolters argumenten voor een gewaagde visie op het Englandspiel, een raadselachtig complex van spionage en contraspionage tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Volgens zijn promotor prof.dr. J.C.H. Blom heeft Wolters ,,de discussie over het Englandspiel fundamenteel heropend'' en plaatst hij terecht vraagtekens bij voorgaand onderzoek. Een van die voorgaande onderzoekers, dr. L. de Jong, was vanochtend een van de felste opponenten. De Jong, Bloms voorganger als NIOD-directeur, sprak van een ,,zeer slecht beargumenteerd betoog''.

Anders dan gangbaar onder historici gaat Wolters niet uit van blunders aan Engelse zijde. Op grond van archiefstukken van de geheime dienst meent hij dat er sprake was van opzet. De tientallen boven Nederland gedropte en door de nazi's gearresteerde agenten zouden zijn opgeofferd aan hogere militaire belangen.

Het Englandspiel is een tot de verbeelding sprekende affaire uit de Tweede Wereldoorlog. Tussen juli 1941 en april 1944 trachtte de Engelse geheime dienst te infiltreren in het door nazi-Duitsland bezette Nederland. Agenten en zendapparatuur werden gedropt met als opdracht om het Nederlandse verzet te helpen met sabotage-acties en de opbouw van een geheim leger. Maar al vanaf het begin werden de agenten door de Duitsers onderschept. Zogenaamd in vrijheid vergaarde informatie werd door hen, via ontmaskerde radiolijnen, naar Londen gestuurd.

Historici hebben nooit goed kunnen verklaren waarom het zo lang duurde voordat de Engelsen doorhadden dat hun agenten tegen hen werden gebruikt. Zo werd de veiligheidscode, opzettelijke foutjes in een telegram als het niet in orde was, gedurende meer dan een jaar genegeerd. De meeste historici, inclusief dr. L. de Jong, gaan uit van `catastrofale blunders'. Wolters daarentegen presenteert een verklaring waarin sprake is van bewuste manipulatie.

Verantwoordelijk voor het Englandspiel was de Dutch Section van de Special Operations Executive (SOE). Het was een haastig opgerichte dienst, ontstaan uit een fusie, zonder eigen faciliteiten. Men leunde sterk op MI6, de Britse geheime dienst. Volgens Wolters werd de SOE aangestuurd door de MI6, die andere belangen had. Als ,,bedenkers en regisseurs'' van het Englandspiel noemt Wolters MI6 en de Directors of Intelligence, onder toezicht van het Double-Cross Committee.

Volgens Wolters was voor deze instanties het Englandspiel, en daarmee de levens van de agenten, ondergeschikt aan hogere militaire belangen. Vanaf mei 1942 wilden de Engelsen bij de Duitsers de suggestie opwekken van een Tweede Front in het westen. De schijnoperaties in Nederland moesten de indruk wekken dat de geallieerden elk moment zouden kunnen landen. Door de dreiging van een aanval in het westen moest de Duitse aandacht worden afgeleid van het Russische front.

Een opmerkelijk argument van L. de Jong tegen de hypothese van Wolters is dat hij geen rekening houdt met de gevoelens van de nabestaanden van de honderden slachtoffers die door het Englandspiel zijn gevallen. Maar zinloos was de dood van de Nederlandse en Engelse agenten niet, concludeert Wolters. De ervaringen met het Spiel kwamen van pas bij de landing in Normandië.