Screeningswet bij voorbaat onuitvoerbaar

De wet die gemeenten de gelegenheid biedt om bijvoorbeeld bouwers te screenen op criminele antecedenten, vertoont grote hiaten. Nog voor de invoering ervan is een `Veegwet' nodig om uitvoering mogelijk te maken.

Het moest lokale overheden armslag geven bij het weren van crimineel geld of invloed bij subsidieverstrekking en vergunningverlening, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Bibob). De wet biedt gemeenten de mogelijkheid om via een landelijk Bibob-bureau subsidieaanvragers te screenen, waarbij ook gebruik gemaakt mag worden van besloten bestanden van politie, justitie en de fiscus.

Volgende maand treedt de wet in werking, maar nu al is duidelijk dat leemtes het onmogelijk maken om `verdachte' aanvragers van bouwvergunningen te weigeren. In de wetstekst is verzuimd mogelijk te maken, vergunningen na gebleken criminele connecties ook daadwerkelijk in te trekken. Escortbureaus hoeven voorlopig ook weinig te vrezen van de nieuwe wet omdat daarin onvoldoende juridisch is omschreven wanneer zij geweigerd kunnen worden. Dat manco geldt ook voor het weren van eigenaren van smart- en growshops (voor geestverruimende middelen) met gebleken criminele antecedenten.

Subsidieaanvragers kunnen ook nauwelijks gescreend worden omdat de huidige wetstekst het niet mogelijk maakt om aan de hand van persoonsgebonden sofi-nummers registerbestanden van bijvoorbeeld de fiscus of uitkeringsinstanties antecendenten na te trekken. Een zogeheten Veegwet die in die leemtes moet voorzien, wordt binnenkort behandeld in de ministerraad. De daarop volgende procedure zal naar verwachting niet voor eind dit jaar zijn afgerond. Maar zelfs dan zal in de praktijk moeten blijken of de wet juridisch houdbaar is, stelt VNG-beleidsmedewerkster mr. T. van der Reijt in een nog te publiceren artikel in het blad De Gemeentestem. ,,De wet balanceert op het randje van de eisen van de rechtsstaat. [...] Er kan sterke politiek-beleidsmatige druk ontstaan om het met de grenzen niet te nauw te nemen.''

De lacunes in de wet bij screening van bouwvergunningen is ontstaan door de tijdsdruk waarbinnen de bouwnijverheidsector onder het Bibob-regime is gebracht, bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was de bouwnijverheid, net als de horeca, milieu, escortbureaus, bordelen en de speelautomatenbranche, opgenomen. Na een lobby van de brancheorganisatie ABVV werd de bouwnijverheid geschrapt, de ABVV betoogde in 2000 met succes dat plaatsing op die lijst stigmatiserend voor de bouwwereld zou zijn. Maar op het laatste moment, onder druk van de Tweede Kamer werd de bouwnijverheid in 2001 toch weer in de wet opgenomen. De haast waarmee dat gepaard ging, heeft ertoe geleid dat er geen passage is opgenomen om bouwvergunningen ook daadwerkelijk te kunnen weigeren.

Maar ook na invoering van de Veegwet is het de vraag hoeveel armslag de wet overheden biedt. Screeningsonderzoek moet verplicht worden uitgevoerd door een landelijk Bibob-bureau onder auspiciën van het ministerie van Justitie. De capaciteit van dat bureau is beperkt, ze kunnen niet meer dan 500 onderzoeken per jaar aan, inclusief die van de rijksoverheid. Als elke gemeente jaarlijks één onderzoek aanvraagt, is die capaciteit al bereikt. Bovendien moeten gemeenten ook intern een organisatie optuigen die verantwoordelijk wordt voor het aanvragen van dergelijke onderzoeken. Die moet in kaart brengen waar infiltratie van criminele organisaties plaatsvindt en welke sectoren daar het meest kwetsbaar zijn.

Uit onderzoek van bureau Berenschot in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat overheidsinstanties zich nog onvoldoende bewust zijn van het risico dat zij criminelen of criminele organisaties ongewild ondersteunen met opdrachten, subsidies of vergunningen. Eenderde van de ondervraagde instanties doet daar helemaal geen onderzoek naar. Een op de negen bestuursorganen heeft aantoonbaar met dergelijke praktijken te maken gehad.

Eenderde van de respondenten weet niet of zij in het verleden ooit genoemde diensten hebben gegund aan criminelen. Slechts eenderde van de ondervraagde instanties is op de hoogte van de mogelijkheden die de nieuwe wet biedt om dergelijke praktijken te voorkomen.