Rokers

In Italië gaan ze er verstandig mee om. Sinds een paar jaar geldt daar een wettelijk rookverbod in alle bars en restaurants, maar de meeste toeristen weten dat niet omdat op alle tafeltjes een asbak staat. Een keer zag ik in een restaurant een plakkaat met een rood verbodsbord en in grote zwarte letters vietato fumare. Wat betekende dat? De ober haalde zijn schouders op en zei: ,,Nee, dat betekent niets.''

Lang geleden, op weg van een vliegveld naar de Russische badplaats Sotsji. Aan de weg stond een groot bord waarop was aangegeven dat Sotsji een rookvrije stad was. Ik ken weinig Russisch, maar deze onheilstijding kon ik op de een of andere manier lezen. Ik denk dat ik het zelfs in het Sanskriet begrepen zou hebben. De schrik en de verontwaardiging. In een rookvrije stad kon ik niet schaken en in de uitnodiging had er niets over gestaan.

De Russen moesten lachen om mijn opgewonden gedrag en toen we in het hotel kwamen bleek waarom dat was. Ook daar waren borden met grote letters, Ne koerit!, niet roken. Maar in de hal stond een grote asbak vol met peuken en op de balie van de receptie een paar kleintjes. Het woord gedoogbeleid bestond bij ons nog niet en in de Sovjet-Unie had ik het helemaal niet verwacht.

Er waren altijd kleine moeilijkheden en irritaties verbonden aan die reisjes naar de Sovjet-Unie en naar communistische landen in het algemeen. Dan kwam de eerste ronde van het schaaktoernooi, op een mooi podium in een theaterzaal die gevuld was met enthousiast publiek. De eerste tien minuten voelde je nog een zenuwachtige spanning, maar dan kwam de weldadige rust van het denken. Alle kleine problemen waren vergeten, omdat er nog maar één probleem was, op een bord met 64 velden. Een probleem dat in principe oplosbaar was. De eerste sigaret tijdens de eerste partij was een bevestiging dat de wereld weer in orde was.

Nederlandse kinderen van de rookgerechtigde leeftijd knippen de onheilstijdingen die tegenwoordig op de pakjes staan uit en plakken ze in hun schoolagenda. Om hun verzameling zo compleet mogelijk te maken ruilen ze met elkaar, zoals ik vroeger plaatjes van voetballers ruilde.

Je vraagt je af of de fabrikanten zelf mogen kiezen welke waarschuwingen ze op de pakjes zetten. Als dat zo is, zullen ze zeker zorgen dat er een aantal zeer zeldzame waarschuwingen bij is, zodat de kinderen zich door hele sloffen sigaretten heen moeten roken voor ze zo'n zeldzaam exemplaar vinden. Die waarschuwingen zijn eigenlijk een heel gewiekst marketingconcept.

Het gesprek waarin ik dit leerde ging eigenlijk over iets anders. Een Amsterdamse moeder vertelde dat haar zoon op schoolreisje naar Berlijn was geweest en daarbij ook het voormalige kamp Sachsenhausen had bezocht. Er liep daar een groep Feyenoordsupporters rond die wat brulden over joden, waar het slecht mee af zou lopen, en uit het feit dat ze dat juist daar deden zou je kunnen afleiden dat ze toch meer van de geschiedenis weten dan vaak wordt verondersteld.

De Amsterdammers verscholen zich achter een muurtje, verzamelden hun wapens en op het juiste moment stortten ze zich onder het uitstoten van de bloedstollende kreet `Ajax, Ajax!' op de vijand. Zo werd de Tweede Wereldoorlog daar door de jeugd nog eens nagespeeld.

De vijand sloeg op de vlucht om zijn busje te bereiken. Er vielen geen gewonden, alles liep goed af en de confrontatie eindigde er mee dat de verschillende kampen hun anti-rookwaarschuwingen met elkaar gingen ruilen, omdat ze dachten dat er in andere steden misschien waarschuwingen in omloop waren die ze zelf nog niet hadden.

Het is een vreemd volkje, de jongeren, maar vaak zijn ze wel vertederend.