Prima dat de VUT wordt afgeschaft

Als het kabinet zo doorgaat, is Nederland er sneller bovenop dan iedereen nu verwacht, meent Arnold Heertje.

Het afschaffen van de VUT ligt in het verschiet. De regeling werknemers vervroegd te laten uittreden, kwam tot stand in de periode van massale werkloosheid. Het oogmerk van overheid en sociale partners was op deze wijze te bevorderen dat jongere werknemers meer kansen op de arbeidsmarkt krijgen. Hoewel thans de werkloosheid in ons land weer oploopt, is het perspectief op langere termijn veeleer dat de arbeidsmarkt gespannen zal zijn. De vergrijzing bedreigt het aanbod van kwalitatief hoogwaardige arbeidskrachten op alle niveaus van het bedrijfsleven en bij de overheid.

Onder die omstandigheden is het vertrek van medewerkers als zij de leeftijd van 57 jaar bereiken hachelijk. Bovendien worden de kosten van vervroegde uittreding onbetaalbaar. Nu mensen langer leven en langer gezond blijven, ligt een terugkeer naar 65 jaar als pensioengerechtigde leeftijd in de natuur der dingen.

Deze feitelijke ontwikkeling kan nader worden beschouwd uit een oogpunt van de werknemers en instellingen en ondernemingen. Van huis uit is arbeid één van de productiefactoren. Dat blijft ook zo. De arbeid is een noodzakelijke bouwsteen in de voortbrenging, waaraan de werknemer een inkomen ontleent. Door het voortschrijden van de techniek verwerven de medewerkers in een steeds kortere tijd een basisinkomen. Daardoor krijgt de arbeid in toenemende mate ook het karakter van een consumptiegoed. De medewerkers ontwikkelen wensen met betrekking tot de arbeid, vergelijkbaar met de voorkeuren die zich aftekenen bij het aanschaffen van een auto of een kledingstuk. Wensen hebben betrekking op de uren van de dag, de dagen van de week, de weken van het jaar en de jaren van het leven gedurende welke men wil werken. Wensen hebben betrekking op de werkomgeving, op andere medewerkers, op de bereikbaarheid van de werkplek en de mogelijkheden elders en thuis te werken.

Zo beschouwd schaft iedereen zich een pakketje arbeid aan. Deze onderliggende trend zet zich door, ook al is er nu de sombere wolk van de werkloosheid. Het afschaffen van de VUT betekent voor de werknemers dat de periode waarin zij een flexibele invulling van hun arbeidzame leven geven met een achttal jaren wordt verlengd. De feitelijke invulling van deze extra jaren vormt een bont patroon.

In verband met de kennis en ervaring van deze medewerkers is mijn verwachting dat deze jaren met grote arbeidsvreugde en een hoge arbeidsproductiviteit gepaard gaan, zelfs indien het feitelijke aantal arbeidsuren geleidelijk terugloopt. Het benutten van medewerkers in een adviserende rol zal, na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, toenemen. Mensen krijgen weer plezier in het werk als aan fictie en fraude een einde is gemaakt.

Voor de ondernemingen betekent het afschaffen van de VUT dat enorm veel kennis en ervaring veel langer voor de organisatie beschikbaar blijft. Hiervan gaat een zeer positieve impuls uit op de economische groei en de kwaliteit daarvan. Op den duur wordt de kwaliteit van het bestaan, door de voorgenomen maatregel van het kabinet, in positieve zin beïnvloed.

Hoe ziet de situatie er echter op korte termijn uit? Ondernemingen zijn jarenlang ingesteld op grootscheepse uittreding als de medewerkers 57 jaar worden. Loopbanen en salarisschalen zijn daarop afgestemd. Men mag er rustig vanuit gaan, dat al een tweetal jaren eerder op het einde van het werkzame leven wordt vooruit gelopen door werknemers en onderneming. Het inwerken van vervangende medewerkers hoort daar bij. Behalve in het bedrijfsleven heeft deze ontslagcultuur zich vastgezet in de publieke sector en bij allerlei instellingen in het maatschappelijk leven. In brede lagen van de samenleving komt aan de verversing van het personeel een, betrekkelijk plotseling, einde. De compositie van jongeren en ouderen verschuift in de richting van de oudere werknemers.

Tegenover een forse toeneming van de loonsom staan voordelen van het behoud van kennis, ervaring en van een hogere arbeidsproductiviteit. De vergrijzing slaat toe binnen de overheid. Maatschappelijk wordt van de nood van de vergrijzing een deugd gemaakt. De vergrijzing wordt een interne aangelegenheid van de centrale besluitvorming. Het vraagstuk wordt daardoor hanteerbaar gemaakt. Voor problemen in de sfeer van de psychische en fysieke gezondheid wordt een minder anoniem, een persoonlijker kader geschapen. De beschutting van de onderneming brengt de menselijke maat terug bij de opvang van de vergrijzing.

De transactiekosten van deze omwenteling worden weliswaar afgewenteld op bedrijven en instellingen, maar deze kosten zijn toch lager dan in het geval van de anonieme verwerking van de vergrijzing in al zijn facetten in het publieke domein. Mijn verwachting is dat ondernemingen zich snel aan deze verandering in de regelgeving aanpassen. De gemiddelde werkdruk gaat door deze maatregel omlaag. Ongetwijfeld een factor die als positief zal worden ervaren, zowel door werknemers als door werkgevers.

Vooruitlopend op het afschaffen van de VUT weigeren jongere werknemers nu al premie te betalen ten behoeve van de VUT. Heel begrijpelijk, want zij zullen zelf nooit van de VUT gebruik maken. Alleen in een individueel geval van langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een beroep op sociale zekerheid gedaan. Maar dat is niets nieuws.

Samenvattend, zie ik alleen maar positieve kanten aan het voorstel van het kabinet. Het afschaffen van de VUT is onder de huidige omstandigheden een voor de hand liggende goede maatregel, die past in de ontwikkeling ook meer verantwoordelijkheid te leggen bij burgers, ondernemingen en instellingen. Als het kabinet op deze wijze voortgaat, is Nederland er sneller bovenop dan iedereen nu verwacht.

Prof.dr. A. Heertje is oud-hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar geschiedenis van de economische wetenschappen aan dezelfde universiteit.