Sluipende islamisering van Turkije

In Turkije is grote opwinding ontstaan over uitlatingen van de chef-staf van het Turkse leger, Hilmi Özkök. Deze liet gisteren weten grote problemen te hebben met de sluipende `islamisering' binnen de bureaucratie.

De huidige regering, aldus Özkök in een onderhoud met bevriende journalisten, benoemt fundamentalisten op belangrijke posten en ondermijnt zo het seculiere karakter van de Turkse Republiek.

De uitlatingen van Özkök onderstrepen dat de regering van Recep Tayyip Erdogan er nog steeds niet in is geslaagd om het vertrouwen te winnen van het leger. De premier zegt steeds dat hij weliswaar zijn carrière is begonnnen als moslim-fundamentalist maar die bagage van zich heeft afgeschud en nu een conservatief politicus is. Maar uit de woorden van Özkök blijkt dat het leger nog steeds bang is dat Erdogan en de zijnen een geheime moslim-fundamentalistische agenda hebben.

Özkök ontkende gisteren dat er binnen het leger sprake is van een kloof tussen de legerleiding en jongere officieren. De Turkse pers had eerder gemeld dat het met name de jongeren die de huidige ontwikkelingen met zorg aanschouwen. Maar volgens de chef-staf is het hele leger niet gelukkig met hoe het nu gaat.

De uitlatingen van de chef-staf komen op een voor Turkije uiterst precair moment. Het Turkse parlement is vorige week begonnen aan de behandeling van een nieuw pakket wetsvoorstellen dat Turkije dichter bij de Europese unie moet brengen. Opnieuw worden daarin aan de Koerden meer sociaal-culturele rechten toegekend. In het leger bestaat grote bezorgdheid over de eisen die Brussel aan Turkije stelt omdat die het separatisme van de Koerden alleen maar zouden stimuleren.

Fundamentalistische media in Turkije kritiseerden vanochtend Özköks uitspraken. ,,De generaal onderstreept dat hij is gehecht aan de democratie, maar is het zo dat de strijdkrachten in de democratieën het recht hebben de regering te controleren en bestraffen?'' De Turkse strijdkrachten beschouwen zich van oudsher als de scheidsrechter die het recht heeft in te grijpen als de burgerpolitici (in de ogen van het leger) hun werk niet goed doen.