Turks leger is erg ontevreden over de politiek

De Turkse stafchef heeft gisteren gewaarschuwd tegen de islamisering van de bureaucratie. Zit er een coup aan te komen?

Het praatje bracht de somberste herinneringen boven in Turkije. Naar eigen zeggen wilde de chef-staf van het Turkse leger, generaal Hilmi Özkök, zijn gesprek met een aantal zorgvuldig geselecteerde Turkse journalisten gisteren slechts gebruiken om zijn onvrede over de politiek van de huidige Turkse regering te uiten. Maar in Turkije roept zo'n praatje direct herinneringen op aan de bloedeloze coup van 1997, toen het leger de toenmalige moslim-fundamentalistische premier, Erbakan, dwong af te treden. Ook toen begon het offensief van de militairen met uitlatingen in de media dat de regering niet deugde (zo liet een hoge militair weten dat Erbakan een pooier was). Maar het eindigde ermee dat Erbakan zijn biezen kon pakken en, niet lang daarna, een verbod om aan politiek te doen aan zijn broek kreeg.

Wacht de huidige premier, Erdogan, een vergelijkbaar lot? Volgens Özkök is de premier de fout in gegaan door een aantal (fundamentalistische) getrouwen op hoge posten te benoemen. Zo'n `islamisering' van het staatsapparaat zal het leger nooit en te nimmer tolereren, zo weet iedereen in Turkije. En voor degenen die het verleden zouden zijn vergeten, refereerde Özkök, aldus een van de aanwezigen, expliciet aan `1997'.

Toch zijn er ten minste twee grote verschillen tussen de situatie toen en nu. De eerste daarvan is dat Erdogan een heel andere toon aanslaat dan Erbakan. Erbakan sprak de taal van het moslim-fundamentalisme maar Erdogan doet juist niets liever dan zijn afstand nemen van de politieke islam. Naar eigen zeggen is hij een conservatieve politicus die zijn fundamentalistische verleden (waarin hij onder andere burgemeester was van Istanbul) heeft afgesloten. Bij televisieoptredens van Erdogan zoemt de camera lang en hevig in op het onvermijdelijke portret van Atatürk, de vader van de Turkse Republiek, dat op elke muur achter de premier lijkt te prijken.

Belangrijker nog is dat Turkije kandidaat-lid van de Europese Unie is. Volgens opiniepeilingen is een grote meerderheid van de bevolking daarvan voorstander. Ook het leger weet dat. Een staatsgreep (hoe versluierd ook) zou een direct einde van de Europese droom betekenen. Zo'n ingrijpen zou daarom de duurzame romance (het leger wordt nog zeer gerespecteerd) tussen strijdkrachten en bevolking verstoren.

Dus wat wil het leger nu eigenlijk? De strijdkrachten zijn – ook voor Turkse waarnemers – een ondoordringbaar bastion, maar de laatste weken is een aantal dingen duidelijk geworden. Het eerste daarvan is dat er een kloof lijkt te ontstaan (door Özkök gisteren overigens ontkend) tussen de jongere officieren en de legerleiding. De jongeren vinden het opperbevel op veel punten wat al te gematigd. Velen van hen vonden dat Turkije Noord-Irak had moeten binnenvallen toen de Koerden aldaar na de val van Saddam Hussein de macht wat al te voortvarend overnamen. Maar Özkök besloot dat het leger de grens niet massaal zou overschrijden.

Belangrijker twistappel lijkt inmiddels de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Özkök, die bekend staat als uiterst gematigd, lijkt daar een voorstander van. Maar anderen in het leger hebben grote zorgen. Zij verwerpen het uitgangspunt van de Europese Unie dat de Koerden meer sociaal-culturele rechten moeten krijgen omdat dat toch alleen maar tot meer separatisme-à-la-PKK zou leiden. En helemaal huiveren zij bij de gedachte dat het leger zijn politieke rol zal moeten opgeven wil Turkije aanschuiven in Brussel. Past het immers niet bij de erfenis van Atatürk dat het leger de scheidsrechter is die ingrijpt als de burgers er een potje van maken?

Het is daarom misschien geen toeval dat de onvrede binnen het leger nu naar buiten komt. Het Turkse parlement is immers begonnen aan de behandeling van het zoveelste hervormingspakket dat Turkije moet klaarstomen voor de Unie. Naast meer rechten voor de Koerden wordt in dat pakket voor het eerst ook direct gesproken over de positie van het leger: de strijdkrachten zouden hun vertegenwoordiger uit commissies moeten terugtrekken die bijvoorbeeld toezicht houden op de media. In Turkije betwijfelen weinigen dat dit de eerste stap moet zijn op weg naar een definitieve en onherroepelijke terugkeer van het leger naar de kazerne. En die terugkeer zal spoedig moeten plaatshebben: volgend jaar moet de Unie bepalen of het al dan niet toetredingsonderhandelingen met Turkije zal beginnen.

Pikant genoeg krijgen de ontevreden militairen steun uit onverwachte hoek, namelijk Washington. Onderminister van Defensie Paul Wolfowitz kritiseerde het Turkse leger onlangs omdat het onvoldoende ,,leiderschap'' zou hebben getoond toen de kwestie-Irak aan de orde kwam. Het parlement besloot toen dat de VS Turkije niet als uitvalsbasis voor een oorlog tegen Saddam Hussein mochten gebruiken. Velen in Turkije betreurden dat dit de verhouding met Washington onder druk zette. Tegelijkertijd zagen zij het als de prijs die landen nu eenmaal van tijd tot tijd moeten betalen voor de democratie.

De komende maanden zal duidelijk worden hoezeer de militaren de woorden van Wolfowitz op zich hebben laten inwerken. Sterk `leiderschap' van het leger zal het Turkse kandidaat-lidmaatschap voor de Europese Unie zwaar onder druk zetten en daarmee ook de weg van Turkije naar meer democratie. Het Turkse leger moet kiezen – Turkije wacht in spanning.